Posts tonen met het label Feyenoord. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Feyenoord. Alle posts tonen
woensdag 4 november 2020
Dag 76
Dick Advocaat, dat zijn wij. De trainer voor zijn dug-out tijdens een wedstrijd van Feyenoord; het toont opvallend veel gelijkenissen met het gedrag van het Nederlandse volk tijdens een lockdown.
Aanvankelijk de goede moed, met de haartjes strak gekamd over het hoofd en de handjes strak in de zakken van de winterjas, beginnen aan de strijd. De drukke gebaartjes als de scheidsrechter tegenwerkt, de verontwaardiging als de var een gegeven strafschop weer afpakt, de ogenschijnlijke rust met de armpjes over elkaar als zijn beste speler uit de wedstrijd wordt geschopt, terwijl je ziet dat de woede in dat lijfje kolkend een uitweg zoekt; we ondergaan precies dezelfde emoties als Rutte onze mogelijkheden snoeit.
Het is ook incasseren. Door veelvuldige toepassing past het persconferentiëren onze minister-president inmiddels als een maatkostuum. De beperkende maatregelen schudt ie achteloos uit de mouw.
Afgelopen dinsdag waren ze bij Jongste al doorgedrongen, toen hij van zijn voetbaltraining terugkeerde: “Er mogen nu nog maar twéé vrienden op het verjaardagsfeestje van T. komen, dat zal een knalfuif worden.” Niet alleen bij Jongste, langzaam begint bij iedereen de lava door de aderen te borrelen.
Schijnbaar onbewogen, met onze armen over elkaar op de bank, laten we het over ons heen komen. We houden vol en wachten tot een onverwachts doelpunt, desnoods in blessuretijd.
Met opgestoken armpjes langs het blije hoofd rennen we dan als herboren het veld in.
Net als Dick Advocaat.
dinsdag 16 juli 2019
Uiteengespat
Aan de zijlijn bij een voetbalveldje op een willekeurige camping in Europa: in de zomermaanden zijn het mooiste plekken om te vertoeven. Elke avond, als de lucht langzaam roodoranje kleurt, melden zich daar talloze jongens van allerlei pluimage. Voetbalshirtje, afgetrapte schoenen, bal onder de arm. In een paar tellen worden twee groepen gemaakt, een bal ertussen en gáán. Prachtig om te zien, die bubbel van voetbaldromen. Dubbele scharen, scherp aangesneden één-tweetjes, goals die gevierd worden met een kus op de pols en een wijsvinger naar boven; ik kan er uren naar kijken. Af en toe verlaat er ineens een speler het veld voor een duik in het zwembad of staan er plots twee nieuwelingen aan de zijlijn die klaar zijn bij de tafeltennistafel. Het maakt niets uit, het spel gaat gewoon door. De jongens met de beste passeerbewegingen zijn de baas. Zij bepalen de teams of aaien een speler over de bol die na een mislukte actie een geschaafde knie oploopt. Die hiërarchie ontstaat vanzelf, het zijn de wetten van de straat en het schoolplein. Volwassenen hebben in dat proces helemaal niets te zoeken. Zo gaat het elke zomeravond op een camping, ergens in Europa. Ook bij ons, in de Belgische Ardennen.
Tot vanavond.
Aan de zijlijn staat ineens een man van middelbare leeftijd in Feyenoord-shirt. De nieuwe sponsor op de borst en de sokken opgetrokken tot net onder de knie. Even denk ik aan een flauwe grap, maar de blik in zijn ogen laat aan duidelijkheid niets te wensen over: hij gaat hier meedoen.
Het heeft iets aandoenlijks, een man van veertig jaar in het shirt van zijn favoriete voetbalclub. Als kind mag je dromen van prachtige goals in een vol stadion, als je niet wordt opgepikt dient ergens nabij de volwassen leeftijd het besef in te dalen dat er een andere toekomst gloort: die van 08.00 tot 18.00 uur op de steigers van aannemersbedrijf Van Vleuten, ook voor dakrenovatie.
De Feyenoorder wacht het signaal van de leiders op het veldje (“Wil je meedoen? Je staat bij hen.”) niet af en stelt zichzelf meteen op. Na een paar minuten meepuffen (stukadoor? schilder? metselaar?) vindt hij het genoeg, hij legt het spel stil en roept alle spelers bij elkaar voor een herindeling. Alle jongens schieten in een natuurlijke reflex, naar een volwassene luister je. De man dirigeert de knul in Heerenveen-shirt naar het ene doel, de jongen in een vaal Anderlecht-tenue naar het andere. Zo gaat het even door, waarna het partijtje wordt hervat. Als een jongen de opdracht krijgt om de gevaarlijke spits van de tegenstander te volgen (“dekken!”) zie je de eerste barst: een paar seconden later schuifelt ie naar de schommel in de speeltuin naast het veld. Spoedig druipen er meer af. Dan maar de mini-disco. Als de man met twee F-jes overblijft, zodat een partijtje er niet echt meer inzit, blaast ook hij de aftocht. Nog één keer trekt ie zijn sokken op tot net onder zijn knieën en wandelt dan gebogen terug naar zijn Kip-caravan. Hij heeft geen idee waar het is misgegaan. Op zijn rug lees ik zijn naam. Het staat er echt: Van Vleuten.
Tot vanavond.
Aan de zijlijn staat ineens een man van middelbare leeftijd in Feyenoord-shirt. De nieuwe sponsor op de borst en de sokken opgetrokken tot net onder de knie. Even denk ik aan een flauwe grap, maar de blik in zijn ogen laat aan duidelijkheid niets te wensen over: hij gaat hier meedoen.
Het heeft iets aandoenlijks, een man van veertig jaar in het shirt van zijn favoriete voetbalclub. Als kind mag je dromen van prachtige goals in een vol stadion, als je niet wordt opgepikt dient ergens nabij de volwassen leeftijd het besef in te dalen dat er een andere toekomst gloort: die van 08.00 tot 18.00 uur op de steigers van aannemersbedrijf Van Vleuten, ook voor dakrenovatie.
De Feyenoorder wacht het signaal van de leiders op het veldje (“Wil je meedoen? Je staat bij hen.”) niet af en stelt zichzelf meteen op. Na een paar minuten meepuffen (stukadoor? schilder? metselaar?) vindt hij het genoeg, hij legt het spel stil en roept alle spelers bij elkaar voor een herindeling. Alle jongens schieten in een natuurlijke reflex, naar een volwassene luister je. De man dirigeert de knul in Heerenveen-shirt naar het ene doel, de jongen in een vaal Anderlecht-tenue naar het andere. Zo gaat het even door, waarna het partijtje wordt hervat. Als een jongen de opdracht krijgt om de gevaarlijke spits van de tegenstander te volgen (“dekken!”) zie je de eerste barst: een paar seconden later schuifelt ie naar de schommel in de speeltuin naast het veld. Spoedig druipen er meer af. Dan maar de mini-disco. Als de man met twee F-jes overblijft, zodat een partijtje er niet echt meer inzit, blaast ook hij de aftocht. Nog één keer trekt ie zijn sokken op tot net onder zijn knieën en wandelt dan gebogen terug naar zijn Kip-caravan. Hij heeft geen idee waar het is misgegaan. Op zijn rug lees ik zijn naam. Het staat er echt: Van Vleuten.
woensdag 24 januari 2018
Verlossing (part two)
Robin van Persie terug bij Feyenoord, daar kan ik uren over mijmeren. Hoe hij op de eerste training met dat briljante fijnstof in zijn linkerbeen achteloos de bal laat rondgaan tijdens de rondo. De belangstelling van zijn ploeggenoten naar hoe dat gaat, zo’n carrière bij Arsenal en Manchester United, het leven in Istanbul bij Fenerbahçe. En dat dan het vingertje van Jens Toornstra, nooit verder gekomen dan de Ersmusbrug, omhoog gaat.
“Maar hebben ze daar dan ook kebab?”
Het is natuurlijk een prachtig verhaal, het talent dat in 2002 met Feyenoord de Europa Cup won, keert terug naar Het Legioen. Niemand in Rotterdam-Zuid twijfelt, Robin van Persie gaat het gevoel terugbrengen van mei 2017. Dat is ook niet gek. Van Persie aan de bal op een voetbalveld, dat is terloops geluk. Als een mooie vrouw die ineens langs het terras loopt of vanuit het niets een prachtig liedje op de radio. In de Kuip verlangen ze naar een speler die met dubbele scharen en vrije trappen net buiten de zestien de gapende wond hecht die de Champions League op de huid heeft gekrast. En misschien komen Ajax en PSV nog wel in zicht. In de eredivisie speelt Ard van Peppen. Ergens staat Mark Birrighitti op doel. Dan zijn dromen net zo bereikbaar als de Hema op woensdagmiddag.
Maar verlossers worden niet elk jaar geboren.
In de haven van Rotterdam werken veel mannen. Kerels met armen als staalkabels en een tatoeage van Kuijt op hun rug. Bij het lossen van het schip leggen ze aan de bemanning uit waar ze hier aan de Maas zoal van leven: “Dirk is zijn naam. Onze aanvoerdert. Tilt zo’n container met één hand op.”
De kans dat Van Persie er op een bovenarm wordt bijgeïnkt is niet zo groot. Robin van Persie had na die lange voorzet van Daley Blind op het WK van 2014 in Brazilië, toen hij de bal met een zweefkopbal over Casillas liet glijden en naar Van Gaal sprintte voor die halve highfive, beter dóór kunnen rennen. Gewoon, de poort open en het stadion uit. Iedereen in vertwijfeling achterlaten en voor eeuwig verdwijnen, ergens in de branding van de Copacabana.
Ook dán had Jens Toornstra waarschijnlijk zijn vinger bij een rondo opgestoken.
“Goh, Van Persie, hé! Als die ooit eens bij ons kwam voetballen!”
Onvervulde verlangens zijn vaak het lekkerst.
“Maar hebben ze daar dan ook kebab?”
Het is natuurlijk een prachtig verhaal, het talent dat in 2002 met Feyenoord de Europa Cup won, keert terug naar Het Legioen. Niemand in Rotterdam-Zuid twijfelt, Robin van Persie gaat het gevoel terugbrengen van mei 2017. Dat is ook niet gek. Van Persie aan de bal op een voetbalveld, dat is terloops geluk. Als een mooie vrouw die ineens langs het terras loopt of vanuit het niets een prachtig liedje op de radio. In de Kuip verlangen ze naar een speler die met dubbele scharen en vrije trappen net buiten de zestien de gapende wond hecht die de Champions League op de huid heeft gekrast. En misschien komen Ajax en PSV nog wel in zicht. In de eredivisie speelt Ard van Peppen. Ergens staat Mark Birrighitti op doel. Dan zijn dromen net zo bereikbaar als de Hema op woensdagmiddag.
Maar verlossers worden niet elk jaar geboren.
In de haven van Rotterdam werken veel mannen. Kerels met armen als staalkabels en een tatoeage van Kuijt op hun rug. Bij het lossen van het schip leggen ze aan de bemanning uit waar ze hier aan de Maas zoal van leven: “Dirk is zijn naam. Onze aanvoerdert. Tilt zo’n container met één hand op.”
De kans dat Van Persie er op een bovenarm wordt bijgeïnkt is niet zo groot. Robin van Persie had na die lange voorzet van Daley Blind op het WK van 2014 in Brazilië, toen hij de bal met een zweefkopbal over Casillas liet glijden en naar Van Gaal sprintte voor die halve highfive, beter dóór kunnen rennen. Gewoon, de poort open en het stadion uit. Iedereen in vertwijfeling achterlaten en voor eeuwig verdwijnen, ergens in de branding van de Copacabana.
Ook dán had Jens Toornstra waarschijnlijk zijn vinger bij een rondo opgestoken.
“Goh, Van Persie, hé! Als die ooit eens bij ons kwam voetballen!”
Onvervulde verlangens zijn vaak het lekkerst.
zondag 16 juli 2017
Van Gend en Loos
Na de zomervakantie krijgt oudste op school het vak Duits erbij. Een kwestie van tijd dat we hem aan de keukentafel het rijtje voor één of andere naamval horen prevelen:"Mitt, nach, bei, seit, von, zu, aus, ausser, entgegen, gegenüber und entlang!"
De heenreis naar onze vakantiebestemming levert sowieso zijn eerste Duitse woordje op: Stau. Als we Venlo passeren, lopen de Autobahnen vol als een bierbuik tijdens het Oktoberfest. Van Köln tot München, het is een lang lint van vrachtwagens, campers en auto's met caravans. We hebben het gevoel dat we de camping in Oostenrijk wandelend naderen. Het plotse gebrek aan Ordnung und Disziplin kruipt onder de huid van jongste.
"Ik ben op een WK nóóit meer voor de Duitsers!" klaagt hij op de achterbank.
"Nou, zo'n 'Stau' houdt ook wel een keer op," verzacht zijn moeder.
Oudste kijkt op van zijn kruiswoordraadsel. "Wat mama? Stew?" Hij maakt vooralsnog van de file een Engelse stoofschotel.
Doordat jongste uit pure verveling zijn schoenen uitdoet en daarmee een lucht bevrijdt die het midden laat tussen bedorven lasagne en de adem van een verwaarloosde bouvier met een mondabces, stuur ik naar de eerste de beste Gaststätte. Ook daar heerst chaos.
Nadat ik de auto parkeer op de allerlaatste vrije vierkante meter, sluit ik met oudste aan in de wachtrijen, eerst bij de toiletten en later ook bij de broodjeszaak. Achter ons staat een beer in een Feyenoord-shirt. De kolos draagt het tricot met de borst vooruit, zodat zijn hangtietjes met de letters 'Opel' trots de ruimte vullen, maar de verkeershektiek heeft ook aan zijn kampioenenroes geknabbeld.
"Doe mij maar een keizerbroodje met kaas en salami," bromt hij met Kralingse tongval tegen zijn vrouw, "ik heb even genoeg van de Steu." Oudste kijkt over zijn schouder.
"Het is Stau," corrigeert hij.
Het komt bij de Feyenoord-supporter aan als een tegendoelpunt in blessuretijd, want zijn borstjes gaan weer hangen en in zijn ogen lees ik 23 verloren seizoenen in de Kuip. De trots is verhuisd naar het gezicht van Oudste, die in de vitrine een pannini aanwijst.
"Mitt käse und Schinken, bitte!" zegt ie tegen de Fräulein achter de balie.
Nee, met die Duitse les komt het wel goed.
De heenreis naar onze vakantiebestemming levert sowieso zijn eerste Duitse woordje op: Stau. Als we Venlo passeren, lopen de Autobahnen vol als een bierbuik tijdens het Oktoberfest. Van Köln tot München, het is een lang lint van vrachtwagens, campers en auto's met caravans. We hebben het gevoel dat we de camping in Oostenrijk wandelend naderen. Het plotse gebrek aan Ordnung und Disziplin kruipt onder de huid van jongste.
"Ik ben op een WK nóóit meer voor de Duitsers!" klaagt hij op de achterbank.
"Nou, zo'n 'Stau' houdt ook wel een keer op," verzacht zijn moeder.
Oudste kijkt op van zijn kruiswoordraadsel. "Wat mama? Stew?" Hij maakt vooralsnog van de file een Engelse stoofschotel.
Doordat jongste uit pure verveling zijn schoenen uitdoet en daarmee een lucht bevrijdt die het midden laat tussen bedorven lasagne en de adem van een verwaarloosde bouvier met een mondabces, stuur ik naar de eerste de beste Gaststätte. Ook daar heerst chaos.
Nadat ik de auto parkeer op de allerlaatste vrije vierkante meter, sluit ik met oudste aan in de wachtrijen, eerst bij de toiletten en later ook bij de broodjeszaak. Achter ons staat een beer in een Feyenoord-shirt. De kolos draagt het tricot met de borst vooruit, zodat zijn hangtietjes met de letters 'Opel' trots de ruimte vullen, maar de verkeershektiek heeft ook aan zijn kampioenenroes geknabbeld.
"Doe mij maar een keizerbroodje met kaas en salami," bromt hij met Kralingse tongval tegen zijn vrouw, "ik heb even genoeg van de Steu." Oudste kijkt over zijn schouder.
"Het is Stau," corrigeert hij.
Het komt bij de Feyenoord-supporter aan als een tegendoelpunt in blessuretijd, want zijn borstjes gaan weer hangen en in zijn ogen lees ik 23 verloren seizoenen in de Kuip. De trots is verhuisd naar het gezicht van Oudste, die in de vitrine een pannini aanwijst.
"Mitt käse und Schinken, bitte!" zegt ie tegen de Fräulein achter de balie.
Nee, met die Duitse les komt het wel goed.
zaterdag 1 juli 2017
Roesje
Ik houd van zaterdagmiddagen. Lome uurtjes met fris gemaaid gras en een vers stuk brie in de koelkast. Als prettige briesjes ritselen ze door het struikgewas van een komende werkweek. Zeker als de jongens in de buitenlucht hun groeiende zelfstandigheid uitbouwen en hun moeder zich in een andere ruimte buigt over de strijk of het avondeten, streel ik mezelf graag met een derby uit de Premier League of een vleugje Bundesliga. Het vacuüm tussen een afgesloten seizoen en de herstart van de competitie maakt dit lastig, maar grote krantenkoppen lokten me vandaag naar een andere verwennerij: de start van de Tour de France.
Aangewakkerd door de Dumoulin-glorie ging ik er, met een vers glas sinas en de afstandsbediening binnen handbereik, eens goed voor zitten. In hun jacht op de gele trui zag ik de renners één voor één starten met strakke kuiten en helmen uit de collectie van Darth Vader. En meteen was er weer de stem. Het stemgeluid dat in eerdere jaargangen demarrages door een zonnebloemveld begeleidde. De klanken van commentator Herbert Dijkstra doen mij denken aan het keelgeluid van meneer Gerritsen, mijn wiskundedocent op de middelbare school. Elke les begon hij enthousiast aan een kwadraatstelling of Pythagoras, maar doordat hij klonk als de beheerder van een crematorium, was hij mij na drie zinnen al weer kwijt. Ook nu trachtte Herbert mij de geheimen van het wielrennen bij te brengen. Waarom Dylan Groenewegen over het natte asfalt gleed bijvoorbeeld, en waarom Peter Sagan aan de Ronde begon met het uiterlijk van de drummer in een Finse rockband.
Wie de proloog won? Geen flauw idee. De lezingen van Herbert brachten me spoedig in een slaaproesje, waar ik uit werd getrokken door de binnenkomst van de jongens en de kreet van mijn vriendin die meldde dat het eten klaar was.
"Wat is er, pap? Je kijkt zo vrolijk," vroeg oudste, boven een bord dampende risotto.
"Ajax en Feyenoord," geeuwde ik, "ze zijn al weer in training."
Aangewakkerd door de Dumoulin-glorie ging ik er, met een vers glas sinas en de afstandsbediening binnen handbereik, eens goed voor zitten. In hun jacht op de gele trui zag ik de renners één voor één starten met strakke kuiten en helmen uit de collectie van Darth Vader. En meteen was er weer de stem. Het stemgeluid dat in eerdere jaargangen demarrages door een zonnebloemveld begeleidde. De klanken van commentator Herbert Dijkstra doen mij denken aan het keelgeluid van meneer Gerritsen, mijn wiskundedocent op de middelbare school. Elke les begon hij enthousiast aan een kwadraatstelling of Pythagoras, maar doordat hij klonk als de beheerder van een crematorium, was hij mij na drie zinnen al weer kwijt. Ook nu trachtte Herbert mij de geheimen van het wielrennen bij te brengen. Waarom Dylan Groenewegen over het natte asfalt gleed bijvoorbeeld, en waarom Peter Sagan aan de Ronde begon met het uiterlijk van de drummer in een Finse rockband.
Wie de proloog won? Geen flauw idee. De lezingen van Herbert brachten me spoedig in een slaaproesje, waar ik uit werd getrokken door de binnenkomst van de jongens en de kreet van mijn vriendin die meldde dat het eten klaar was.
"Wat is er, pap? Je kijkt zo vrolijk," vroeg oudste, boven een bord dampende risotto.
"Ajax en Feyenoord," geeuwde ik, "ze zijn al weer in training."
maandag 15 december 2014
Zondagmiddagmarathon
Een zondagmiddag staat hier doorgaans in het teken van een boswandeling of een gezinspotje Triviant junior, maar nu mijn vriendin plichtmatig haar zondagsdienst vervulde en oudste een oefenmiddag met zijn dansgroep op de agenda had staan, wisten we er wel raad mee.
"Lekker hè," zei ik tegen jongste.
Met een gebakken eitje op schoot keken we naar de wedstrijd van Ajax die om half één op Fox Sports begon. De rest van de middag zou de competitiewedstrijd van PSV brengen, waarna de avond met Feyenoord vanuit de Kuip zou starten. Vanuit onze luie zitposities zagen we hoe Ajax naar de winst freewheelde.
Toen PSV op het punt van beginnen stond, richtte jongste zich op mij.
"Zit jij op George?" vroeg ie op serieuze toon.
In mijn rug vond ik inderdaad zijn knuffel. De oranje aap keek me aan met zijn gebruikelijke vrolijke grijns. Zorgvuldig zette jongste George naast zich op de driezitsbank, het teken dat zijn club kon beginnen.
Mijn vriendin kwam thuis toen het buiten al schemerde en de wedstrijd van Feyenoord tegen het rustsignaal liep. In één oogopslag overzag ze de situatie.
"Zitten jullie al de gehele middag voetbal te kijken?" vroeg ze, niet zonder verontwaardiging. We knikten voldaan, als twee gasten die schaamteloos uitbuikten na een langdurig menu met veel liflafjes in een sterrenrestaurant.
"Waar is George?" vroeg jongste opnieuw, toen niet veel later ook oudste aansloot. Hij vond zijn knuffelvriend onder twee kussens. Met zijn vijven op een rijtje behaalden we in de Kuip, moe maar tevreden, de eindstreep.
"Lekker hè," zei ik tegen jongste.
Met een gebakken eitje op schoot keken we naar de wedstrijd van Ajax die om half één op Fox Sports begon. De rest van de middag zou de competitiewedstrijd van PSV brengen, waarna de avond met Feyenoord vanuit de Kuip zou starten. Vanuit onze luie zitposities zagen we hoe Ajax naar de winst freewheelde.
Toen PSV op het punt van beginnen stond, richtte jongste zich op mij.
"Zit jij op George?" vroeg ie op serieuze toon.
In mijn rug vond ik inderdaad zijn knuffel. De oranje aap keek me aan met zijn gebruikelijke vrolijke grijns. Zorgvuldig zette jongste George naast zich op de driezitsbank, het teken dat zijn club kon beginnen.
Mijn vriendin kwam thuis toen het buiten al schemerde en de wedstrijd van Feyenoord tegen het rustsignaal liep. In één oogopslag overzag ze de situatie.
"Zitten jullie al de gehele middag voetbal te kijken?" vroeg ze, niet zonder verontwaardiging. We knikten voldaan, als twee gasten die schaamteloos uitbuikten na een langdurig menu met veel liflafjes in een sterrenrestaurant.
"Waar is George?" vroeg jongste opnieuw, toen niet veel later ook oudste aansloot. Hij vond zijn knuffelvriend onder twee kussens. Met zijn vijven op een rijtje behaalden we in de Kuip, moe maar tevreden, de eindstreep.
donderdag 27 november 2014
Slaapproblemen
Op het moment dat de jongens in de badkamer stonden, scoorde Feyenoord tegen Sevilla. "1-0?!" riep jongste met een mond vol tandpasta naar beneden.
"Ja! Een mooie goal van Toornstra," antwoordde ik. Misschien had ik de informatie beter voor mezelf kunnen houden, want jongste voelde in bed De Kuip zinderen.
Stiekem zette ik het geluid van de televisie zachter, zodat de 2-0 van El Ahmadi op de bovenverdieping niet te horen was, maar jongste liet zich niet afstoppen. Met nog enkele minuten op de klok, meldde hij zich halverwege de trap.
"Mama, ik heb keelpijn," zei jongste. Hij trok er een gezicht bij alsof een egel door zijn slokdarm kroop. Over de schouder van zijn toeschietende moeder gluurde hij naar de televisie. El Ahmadi kwam opnieuw in kansrijke positie. Zijn moeder besloot het spelletje mee te spelen.
"Kom, dan drink maar een glaasje."
In de keuken hoorde ik het geluid van stromend water. Jongste verdreef traag de prikkel in zijn keel, want zijn glaasje was pas leeg toen de wedstrijd in Rotterdam beëindigd werd. "Heeft Feyenoord gewonnen, pap," vroeg ie, toen hij langzaam naar de trap stiefelde.
"Met 2-0. Heb je nog pijn, jongen?"
"Nee, nu niet meer. Is PSV al begonnen?" vroeg ie er direct achteraan.
"Waarom? Komt de keelpijn terug als Depay scoort?"
"Misschien wel," zei jongste, terwijl hij achter zijn moeder de trap opliep. Hij deed niet eens moeite zijn lach in te houden.
"Ja! Een mooie goal van Toornstra," antwoordde ik. Misschien had ik de informatie beter voor mezelf kunnen houden, want jongste voelde in bed De Kuip zinderen.
Stiekem zette ik het geluid van de televisie zachter, zodat de 2-0 van El Ahmadi op de bovenverdieping niet te horen was, maar jongste liet zich niet afstoppen. Met nog enkele minuten op de klok, meldde hij zich halverwege de trap.
"Mama, ik heb keelpijn," zei jongste. Hij trok er een gezicht bij alsof een egel door zijn slokdarm kroop. Over de schouder van zijn toeschietende moeder gluurde hij naar de televisie. El Ahmadi kwam opnieuw in kansrijke positie. Zijn moeder besloot het spelletje mee te spelen.
"Kom, dan drink maar een glaasje."
In de keuken hoorde ik het geluid van stromend water. Jongste verdreef traag de prikkel in zijn keel, want zijn glaasje was pas leeg toen de wedstrijd in Rotterdam beëindigd werd. "Heeft Feyenoord gewonnen, pap," vroeg ie, toen hij langzaam naar de trap stiefelde.
"Met 2-0. Heb je nog pijn, jongen?"
"Nee, nu niet meer. Is PSV al begonnen?" vroeg ie er direct achteraan.
"Waarom? Komt de keelpijn terug als Depay scoort?"
"Misschien wel," zei jongste, terwijl hij achter zijn moeder de trap opliep. Hij deed niet eens moeite zijn lach in te houden.
donderdag 18 september 2014
Ontbijt
"Heeft Ajax gewonnen?"
"Nee, gelijk gespeeld met 1-1."
"En je zei dat Paris Saint Germain veel beter was."
"Dat is ook zo. Ajax deed het best goed."
"Wie heeft er gescoord?"
"Lasse...."
"Schöne! Was ie mooi?"
"Best. Uit een vrije trap."
"En Zlatan? Was Zlatan goed?"
"Een beetje onzichtbaar."
"Is er vanavond ook Champions League?"
"Nee, op donderdag is het Europa League."
"PSV moet toch ook?"
"Ja, en Feyenoord."
"Mag ik PSV zien?"
"Dat begint om 7 uur. Dan moet jij trainen."
"Oh."
"Maar als we terug zijn, kun je nog een stukje van de 2e helft zien."
"Echt?"
"Echt."
"Cool, pap. Waar is de oude kaas?"
zondag 14 september 2014
Commercie
Mijn vriendin had gewinkeld bij Kruidvat. Op de keukentafel stond, naast een doosje tandenstokers en een voordeelverpakking deospray, een flesje Manchester United-shampoo. Een zwarte flacon met clublogo en afbeeldingen van Rooney, Van Persie en Fellaini.
"Leuk voor de jongens," zei ze er overbodig bij.
Het snelle geld heeft het voetbal al lang in een wurggreep. Gewiekste reclamejongens die handig inspelen op de impact van voetbalsterren op kinderen. Een Barcelona-rugzak, een tandenborstel met het Feyenoord-logo, een drinkbeker van Ajax; het is hier allemaal in huis te vinden. Oudste en jongste kwamen dan ook opgetogen thuis van school. Ze keken met bewondering naar de spelers op de flacon.
"Gebruikt Robin van Persie deze shampoo ook?" Jongste keek alsof ie goud in handen had. Ik wilde zijn illusie niet doorbreken.
"Natuurlijk," zei ik, "de hele ploeg. En Louis van Gaal ook!"
Die avond douchten de jongens met de voetballers van Manchester United. Ze kraaiden van plezier en sopten elkaar extra in.
"Leuk hè, die shampoo van mama?" vroeg ik toen ik hen later hielp met afdrogen.
"Mwa," was het magere antwoord van oudste.
"Ben je bang net zo vroeg kaal te worden als Rooney?"
"Neuh."
"Of zo'n kroeskop te krijgen als Fellaini?"
"Nee, hoor."
"Wil je liever tennisshampoo? Met Nadal erop? Of Djokovic?"
"Echt niet."
Ik begon te vermoeden dat oudste de valkuil van de reclamejongens doorhad. Dat hij niet wenste te bezwijken voor de verleiding. Een gevoel van trots borrelde bij me op.
"Stom trucje, hè? Zo'n Manchester United-shampoo?" vroeg ik.
"Hij ruikt gewoon niet lekker, pap."
Met die mogelijkheid had ik geen rekening gehouden.
"Leuk voor de jongens," zei ze er overbodig bij.
Het snelle geld heeft het voetbal al lang in een wurggreep. Gewiekste reclamejongens die handig inspelen op de impact van voetbalsterren op kinderen. Een Barcelona-rugzak, een tandenborstel met het Feyenoord-logo, een drinkbeker van Ajax; het is hier allemaal in huis te vinden. Oudste en jongste kwamen dan ook opgetogen thuis van school. Ze keken met bewondering naar de spelers op de flacon.
"Gebruikt Robin van Persie deze shampoo ook?" Jongste keek alsof ie goud in handen had. Ik wilde zijn illusie niet doorbreken.
"Natuurlijk," zei ik, "de hele ploeg. En Louis van Gaal ook!"
Die avond douchten de jongens met de voetballers van Manchester United. Ze kraaiden van plezier en sopten elkaar extra in.
"Leuk hè, die shampoo van mama?" vroeg ik toen ik hen later hielp met afdrogen.
"Mwa," was het magere antwoord van oudste.
"Ben je bang net zo vroeg kaal te worden als Rooney?"
"Neuh."
"Of zo'n kroeskop te krijgen als Fellaini?"
"Nee, hoor."
"Wil je liever tennisshampoo? Met Nadal erop? Of Djokovic?"
"Echt niet."
Ik begon te vermoeden dat oudste de valkuil van de reclamejongens doorhad. Dat hij niet wenste te bezwijken voor de verleiding. Een gevoel van trots borrelde bij me op.
"Stom trucje, hè? Zo'n Manchester United-shampoo?" vroeg ik.
"Hij ruikt gewoon niet lekker, pap."
Met die mogelijkheid had ik geen rekening gehouden.
zondag 2 maart 2014
Elleboog
Gaziano Pellè en ik hebben dezelfde bakker. Vanmorgen stonden we naast elkaar voor de manden met spijsbrood en harde bollen. Het was akelig stil, de vroege morgen kraste met ongewassen nagels op het glas van de toonbank.
"Wat mag het zijn?" vroeg de bakker vrolijk, voor hem was het al namiddag.
"Die ciabatta's graag," ik wees naar een schaaltje met de mediterrane broodjes. De bakker pakte de schaal en schudde de laatste ciabatta's in een zak.
"Ho!" zei Pellè scherp, "Die broodjes wil ik ook."
Ik keek naar de opstandeling naast me. Groot, trots, zijscheiding, tranen in zijn ogen. Ik had nog nooit iemand gezien die die kadetjes zó graag wilde.
De bakker keek verstoord op van zijn werk. Even leek het alsof hij een kaart ging trekken, maar hij zei in alle rust: "Sorry, deze meneer was hier eerder."
Dat was tegen het zere been.
"Ik wil ze al niet meer, prutsbakker!" zei Graziano met ingehouden woede.
"Prutsbakker?" vroeg de bakker onthutst. Hij was in zijn eer aangetast. Zijn familie bakte al brood sinds 1897. Dat stond ook op de gevel.
"Prutsbakker ja, dat zie ik aan je gezicht," beet Pellè hem toe. Hij griste een zak saucijzenbroodjes van een plank, smeet wat wisselgeld op de toonbank en beende toen wild voor mij door de winkel uit, waarbij hij opzichtig zijn elleboog in mijn gezicht duwde.
"Wat heeft hij nou?" vroeg de bakker toen de rust weer was wedergekeerd en de zak met ciabatta's voor me neerlegde.
"Ach ja, bakker," zei ik, terwijl ik aan mijn pijnlijke wang voelde. "Maandagochtend, hè."
"Wat mag het zijn?" vroeg de bakker vrolijk, voor hem was het al namiddag.
"Die ciabatta's graag," ik wees naar een schaaltje met de mediterrane broodjes. De bakker pakte de schaal en schudde de laatste ciabatta's in een zak.
"Ho!" zei Pellè scherp, "Die broodjes wil ik ook."
Ik keek naar de opstandeling naast me. Groot, trots, zijscheiding, tranen in zijn ogen. Ik had nog nooit iemand gezien die die kadetjes zó graag wilde.
De bakker keek verstoord op van zijn werk. Even leek het alsof hij een kaart ging trekken, maar hij zei in alle rust: "Sorry, deze meneer was hier eerder."
Dat was tegen het zere been.
"Ik wil ze al niet meer, prutsbakker!" zei Graziano met ingehouden woede.
"Prutsbakker?" vroeg de bakker onthutst. Hij was in zijn eer aangetast. Zijn familie bakte al brood sinds 1897. Dat stond ook op de gevel.
"Prutsbakker ja, dat zie ik aan je gezicht," beet Pellè hem toe. Hij griste een zak saucijzenbroodjes van een plank, smeet wat wisselgeld op de toonbank en beende toen wild voor mij door de winkel uit, waarbij hij opzichtig zijn elleboog in mijn gezicht duwde.
"Wat heeft hij nou?" vroeg de bakker toen de rust weer was wedergekeerd en de zak met ciabatta's voor me neerlegde.
"Ach ja, bakker," zei ik, terwijl ik aan mijn pijnlijke wang voelde. "Maandagochtend, hè."
zaterdag 1 maart 2014
De Italiaanse hengst
"Pfff, dat was lekker, Roon!"
"Ja, goed, hè."
"Ik hoop wel dat de kinderen het niet gehoord hebben."
"Nou, je ging nogal tekeer, Bartien. Je gilde."
"Gilde ik?"
"Ja, en je riep steeds Mieters!"
"Ik vond het ook mieters. Waar heb je dit geleerd, Roon?"
"Nou ja... eh, ... ik heb het eigenlijk van Pellè."
"Pellè?!"
"Ja, van Graziano."
"Praat jij met Pellè over zulke dingen?"
"Hij fluisterde het in mijn oor."
"Wanneer fluistert Pellè iets in jouw oor?"
"Nou vorige week. Toen hij gescoord had tegen Twente."
"En wat zei ie dan?"
"Dat ik de Italian Stallion eens moest proberen."
"De Italian Stallion?"
"Ja, de Italian Stallion."
"Dat je als een briesend paard tegen de dug-out schopt en zo?"
"Nee, joh!"
"Wat is het dan, Roon, de Italian Stallion?"
"Nou ja, je weet wel, ... toen je ze zo gilde."
"Gossie."
"Maar ik ga er nu uit, Bartien. We moeten vandaag tegen Ajax."
"Ja, ik ga mee naar de Kuip, Roon. Ik hoop dat Pellè het weer doet."
"Wat, Bartien? Tegen de dug-out schoppen?"
"Nee, gekkie!"
"Oh, je bedoelt dat ie weer een doelpunt moet maken."
"Ja dat ook, en dat ie dan weer iets in je oor komt fluisteren."
"Ja, goed, hè."
"Ik hoop wel dat de kinderen het niet gehoord hebben."
"Nou, je ging nogal tekeer, Bartien. Je gilde."
"Gilde ik?"
"Ja, en je riep steeds Mieters!"
"Ik vond het ook mieters. Waar heb je dit geleerd, Roon?"
"Nou ja... eh, ... ik heb het eigenlijk van Pellè."
"Pellè?!"
"Ja, van Graziano."
"Praat jij met Pellè over zulke dingen?"
"Hij fluisterde het in mijn oor."
"Wanneer fluistert Pellè iets in jouw oor?"
"Nou vorige week. Toen hij gescoord had tegen Twente."
"En wat zei ie dan?"
"Dat ik de Italian Stallion eens moest proberen."
"De Italian Stallion?"
"Ja, de Italian Stallion."
"Dat je als een briesend paard tegen de dug-out schopt en zo?"
"Nee, joh!"
"Wat is het dan, Roon, de Italian Stallion?"
"Nou ja, je weet wel, ... toen je ze zo gilde."
"Gossie."
"Maar ik ga er nu uit, Bartien. We moeten vandaag tegen Ajax."
"Ja, ik ga mee naar de Kuip, Roon. Ik hoop dat Pellè het weer doet."
"Wat, Bartien? Tegen de dug-out schoppen?"
"Nee, gekkie!"
"Oh, je bedoelt dat ie weer een doelpunt moet maken."
"Ja dat ook, en dat ie dan weer iets in je oor komt fluisteren."
zondag 23 februari 2014
Woede
De traditie begon in Corisi del Piné, een gehucht in het noordoosten van Italië met een klein kerkje waar priester Pietro Piemonti nog steeds stipt om zeven uur de klokken laat beieren. Het zal in 1958 geweest zijn dat Gianni, het zoontje van de slager, zijn rekentoets terugkreeg van signore Valli, de meester van de hoogste klas. Gianni keek naar de rode strepen op zijn blaadje en de dikke onvoldoende die erboven stond. De snotaap zei niets, maar stond op en liep briesend de klas uit en smeet de deur van het lokaal dicht. Het glas in de deur brak. Het gerinkel in de holle gangen van het schooltje van Corisi del Piné klonk zo lekker dat Gianni alle deuren in het gebouw dezelfde behandeling gaf. Thuis, drieëntwintig verwoeste deuren later, gaf de slager zijn zoon een aai over de zwarte haren en sprak de legendarische woorden:
"Bellisimo Gianni, wij pikken dat niet, wij zijn een slagersfamilie!"
Het was de aanzet tot een nieuwe gewoonte. Als de pasta te lang kookte, vloog de deegroller door het keukenraam. Als Lolita niet inging op de hartstochtelijke kus achter het muurtje, werd het uithangbord van de pizzeria van de gevel getrokken en verdwenen alle spiegels van de Fiat. De nieuwe manier van reageren kreeg navolging in buurdorpen en vond druppelsgewijs zijn weg naar de grote stad.
Nu, ruim vijftig jaar later, komt het nog wel eens voor dat een Italiaan, ergens verdwaald in Europa, handelt in de geest van Gianni. Een straatlantaarn die sneuvelt in de straten van Parijs, een deuk in een taxi in Londen, een omgetrapt camerascherm in een stadion in Enschede.
Zelfs als de woede is ingedaald, zullen de onverlaten zich beroepen op de wijze woorden van Pietro Piemonti, de priester die nog steeds om zeven uur de klokken laat beieren in Corisi del Piné:
"Als je maar niemand pijn doet, mijn jongen."
"Bellisimo Gianni, wij pikken dat niet, wij zijn een slagersfamilie!"
Het was de aanzet tot een nieuwe gewoonte. Als de pasta te lang kookte, vloog de deegroller door het keukenraam. Als Lolita niet inging op de hartstochtelijke kus achter het muurtje, werd het uithangbord van de pizzeria van de gevel getrokken en verdwenen alle spiegels van de Fiat. De nieuwe manier van reageren kreeg navolging in buurdorpen en vond druppelsgewijs zijn weg naar de grote stad.
Nu, ruim vijftig jaar later, komt het nog wel eens voor dat een Italiaan, ergens verdwaald in Europa, handelt in de geest van Gianni. Een straatlantaarn die sneuvelt in de straten van Parijs, een deuk in een taxi in Londen, een omgetrapt camerascherm in een stadion in Enschede.
Zelfs als de woede is ingedaald, zullen de onverlaten zich beroepen op de wijze woorden van Pietro Piemonti, de priester die nog steeds om zeven uur de klokken laat beieren in Corisi del Piné:
"Als je maar niemand pijn doet, mijn jongen."
donderdag 22 augustus 2013
Snotneus
Feyenoord arriveerde deze week in de noordelijke Kaukasus. Met nul uit drie naar het Oostblok, met op de landingsbaan zwarte beren die aan een half verteerd konijn snuffelden; dramatischer kan een seizoen niet beginnen. In de Kuip droomden ze in de zomer van een trotse Engelse club of een reis naar Spanje, maar het werd een stad in Rusland die schuurt als nagels op een schoolbord.
Prachtige beelden, de selectie van Koeman op een vrije namiddag dolend door de binnenstad van Krasnodar. Schouder aan schouder slenteren over een groot plein. Hand in hand kameraden op z'n Russisch. Bij het metershoge standbeeld van een oude Tsaar stoot Erwin Mulder Mathijsen aan. "Is dat Poetin?" De doelman van Feyenoord lijkt meer op Ed de Goeij dan hem lief is.
Of de jacht op souvenirs. Martins Indi in een oud winkeltje met een bontmuts voor de spiegel. Wesley Verhoek lacht luid. Of Jordy Clasie, die twijfelt tussen een blikje kaviaar of een cd van het Tsjevalni-koor, maar zich uiteindelijk met een fles ouderwetse wodka bij de kassa meldt. Krepkaya, pure wodka van de oude communisten. Dat zal zijn vader leuk vinden, met van die Russische letters op het etiket. De winkelmevrouw, een babouschka met meer snorharen dan Clasie, is echter onverbiddelijk. Het stampvoeten van de kleine middenvelder maakt geen indruk op Svetlana. Met veel handgebaren en drie woorden Duits maakt ze het duidelijk: hier wordt geen sterke drank aan pubers verkocht.
En dat Ronald Koeman dan tegelijkertijd een persconferentie houdt in een veel te kleine ruimte onder de hoofdtribune. In een peloton microfoons verkondigt hij zijn nieuwe waarheid:
"Ja, ook op het middenveld. Jordy Clasie bijvoorbeeld. Hij moet stappen zetten. Hij moet anders het duel ingaan. Mannelijker."
Prachtige beelden, de selectie van Koeman op een vrije namiddag dolend door de binnenstad van Krasnodar. Schouder aan schouder slenteren over een groot plein. Hand in hand kameraden op z'n Russisch. Bij het metershoge standbeeld van een oude Tsaar stoot Erwin Mulder Mathijsen aan. "Is dat Poetin?" De doelman van Feyenoord lijkt meer op Ed de Goeij dan hem lief is.
Of de jacht op souvenirs. Martins Indi in een oud winkeltje met een bontmuts voor de spiegel. Wesley Verhoek lacht luid. Of Jordy Clasie, die twijfelt tussen een blikje kaviaar of een cd van het Tsjevalni-koor, maar zich uiteindelijk met een fles ouderwetse wodka bij de kassa meldt. Krepkaya, pure wodka van de oude communisten. Dat zal zijn vader leuk vinden, met van die Russische letters op het etiket. De winkelmevrouw, een babouschka met meer snorharen dan Clasie, is echter onverbiddelijk. Het stampvoeten van de kleine middenvelder maakt geen indruk op Svetlana. Met veel handgebaren en drie woorden Duits maakt ze het duidelijk: hier wordt geen sterke drank aan pubers verkocht.
En dat Ronald Koeman dan tegelijkertijd een persconferentie houdt in een veel te kleine ruimte onder de hoofdtribune. In een peloton microfoons verkondigt hij zijn nieuwe waarheid:
"Ja, ook op het middenveld. Jordy Clasie bijvoorbeeld. Hij moet stappen zetten. Hij moet anders het duel ingaan. Mannelijker."
zaterdag 8 juni 2013
De keizer van San Cesario
Giacomo is oprecht verbaasd. Als de arm van een pick-up lift hij zijn hand van de huid, schuimdruppels druipen van het mes. Stoppels, hard als staaldraad, krijgen even rust.
"Mama mia, 27 doelpunten? Werkelijk waar, Graziano?"
"Si, 27 keer, mijn vriend. Vaak zingen ze mijn naam."
De hand landt weer naast het oor. Gestuurd door een vaste motoriek maait het scheermes de kin. Giacomo, al veertig jaar barbier aan het dorpsplein van San Cesario di Lecce, is onder de indruk. De peuter die ooit zijn zaak binnenwandelde voor het bijpunten van het piekhaar, verhaalt nu in zijn kappersstoel over voetbalavonturen in een ver land.
Een kwartier later, als de kapper zijn vloer veegt en de lotion als een niet aflatende voorstopper in de huid bijt, bekijkt Pellè aandachtig zijn spiegelbeeld. De kin, gladder dan het Lago di More in december, verzendt een korte knik ter goedkeuring. Dan verlaat hij kordaat de kapsalon.
"Grazie, Giacomo! Ciao!"
"Arriverderci, Graziano!"
Met zekere tred steekt Pellè het dorpsplein over. Giacomo door zijn etalageruit, Paolo in de kiosk, Allesandro in zijn ijsstalletje met zelfgemaakt notenijs en de oude mannen die op het bankje dagelijks met bewondering de strapatsen van Berlusconi beschouwen, zij allen zien het. Hij schrijdt over het plein als een vorst, een heerser uit het oude Rome. Het hoofd geheven, heldere blik, de schouders recht. Een streep, strak als een zestienmeterlijn, scheidt zijn zwarte haar in tweeën. Alsof zijn leven twee delen kent: het verleden en de gouden toekomst. De mensen van San Cesario, ze zijn allen onder de indruk. Graziano Pellè, de spits die elke zomer terugkeert naar hun dorp, loopt dit jaar anders over het plein.
Hij loopt als een spits die scoort.
"Mama mia, 27 doelpunten? Werkelijk waar, Graziano?"
"Si, 27 keer, mijn vriend. Vaak zingen ze mijn naam."
De hand landt weer naast het oor. Gestuurd door een vaste motoriek maait het scheermes de kin. Giacomo, al veertig jaar barbier aan het dorpsplein van San Cesario di Lecce, is onder de indruk. De peuter die ooit zijn zaak binnenwandelde voor het bijpunten van het piekhaar, verhaalt nu in zijn kappersstoel over voetbalavonturen in een ver land.
Een kwartier later, als de kapper zijn vloer veegt en de lotion als een niet aflatende voorstopper in de huid bijt, bekijkt Pellè aandachtig zijn spiegelbeeld. De kin, gladder dan het Lago di More in december, verzendt een korte knik ter goedkeuring. Dan verlaat hij kordaat de kapsalon.
"Grazie, Giacomo! Ciao!"
"Arriverderci, Graziano!"
Met zekere tred steekt Pellè het dorpsplein over. Giacomo door zijn etalageruit, Paolo in de kiosk, Allesandro in zijn ijsstalletje met zelfgemaakt notenijs en de oude mannen die op het bankje dagelijks met bewondering de strapatsen van Berlusconi beschouwen, zij allen zien het. Hij schrijdt over het plein als een vorst, een heerser uit het oude Rome. Het hoofd geheven, heldere blik, de schouders recht. Een streep, strak als een zestienmeterlijn, scheidt zijn zwarte haar in tweeën. Alsof zijn leven twee delen kent: het verleden en de gouden toekomst. De mensen van San Cesario, ze zijn allen onder de indruk. Graziano Pellè, de spits die elke zomer terugkeert naar hun dorp, loopt dit jaar anders over het plein.
Hij loopt als een spits die scoort.
donderdag 14 maart 2013
Voorjaarskriebels, part two
De boomtoppen rondom de Herdgang zuchten onder een nieuwe laag sneeuw. Een ijzige wind snijdt over het trainingscomplex. In volle ren kijkt Dries Mertens angstig over zijn schouder. Altijd oppassen voor een tik van Toivonen op de enkels. De blonde Zweed, op vrije avonden een kittige tapdanser in een boyband, kan op het veld elk moment veranderen in een tbs'er op proefverlof. In het strafschopgebied zet Hutchinson zijn bevroren voeten tegen Mertens' voorzet. Zijn schot belandt met een boog op de Oirschotsedijk. Het ontgaat Hiljemark. De nieuweling zit verstild in de dug-out. Starre blik, ijspegels aan de neus. Hij kwam naar PSV voor een gooi naar de top. Langzaam, als een verdwaalde alpinist, sterft hij de bevriezingsdood. Dick Advocaat werkt langs de lijn driftig aan een reddingsplan. Besmuikt, met zijn hand voor de gsm, spreekt hij zijn zaakwaarnemer.
"CSKA? Dynamo ook niet? Probeer Torpedo dan maar."
Nee, dan Rotterdam.
Honger waait over het trainingsveld van Feyenoord. De talenten schurken als een groep speelse welpen tegen elkaar. Martins Indi bijt in de staart van Vilhena. Schaken huppelt met Clasie over het gras. Mulder lacht zelfs. Langs de lijn staat Ronald Koeman genoegzaam toe te kijken. Boëtius tikt de trainer op de schouder.
"Sorry meneer, ik moest naar de ortho. Wat zijn we aan het doen?"
"We hebben plezier, jongen."
Gretig springt de buitenspeler in het partijtje. Vrolijk dartelt hij langs Janmaat en zet voor. De spits zet zijn strakke zijscheiding tegen de bal en kopt binnen. Opwinding dampt van de hoofden. Links en rechts gaan handschoenen uit. Door herwonnen geloof stijgt de temperatuur bij Feyenoord. De sneeuw, op een hoop geschoven langs het speelveld, is er niet tegen bestand. In Rotterdam is de lente al lang begonnen.
"CSKA? Dynamo ook niet? Probeer Torpedo dan maar."
Nee, dan Rotterdam.
Honger waait over het trainingsveld van Feyenoord. De talenten schurken als een groep speelse welpen tegen elkaar. Martins Indi bijt in de staart van Vilhena. Schaken huppelt met Clasie over het gras. Mulder lacht zelfs. Langs de lijn staat Ronald Koeman genoegzaam toe te kijken. Boëtius tikt de trainer op de schouder.
"Sorry meneer, ik moest naar de ortho. Wat zijn we aan het doen?"
"We hebben plezier, jongen."
Gretig springt de buitenspeler in het partijtje. Vrolijk dartelt hij langs Janmaat en zet voor. De spits zet zijn strakke zijscheiding tegen de bal en kopt binnen. Opwinding dampt van de hoofden. Links en rechts gaan handschoenen uit. Door herwonnen geloof stijgt de temperatuur bij Feyenoord. De sneeuw, op een hoop geschoven langs het speelveld, is er niet tegen bestand. In Rotterdam is de lente al lang begonnen.
zaterdag 2 maart 2013
Debuut
Jongste was jarig. Verguld keek hij naar het verjaardagscadeau dat hij in zijn bed uitpakte: 4 voetbalkaartjes. Het resultaat van zijn vraag, een paar weken geleden aan tafel. Het kwam uit het niets.
"Papa, wanneer gaan we een keer naar het stadion?"
"Waar zou je naar toe willen dan?" in mijn stem was de opwinding te horen.
Jongste begon het voetbal net te zien als een grote snoepwinkel en nu drukte hij zijn neus op de etalageruit. Ik hield mijn adem in. Wat ging hij kiezen? Een avondje NAC? Niet te versmaden. Naar de Arena? Een ongekend avontuur. Desnoods kwam hij uit bij PSV, godbetert. Met de vastberaden blik van een minister in crisistijd kwam het besluit.
"Naar Feyenoord."
Prachtig. Moulijn of een kromme bal van Van Hanegem, hij heeft nooit van de helden gehoord. De wuivende lok op het hoofd van Treijtel, de goals van Mike Obiku? Ver voor zijn tijd. Jongste heeft geen weet van het verleden in Rotterdam-Zuid, maar zijn besluit stond vast: hij wilde naar de Kuip.
Het gezin is inmiddels in rep en roer. Oudste vanwege de after party (happy meal), zijn moeder door de zwoele blik van Pellè (Graziano maakt meer onveilig dan alleen het strafschopgebied) en jongste voor de spanning van 'de eerste keer'. Hij kan niet wachten. Het zingen van de massa, het kolken op de rangen. Ik zal naast hem staan als het Legioen als een roofdier aan hem snuffelt. En ik zal zijn hand vasthouden als Pellè scoort. Meedogenloos zal hij worden verslonden. Een kantelmoment in zijn nog jonge leven; voor altijd zingt het hand in hand kameraden in zijn hoofd.
Gelukkig overziet hij de afgrond niet.
Je hart verliezen aan Feyenoord is een wreed lot: een enkele vreugdevolle dag als een Zweed scoort in San Siro of als alle vrije trappen van Van Hooydonk doel treffen. Voor de rest is het zwemmen tegen de stroom in, seizoenenlang worstelen, strompelen naar de streep, je wapenen tegen de hoon. Maar ik zal waken over zijn lijden.
Zes jaar en nu al verloren.
"Papa, wanneer gaan we een keer naar het stadion?"
"Waar zou je naar toe willen dan?" in mijn stem was de opwinding te horen.
Jongste begon het voetbal net te zien als een grote snoepwinkel en nu drukte hij zijn neus op de etalageruit. Ik hield mijn adem in. Wat ging hij kiezen? Een avondje NAC? Niet te versmaden. Naar de Arena? Een ongekend avontuur. Desnoods kwam hij uit bij PSV, godbetert. Met de vastberaden blik van een minister in crisistijd kwam het besluit.
"Naar Feyenoord."
Prachtig. Moulijn of een kromme bal van Van Hanegem, hij heeft nooit van de helden gehoord. De wuivende lok op het hoofd van Treijtel, de goals van Mike Obiku? Ver voor zijn tijd. Jongste heeft geen weet van het verleden in Rotterdam-Zuid, maar zijn besluit stond vast: hij wilde naar de Kuip.
Het gezin is inmiddels in rep en roer. Oudste vanwege de after party (happy meal), zijn moeder door de zwoele blik van Pellè (Graziano maakt meer onveilig dan alleen het strafschopgebied) en jongste voor de spanning van 'de eerste keer'. Hij kan niet wachten. Het zingen van de massa, het kolken op de rangen. Ik zal naast hem staan als het Legioen als een roofdier aan hem snuffelt. En ik zal zijn hand vasthouden als Pellè scoort. Meedogenloos zal hij worden verslonden. Een kantelmoment in zijn nog jonge leven; voor altijd zingt het hand in hand kameraden in zijn hoofd.
Gelukkig overziet hij de afgrond niet.
Je hart verliezen aan Feyenoord is een wreed lot: een enkele vreugdevolle dag als een Zweed scoort in San Siro of als alle vrije trappen van Van Hooydonk doel treffen. Voor de rest is het zwemmen tegen de stroom in, seizoenenlang worstelen, strompelen naar de streep, je wapenen tegen de hoon. Maar ik zal waken over zijn lijden.
Zes jaar en nu al verloren.
dinsdag 12 februari 2013
The art of fielding
Vandaag deed ik boodschappen. Bij het inparkeren van de auto, het muntje zoeken voor het boodschappenwagentje, het wegen van de broccoli; steeds zag ik het voor me. De boogbal van Boëtius. Het zit al dagen in mijn kop. Bij het koelvak stond ik naar een pak vruchtenyoghurt te staren, steeds opnieuw zag ik hoe de bal speels van zijn voet vertrok. Bij de koeken stond ik afwezig met een pak kletskoppen in mijn hand. Zag ik het zijnet weer bollen, doelman Esteban verslagen op de grond.
Als je niet beter weet is het een voetbeweging als duizend andere. Bryan Roy raakte ze vroeger zo, Beckham in Old Trafford, zelfs Darl Douglas is in staat met zo'n boogje de keeper te verschalken. Tientallen buitenspelers draaien de bal in de verre hoek zoals een piloot een Boeing aan de grond zet. Op routine. Maar het doelpunt van het Feyenoord-talent zingt al dagen als een nachtegaal in mijn hoofd, doordat er zo veel meer achter steekt. Lol. Geluk. Het schijnt door in de wijze waarop Boëtius problemen oplost. Levensvreugde. Twee potige middenvelders van AZ voor zijn neus? Hup, even frivool de bal onder de voetzool door. Een panna op een pleintje of een wedstrijd in een stadion? Voor Boëtius is het een manier van leven.
Precies zoals in 'The art of fielding', een roman van Chad Harbach. Hierin beschrijft hij hoe Henry, een spichtige honkballer, langzaam vergroeit met zijn handschoen. Door de liefde voor zijn sport en volledige toewijding leert hij alle geheimen van het honkbal en het leven kennen.
Bij de kassa plaats ik de afwastabletten en de schnitzels op de lopende band. Rustig wacht ik op mijn beurt. In gedachten zie ik Boëtius in blessuretijd weer het middenveld oversteken. Het Legioen veert in vertrouwen op: hun jongeling bezit de kunst van het veldspel.
"Zegels erbij?" hoor ik de caissière vragen.
"Huh?"
"Wilt u zegels?" verzucht ze geïrriteerd. Ze kijkt me aan als een vermoeide linksback die te vaak gepasseerd is. Ze snakt naar het eindsignaal, maar ze moet nog tot zes uur.
Niet iedereen beheerst de kunst van het veldspel.
Als je niet beter weet is het een voetbeweging als duizend andere. Bryan Roy raakte ze vroeger zo, Beckham in Old Trafford, zelfs Darl Douglas is in staat met zo'n boogje de keeper te verschalken. Tientallen buitenspelers draaien de bal in de verre hoek zoals een piloot een Boeing aan de grond zet. Op routine. Maar het doelpunt van het Feyenoord-talent zingt al dagen als een nachtegaal in mijn hoofd, doordat er zo veel meer achter steekt. Lol. Geluk. Het schijnt door in de wijze waarop Boëtius problemen oplost. Levensvreugde. Twee potige middenvelders van AZ voor zijn neus? Hup, even frivool de bal onder de voetzool door. Een panna op een pleintje of een wedstrijd in een stadion? Voor Boëtius is het een manier van leven.
Precies zoals in 'The art of fielding', een roman van Chad Harbach. Hierin beschrijft hij hoe Henry, een spichtige honkballer, langzaam vergroeit met zijn handschoen. Door de liefde voor zijn sport en volledige toewijding leert hij alle geheimen van het honkbal en het leven kennen.
Bij de kassa plaats ik de afwastabletten en de schnitzels op de lopende band. Rustig wacht ik op mijn beurt. In gedachten zie ik Boëtius in blessuretijd weer het middenveld oversteken. Het Legioen veert in vertrouwen op: hun jongeling bezit de kunst van het veldspel.
"Zegels erbij?" hoor ik de caissière vragen.
"Huh?"
"Wilt u zegels?" verzucht ze geïrriteerd. Ze kijkt me aan als een vermoeide linksback die te vaak gepasseerd is. Ze snakt naar het eindsignaal, maar ze moet nog tot zes uur.
Niet iedereen beheerst de kunst van het veldspel.
zondag 3 februari 2013
Knuffelen
Deze week was ik in Rotterdam. In een zijstraat van de Coolsingel kwam ik Giovanni van Bronckhorst tegen. Bij een terrasje stond ie een beetje te pielen met een bal en een olifant. Hij was groot, de olifant.
"Gio!" riep ik. Ik mag Gio zeggen.
"Hallo," zei Van Bronckhorst.
Ik keek met verbazing naar het beest naast de Feyenoord-trainer. Hij klemde de bal onder het grote lijf. Hij had kleine slagtanden en op de plek van zijn ogen zaten twee knopen. Van die witte, mijn vader had ze vroeger op zijn pyjama. Giovanni las mijn gedachten.
"Dit is Ollie. Mijn knuffel van vroeger. Ooit viel ie in het water. Ik was ontroostbaar, maar vorige week stond ie ineens weer voor mijn neus! Nu zijn we onafscheidelijk." Van Bronckhorst leek erg gelukkig.
Ik vond hem maar raar, Ollie. Egoïstisch ook, nog steeds klemde hij de bal onder zijn grijze buik.
"Is dat nou niet lastig," wilde ik weten, "Koeman assisteren met zo'n olifant? In de kleedkamer en zo?"
"De oudjes keken wel even op," zei Gio, "Mathijsen en zo. Kende ie niet in Malaga. Maar de jonkies zijn dol op Ollie."
"De jonkies?" vroeg ik.
"Ja, Boëtius en Clasie. Vilhena ook. Ze zouden Ollie graag een nachtje mee naar huis nemen. Van Koeman mag het als ze twee keer scoren."
Vandaag won Feyenoord bij Willem II. Tony Vilhena scoorde twee keer. Hij ontweek zijn ploeggenoten en rende juichend naar de camera. Met zijn handen maakte hij een hartje en verzond hij een kus. Vilhena wil niet juichen met Pellè en Verhoek.
Hij wil knuffelen met Ollie.
"Gio!" riep ik. Ik mag Gio zeggen.
"Hallo," zei Van Bronckhorst.
Ik keek met verbazing naar het beest naast de Feyenoord-trainer. Hij klemde de bal onder het grote lijf. Hij had kleine slagtanden en op de plek van zijn ogen zaten twee knopen. Van die witte, mijn vader had ze vroeger op zijn pyjama. Giovanni las mijn gedachten.
"Dit is Ollie. Mijn knuffel van vroeger. Ooit viel ie in het water. Ik was ontroostbaar, maar vorige week stond ie ineens weer voor mijn neus! Nu zijn we onafscheidelijk." Van Bronckhorst leek erg gelukkig.
Ik vond hem maar raar, Ollie. Egoïstisch ook, nog steeds klemde hij de bal onder zijn grijze buik.
"Is dat nou niet lastig," wilde ik weten, "Koeman assisteren met zo'n olifant? In de kleedkamer en zo?"
"De oudjes keken wel even op," zei Gio, "Mathijsen en zo. Kende ie niet in Malaga. Maar de jonkies zijn dol op Ollie."
"De jonkies?" vroeg ik.
"Ja, Boëtius en Clasie. Vilhena ook. Ze zouden Ollie graag een nachtje mee naar huis nemen. Van Koeman mag het als ze twee keer scoren."
Vandaag won Feyenoord bij Willem II. Tony Vilhena scoorde twee keer. Hij ontweek zijn ploeggenoten en rende juichend naar de camera. Met zijn handen maakte hij een hartje en verzond hij een kus. Vilhena wil niet juichen met Pellè en Verhoek.
Hij wil knuffelen met Ollie.
zondag 20 januari 2013
Lawinegevaar
In de voorbeschouwing op de topper in De Arena zwenkte de camera naar de tribune naast de nieuwe dug-out, het vak met oud-Ajacieden. Ineens was hij in beeld, Barry Hulshoff. Het markante hoofd bracht me terug naar de jaren zeventig. Ronnie Tober nam je nog serieus, er waren autoloze zondagen en Ajax veroverde Europa. Terwijl Cruijff voorin de wetten voor ruimte en tijd bijstelde, schakelde Hulshoff de spits van de tegenstander uit.
Dat was een bezienswaardigheid.
Barry Hulshoff had een kromme rug en bakkebaarden. In volle ren leek hij op een Deense dog met buikkramp. Die had hij thuis ook, een Deense dog. Hulshoff is de eerste voetballer die op zijn hond ging lijken. Na het journaal, als Joop den Uyl zijn politieke beleid had toegelicht, rende Barry in een reclamefilmpje met dat beest over het strand. Liet ie die hond tegen zijn lange lijf springen en aan zijn bakkebaarden likken. Dan trok Barry een blik Sjappie open.
Voetballers met hun hond in een commercial, het lijkt weer een trend. Na het avondeten stapt Frank de Boer met zijn Bordercollie door de buurt. Op speurtocht naar huiskamers waar Eredivisie Live op staat.
Pijnlijk, de trainer van Ajax heeft die schnabbels niet nodig. De klassieker toonde aan waarom. De Boer leidt zijn team kundig door de competitie. Viktor Fischer mag voorin aan ruimte en tijd sleutelen en Alderweireld schakelt met rechte rug de spits van de tegenpartij uit, waardoor Feyenoord geen voet aan de grond kreeg.
Na het derde doelpunt van Ajax brak de hemel open, maar het bleek om een laag sneeuw te gaan dat door het dak scheurde. De lawine bedekte de dug-out van Ajax, alsmede enkele oud-spelers, maar Frank de Boer toonde opnieuw zijn strategisch talent. Hij zette direct zijn speurhond in, zodat de meesten met de schrik vrijkwamen. Naar Barry Hulshoff wordt nog steeds gezocht.
Dat was een bezienswaardigheid.
Barry Hulshoff had een kromme rug en bakkebaarden. In volle ren leek hij op een Deense dog met buikkramp. Die had hij thuis ook, een Deense dog. Hulshoff is de eerste voetballer die op zijn hond ging lijken. Na het journaal, als Joop den Uyl zijn politieke beleid had toegelicht, rende Barry in een reclamefilmpje met dat beest over het strand. Liet ie die hond tegen zijn lange lijf springen en aan zijn bakkebaarden likken. Dan trok Barry een blik Sjappie open.
Voetballers met hun hond in een commercial, het lijkt weer een trend. Na het avondeten stapt Frank de Boer met zijn Bordercollie door de buurt. Op speurtocht naar huiskamers waar Eredivisie Live op staat.
Pijnlijk, de trainer van Ajax heeft die schnabbels niet nodig. De klassieker toonde aan waarom. De Boer leidt zijn team kundig door de competitie. Viktor Fischer mag voorin aan ruimte en tijd sleutelen en Alderweireld schakelt met rechte rug de spits van de tegenpartij uit, waardoor Feyenoord geen voet aan de grond kreeg.
Na het derde doelpunt van Ajax brak de hemel open, maar het bleek om een laag sneeuw te gaan dat door het dak scheurde. De lawine bedekte de dug-out van Ajax, alsmede enkele oud-spelers, maar Frank de Boer toonde opnieuw zijn strategisch talent. Hij zette direct zijn speurhond in, zodat de meesten met de schrik vrijkwamen. Naar Barry Hulshoff wordt nog steeds gezocht.
zaterdag 19 januari 2013
Grote boze wolf
"Wie is dat?" vroeg oudste. Hij wees naar een man met een woeste grijns op het televisiescherm.
"John de Wolf," zei ik.
Een beeldredacteur startte een filmpje van een skiër in een strakgetrokken pak die van een schans sprong.
"Is John de Wolf een schansspringer," vroeg oudste.
"Nee jongen, hij was een stoere verdediger van Feyenoord met lange haren. In de spelerstunnel beet hij in de neus van de tegenstander."
"Om te stoeien?"
"Nee, om de spits bang te maken."
Oudste haalde zijn schouders op. Hij luisterde verder naar de vragen van Matthijs aan de neusbijter, maar hij bleef met vragen zitten.
"Maar waarom gaat hij dan van een schans springen?"
"Tja, jongen, ik weet het eigenlijk niet."
Verbazingwekkend hoe snel kinderen hun ouders klem zetten met essentiële vragen. Wat drijft De Wolf om met een rotvaart van zo'n heuvel te springen? Roem? Aandacht? Hunkert hij naar een echo van een volle Kuip die hem aanbidt?
Is het geld? Belooft SBS6 een hoop poen waarmee de alimentatie verzacht wordt?
Op het beeldscherm werd opnieuw een filmpje gestart. Van vallende schansspringers deze keer. Oudste schrok.
"Oei, die valt hard!"
Zo'n doodsmak wens je inderdaad niemand toe. Zeker De Wolf niet. Ik zie hem liggen, met zijn gipsen been omhoog in een kille ziekenhuiskamer. Het omaatje met longontsteking tegenover hem, wil een praatje maken.
"Heeft het niet meegezeten?" vraagt ze met een kwetsbaar stemmetje.
Dan die vertwijfelde uithaal van het boegbeeld dat ooit de wereld aan zijn voeten had:
"Zuster!"
"John de Wolf," zei ik.
Een beeldredacteur startte een filmpje van een skiër in een strakgetrokken pak die van een schans sprong.
"Is John de Wolf een schansspringer," vroeg oudste.
"Nee jongen, hij was een stoere verdediger van Feyenoord met lange haren. In de spelerstunnel beet hij in de neus van de tegenstander."
"Om te stoeien?"
"Nee, om de spits bang te maken."
Oudste haalde zijn schouders op. Hij luisterde verder naar de vragen van Matthijs aan de neusbijter, maar hij bleef met vragen zitten.
"Maar waarom gaat hij dan van een schans springen?"
"Tja, jongen, ik weet het eigenlijk niet."
Verbazingwekkend hoe snel kinderen hun ouders klem zetten met essentiële vragen. Wat drijft De Wolf om met een rotvaart van zo'n heuvel te springen? Roem? Aandacht? Hunkert hij naar een echo van een volle Kuip die hem aanbidt?
Is het geld? Belooft SBS6 een hoop poen waarmee de alimentatie verzacht wordt?
Op het beeldscherm werd opnieuw een filmpje gestart. Van vallende schansspringers deze keer. Oudste schrok.
"Oei, die valt hard!"
Zo'n doodsmak wens je inderdaad niemand toe. Zeker De Wolf niet. Ik zie hem liggen, met zijn gipsen been omhoog in een kille ziekenhuiskamer. Het omaatje met longontsteking tegenover hem, wil een praatje maken.
"Heeft het niet meegezeten?" vraagt ze met een kwetsbaar stemmetje.
Dan die vertwijfelde uithaal van het boegbeeld dat ooit de wereld aan zijn voeten had:
"Zuster!"
Abonneren op:
Reacties (Atom)