dinsdag 19 juni 2018

Schorem

Okay, alle landen hebben één wedstrijd gespeeld. Robert Lewandovski en Sadio Mané deden op dinsdag nog een moedige poging, maar dé man van de eerste ronde op dit WK is al lang bekend: Mile Jedinak, de aanvoerder van Australië. Op zijn kin zit méér meer wildgroei dan op de complete kandidatenlijst van de PVV.
Op het WK, waar tatoeages op de keel en zorgvuldig geschoren haarlijntjes om de meeste aandacht schreeuwen, is de baard van Mile Jedinak een prachtige middelvinger. Tussen al die opgefokte reclamebelangen en persconferenties vol prietpraat, is de aanvoerder van de Socceroos een verademing. Onder al die gekkigheid volledig je eigen gang gaan, dan ben je een grote. Voor de wedstrijd Australië - Frankrijk kwam Jedinak achter zijn ploeggenoten als de leadgitarist van ZZ Top het veld op. Dat klonk ongeveer zo:
“Hé Griezmann, met je gekke juichgebaartjes met die vingertjes en die duimpjes, gaan we nog een beetje normaal doen? Pogba! Lapjeskat! Nog een kleurspoelinkje erbij of gaan we die bal eens even wegsteken? Oh, Umtiti, de handjes aan de bal? Mietje. Dan ros ik die penalty wel even binnen.”
Het Nederlandse voetbal schreeuwt om voetballers als Jedinak. Mannen die hun eigen gang durven gaan en lak hebben aan uiterlijk vertoon, het zou een WK een stuk dichterbij brengen. In Holland komen we niet verder dan Wout Weghorst, een blozende jongen met appelwangetjes en allle bijbelteksten van Johannes op de arm. Weghorst denkt dat je wedstrijden wint door stoer in de verte te staren. Gezichtsbeharing in Nederland gaat vaak niet verder dan de tweedagenbaard van Ronald de Boer. Te veel over nagedacht, voorgekauwde mode. Wat smakeloosheid betreft verdient het een plaatsje tussen spijkerbroeken met zorgvuldig aangebrachte kniescheuren en alle meubels van Ikea.
Ruud van Nistelrooy. Ja, hij zou het kunnen. Hij heeft stoppels waarmee je een schutting van ruw mahoniehout kaal schuurt, maar hij kiest voor de Braun op 3 en een vlekkeloos onderhouden kaaklijn. Dan sta je als Arie Boomsma de jeugd van PSV uit te leggen hoe ze moeten bewegen in het strafschopgebied.
Maar goed, Mile Jedinak dus. Nog twee wedstrijden zullen we hem zien spelen dit toernooi, als Robinson Crusoë verdwaald op het middenveld van Australië. Dat is ook wat je hem gunt na zijn voetbalcarrière, een onbewoond Bounty-eiland in de Stille Zuidzee. Ver weg van competities met krankzinnige geldbedragen en voetbaltoernooien in landen waar ze vliegtuigen met onschuldige toeristen uit de lucht schieten, vult hij zijn dagen met het knopen van een hangmat en het splijten van een kokosnoot. ‘s Avonds luistert ie naar het rustgevende geluid van de branding.
En dat ie zich dan pas scheert.

zaterdag 16 juni 2018

Crisis? What crisis?

Het WK voetbal van 2026 is deze week toegekend aan de Verenigde Staten, Canada en Mexico. Aan dit WK gaan 48 landen deelnemen. Ik houd wel van een beetje gekkigheid. Dat wil namelijk zeggen dat die Mannschaft hun eerste groepswedstrijd tegen Noord-Korea in Guadelajarra in de rust moet afbreken, omdat ze op tijd in het vliegtuig moeten zitten voor hun tweede poulewedstrijd in Montréal tegen Mongolië. Achtenveertig landen, dat zijn 12 poules van 4. Het is niet uitgesloten dat we dan in april al beginnen, met zo’n negen wedstrijden per dag. Mooi, nog voor het ontbijt de voorbeschouwing van Nieuw Zeeland tegen Finland met zo’n commercial van een buxusscherende Van Persie die een app verstuurt naar Neymar. Of Bayle. Of Buffon, dat mag ik kwijt zijn.
De openingsceremonie in 2026, je ziet het zo voor je. FIFA-voorzitter Infantino op de tribune geflankeerd door Trump en Kim Jun Un die elkaar duimpjes toespelen, omdat Dolly Parton op het veld wulps al haar hits staat te vertolken. En dat dan opnieuw Ronaldo aan de zijlijn verschijnt met een kind aan zijn zijde. De Braziliaanse Ronaldo is inmiddels dikker dan mijn tante Bertha uit Odiliapeel en die moet op de kermis inmiddels twéé kaartjes kopen om in de Hully Gully te worden toegelaten.
Want dat heeft het voetbal de laatste decennia geleerd. Het heeft twee absolute waarheden blootgelegd. De commercie heeft de sportiviteit op een onoverbrugbare achterstand gezet en voetbalsterren worden dik. CR7, die nu met Portugal iedereen aan flarden speelt, maar tijdens de openingsceremonie van 2026 met onderkin en een kind aan de hand naar de middenstip waggelt om 48 landen aan het WK voetbal te laten beginnen, zónder Nederland doordat de lichting van Frenkie de Jong zich tijdens de Play offs tegen Fiji-eilanden liet verrassen. Ja, dan is het pas écht crisis.

vrijdag 4 mei 2018

Lange Poten

In een warme zon, die de schroom eindelijk als een zware rugzak van zich afgooit, lees ik voor de caravan in het sportkatern. De voorbeschouwingen op de laatste competitieronde. De berichten over het degradatieduel van Sparta met Dickie Advocaat en het wel/niet aanblijven van Ziyech worden onderbroken door Oudste en Jongste die aan de campingtafel met hun moeder een oud-Hollands gezelschapsspel spelen.
“...6,7,8, Coolsingel! Koop ik!”
Terwijl Oudste gretig 32.000,- aftikt (denk aan Joop Munsterman in betere tijden), meldt een klassiek gezin (vader, moeder, zoon, dochter) zich aan de overkant van de straat bij de midgetgolfbaan. De ouders leven in ogenschijnlijke harmonie, hand-in-hand bewegen ze zich van baan 3 (Z-vorm) naar baan 4 (recht, met 2 verkeersheuveltjes), maar de zoon leeft in zware tijden: hij draagt het wedstrijdshirt van FC Twente. De jongen verdringt het schrikbeeld om na de zomer met Thesker, Drommel en Van der Lelie af te reizen naar Top Oss door zich vol overgave te richten op zijn puttechniek. Met de tong uit zijn mond noteert hij zijn score bij baan 7 (de looping, één onder par).
Jongste heeft ondertussen andere problemen. Zijn pion landt op Coolsingel, waar Oudste via projectontwikkeling op Spui, Plein en Lange Poten nu een hotel heeft staan. Met een beperkt stapeltje biljetten in zijn hand staart Jongste in de verte. Zijn leven is in duigen (denk aan Wout Weghorst die een wedstrijd verliest).
Het Twents gezin is inmiddels aanbeland bij baan 11 (kasteeltje met een tunnel). De zoon scoort opnieuw een bogey, maar de vader ligt languit naast de baan als hij over het opstaande randje struikelt. Het huwelijksbootje bevat scheuren aan stuurboord, want als vader met een grimas de lichaamsschade taxeert, ontfermt vrouwlief zich niet als Florence Nightingale over zijn bloedende knie. Integendeel, van pret slaat ze zich op de iets te smalle dijen (denk aan Navarone Foor die een gele kaart uitdeelt aan scheidsrechter Kamphuis).
Bij slotbaan 18 (via springschansje in het netje) is de crisis bij de Tukkers compleet: de zoon verknalt zijn topscore door alle zeven pogingen te missen, waarna van ellende zijn stok met een wilde zwaai dan maar in het netje verdwijnt. Een paar minuten later vertrekken ze in optocht naar hun bungalowtent; voorop het zusje, dan het verdriet van FC Twente, vervolgens de strompelende vader en tenslotte de moeder met haar neplach (denk aan het schoolplein in ‘De Luizenmoeder’).
Ook bij de caravan daalt de temperatuur sterk. Als Oudste zijn winsten telt, smijt Jongste Velperplein en Station Zuid over tafel. Boos verdwijnt hij in de caravan. Het is zijn moeder die doet wat moeders in zulke situaties horen te doen.
“Het is maar een spelletje, jongens,” zegt ze, terwijl ik de krant sluit.

woensdag 25 april 2018

Discutabel

Een wedstrijd fluiten, dat moet je kunnen. Na het beginsignaal starten twee ploegen hun goedbedoelde weg naar glorie, maar snel daarna ontaardt de voetbalmatch vaak in een schouwspel dat nog het meeste lijkt op ‘tweeëntwintig boeren op hol’. Houd dan maar eens het overzicht tussen een correcte sliding en een doodschop.
Mijn buurman van vroeger, die had het in de vingers. Hij kon, na een wedstrijd met twee gebroken benen, drie uitgetufte voortanden, een weggelopen grensrechter, 17 verwensingen (waarvan “Scheids! Zelfs Stevie Wonder ziet dat dat geen pingel is!” nog de beschaafdste was) en een gapend gat in de kleedkamerdeur, monter zijn auto op de inrit zetten en met frisgewassen haartjes zijn voetbaltas uit de kofferbak pakken:
“Zo, dat was weer een lekker potje op de zaterdagmiddag.”
Zelf heb ik het één keer geprobeerd. Bij een competitiewedstrijd van jongste bleek de scheidsrechter geblesseerd, waarna de leider met labradorogen aan mij kwam vragen of ik de fluit niet ter hand wilde nemen. Hoe moeilijk kon het zijn, zo redeneerde ik vol zelfoverschatting, zo’n wedstrijd tussen F’jes? Jochies die net de Donald Duck lezen en nog met hun moeder willen trouwen. Nog vóór de rust liep het potje uit de hand door een jonge hooligan die niets wilde weten van de vrije trap tegen: “Homo!”
Blijkbaar was de les dat een wedstrijd leiden best lastig kan zijn al weer weggegleden naar de diepste krochten van mijn geheugen (waar ook mijn schaamtevolle optreden bij de Mini-Playbackshow in groep 3 en mijn eerste blauwtje liggen opgeslagen; Maria, wiens pronte borsten al het testosteron in mijn lichaam tot leven wekte), want zaterdag stond ik als leider stuitend langs de lijn bij de uitwedstrijd van JO11-1. Het potje werd geleid door een struise 15-jarige blonde deerne, die ik vóór aanvang goedgemutst ‘een prettige wedstrijd’ wenste. Zij mij ook. Dat zij daar anders over dacht, bleek toen alle schouderduwtjes en correcte blocktackles werden afgefloten en élk twijfelgeval in het voordeel van haar thuisspelende ploeg werd uitgelegd. Mijn machteloosheid vertaalde zich in vertwijfelde armgebaren (denk aan Johan Cruijf in discussie met een scheidsrechter) en een enkele verbale oprisping die niet zou misstaan op een CDA-partijcongres (“Van twéé kanten bekijken, scheids!”). Ergens diep in de tweede helft was het meisje echter mijn nuanceringen beu. Met een schrille fluit legde ze het spel stil en ten overstaan van alle spelers én hun ouders, wees ze als Björn Kuipers in mijn richting en riep ze streng de stand van zake over het speelveld:
“Als die meneer nu niet snel zijn mond houdt, dan is daar de poort!”
Als een geslagen hond die moet toezien hoe de slager de worst gunt aan een schoothondje met een rode strik, zag ik hoe jongste en zijn vriendjes in het restant de wedstrijd uit handen lieten glippen.
Je mond houden tijdens de wedstrijd, ook dat moet je kunnen.

woensdag 7 maart 2018

The art to disagree

Al jaren kom ik bij slagerij Pigmans, ‘Voor als u van vlees houdt’. Afgelopen maandag stond ik in de rij achter Stijn Vreven. Terwijl de slager met de rust van een ouderling de saucijzen draaide, observeerde ik de kleine Belg. Knap, dacht ik, thuis een totempaal in je huiskamer, op je rug een grote indiaan getatoeeërd en dan toch NAC in de eredivisie houden. Maar de lieve vrede verdween toen hij aan de beurt was.
“Wat!? Hoezo geen zult!?”
De trainer van NAC zakte half door zijn knieën, hief zijn handen ten hemel en legde ze daarna weer op zijn voorhoofd. Daarna zocht ie steun bij mij.
“Dat is toch niet te geloven! Geen zult!!”
Gehaast dacht ik na of het kon, een slagerij zonder zult, maar Vreven ijsbeerde nu wild gebarend voor de vitrine, alsof daarmee de hoofdkaas tussen het rundsgehakt en de slavinken tevoorschijn zou komen.
Slager Pigmans was niet onder de indruk. Met een streng gebaar stuurde hij de eredivisietrainer de winkel uit. “Eh, vier sukadelappen graag,” stamelde ik, toen de rust in de slagerij was wedergekeerd.
Bij thuiskomst trof ik oudste op de bank, met in zijn hand zijn mobiele telefoon. Nadat ik het vlees in de koelkast had gelegd, lag hij er nog. En toen ik de auto had gewassen en het gehele huis had gestofzuigd, communiceerde meneer nog steeds vanaf de bank met de buitenwereld. Toen was ik het beu.
“Zeg, zou je niet eens snel gaan leren voor je proefwerk Frans? Naar boven!”
In alle rust ging oudste verder met het indrukken van zijn knopjes. Geen armen ten hemel, niks geen woest geschreeuw.
Heel even keek hij me aan. De blik van een gezagvoerder. Verheven. Totally in control. En waar ik me in godsnaam druk om maakte.