maandag 1 mei 2017

Dik


Buiten, aan de ontbijttafel met uitzicht op de akkervelden in het Geuldal, bespraken we de plannen voor de dag.
"Nou gewoon, weer zwemmen," zei oudste met de vanzelfsprekendheid van oranje tompoucen op Koningsdag. "Ja, en volleyen. En tafeltennissen!" antwoordde jongste. Op zijn kin plakten beschuitkruimels als discodip op een zomerijsje.
"We zouden ook naar Valkenburg kunnen gaan, daar zijn mergelgrotten, met rondleidingen en zo, "zei hun moeder met een opvallende pedagogische toon in haar stem. Voor de caravan viel een kleine pauze. Het was zo'n stilte die balanceerde tussen vaag ontluikende interesse en blinde paniek. Ik voelde me als de spelverdeler met de bal aan de voet, naarstig op zoek naar een opening in de vijandelijke verdedigingslinie. Mijn pass was splijtend.
"Of we gaan naar Racing Genk - Kortrijk."
De avond ervoor had ik op internet de mogelijkheden voor een voetbaluitstapje onderzocht. Dat wil zeggen, niét op onze kampeerplek waar de beloofde draadloze WiFi haperde als een jury-oordeel van Miss Montreal, maar bij de snackbar naast de receptie vond ik op het wereldwijde web thuiswedstrijden van Bayer Leverküsen en VFL Bochum. Omdat de WiFi ook wegviel toen ik de Belgische play-offs raadpleegde, stapte ik, op zoek naar de internetbron, de friettent binnen en dáár, achter de toonbank met cervela's en satékroketten, bijna met mijn iPad ín het frietvet, vond ik de wedstrijd van Racing Genk tegen Kortrijk, slechts dertig kilometer verwijderd van onze camping.
"Ja! Daar speelt Boëtius!" juichte oudste, die alle Europese ploegen als zijn broekzak kent. Jongste sprintte de caravan in en kwam om onduidelijke redenen twee tellen later terug met zijn AS Roma-replicashirt. "Wanneer gaan we?"
Hun moeder erkende haar nederlaag en kwam ook aan haar trekken. Want in de Luminus Arena verbaasde ze zich over de Dik Trom in de rij voor ons die in één helft een broodje braadworst met ajuin, twee zakken chips een gevulde heer, een snoepzak en drie Genkse doelpunten consumeerde. Zo had na een Limburgse vakantieweek, met zwemmen, tafeltennissen, heerlijk kneuterig koken in de voortent én een voetbalwedstrijd, iedereen zijn buikje rond.

dinsdag 25 april 2017

Samenhang

Op de dag van de streekderby Bladella-Reusel Sport zaten we 's ochtends in de kerk. Vroom, alsof ze er elke week kwamen, zaten de jongens tussen hun ouders en oma in, voor de jaarlijkse herdenkingsdienst van opa.
De mis werd opgeluisterd door het mannenkoor, een tiental kerels dat doordeweeks stoer met stenen op de steigers sjouwde of op kantoor de loonadministratie beheerde van het plaatselijke mengvoedersbedrijf. Nu toverden ze Gregoriaanse klanken uit hun keel alsof er een forse salarisverhoging op het spel stond.
Meneer Pastoor spande zich minder in. Met de rust van een gepensioneerde dokwerker begon hij aan de eerste lezing. Traag, want bij elke komma stopte hij vier seconden om de woorden van Johannes goed te laten neerdalen op de aanwezige parochianen. De moraal, bij tegenslag los je sámen de problemen op, raakte jongste echter allerminst.
"Saai!" fluisterde hij in mijn oor.
Hij had zijn hoofd niet zo staan naar morele adviezen, jongste was meer bezig met het hoofdstuk dat ná deze dienst begon: zijn jeugdteam mocht op het hoofdveld de voorwedstrijd spelen tegen de pupillen van Reusel Sport. Toen meneer Pastoor in zijn preek opnieuw begon over de deugd van samenhang in de gemeenschap, schuifelde hij al ongedurig van de ene bil op de andere.
"Hoe laat is het, pap?"
Ook ik begon me inmiddels zorgen te maken. Door de vele Gregoriaanse liederen en de devotie van meneer Pastoor, die tijd leek te rekken als een doelman met de bal aan de borst in de laatste minuut, kwam de verzameltijd van het team angstig dichtbij.
"Hoe lang duurt het nog, pap?" fluisterde jongste daarom toen de mensen om hem heen ter communie gingen. Ná het slotwoord van meneer Pastoor, maar nog vóórdat hij met een laatste hoofdknik het altaar verliet, verlieten jongste en ik de bank en spoedden we ons naar het sportpark.
Dáár volgde voor jongste en zijn maten een vroege achterstand en bleken de woorden van de priester profetisch. Want diep in de tweede helft van de voorwedstrijd werd die tegenslag sámen opgelost, door na een vloeiende aanval hard de gelijkmaker achter de keeper van Reusel te hameren. De hemel boven het hoofdveld brak open. Het leek op een goedkeurend knikje van Onze Lieve Heer.

zondag 26 maart 2017

De wetten

Nee, ik had het al snel door, daar in dat naargeestige Vasil Levski-stadion. Van het spel van Oranje moesten we het niet hebben. Daarom wipte ik steeds naar het puntje van mijn stoel als de Nederlandse dug-out in beeld kwam. Bondscoach Danny Blind beleefde daar zijn eigen Waterloo. Met zijn aantekeningenmap op schoot zat hij erbij als de professor quantumfysica die net vanuit de collegezaal een dodelijke vraag op zich afgevuurd zag worden:
"Maar meneer, u vergeet de Wet van Wilson. Het antwoord is niet 7, maar 314."
Jongste had weinig last van De Ondergang Van Het Nederlandse Voetbal. Met zijn voetjes op tafel, een prettig kussentje in zijn rug en een bakje paprikachips in de hand, voorzag hij het koningsdrama op het veld luchtig van commentaar.
"Goh, ze zijn een beetje te slap begonnen, hè pap?"
Meneer gooide even de Wet van Jaap Stam op tafel. De woorden waarmee hij en zijn ploegmaten die zaterdagochtend hun jeugdwedstrijd hadden verkwanseld. Nee, echt gezellig werd het niet, met zijn allen bij de buis.
Vanmorgen trof ik oudste en jongste opnieuw op de bank, toen ik beneden kwam. In pyjama, onderuit op de bank, de televisie op zo'n Nickelodeon-zender met een stompzinnige lachband als er niets te lachen valt en zeker niet op zondagmorgen, als mijn geliefde Nederlandse elftal op Titanic-achtige wijze op de bodem van de oceaan is terecht gekomen.
"Hup! Je kent de afspraak! 's Morgens eerst oefenen voor je typediploma!" snauwde ik, iets te chagrijnig. Maar oudste was niet onder de indruk.
"Ik heb het typen vanmorgen gemist, pap, vannacht is de klok een uur vooruit gezet."
Met de Wet van Humor brak oudste de zondag open.

donderdag 16 februari 2017

Schade

Er klinkt gegniffel als de groep het klaslokaal binnenstapt. Geroezemoes. De woorden 'Bladella', 'loterij', 'schandalig' zoemen rond als wespen die op het punt staan hun gif te spuien. De leerlingen kennen mijn banden bij de voetbalclub die deze dagen moet duiken voor rotte eieren en tomaten, omdat enkele jeugdleden vanwege een loterij-actie buiten de vereniging zijn gezet. Ik vrees dat er van mijn les over begrijpend lezen weinig terecht zal komen. Als iedereen zit, trekt een leuke kwajongen achterin de stoute schoenen aan:
"Hé meester, leuke club hè, dat Bladella?"
Dan is het spel op de wagen. We bekijken op de beamer de filmpjes van Omroep Brabant en PowNed, ik schrijf op het schoolbord de stelling "Een sportclub mag nooit jeugdspelers buiten de club zetten als ouders de afspraken niet nakomen" en zet enkele discussiestoelen neer. Er ontstaat een mooi schouwspel; met zinnige argumenten verwoorden de leerlingen hun meningen vanuit verschillende invalshoeken.
"Maar wat vindt u zelf eigenlijk van de hele ophef?", vraagt een meisje als de discussie na een poos doodbloedt. Dan ga ook ik op één van de discussiezetels zitten en vertel de groep over het loterijboekje van jongste, die in no time zijn boekje leeg had en dat ik anders dit contributiegeld met plezier aangevuld had, omdat dat besluit nu eenmaal op de algemene ledenvergadering was genomen. Ik ga dieper in op de zes weken dat er al gecommuniceerd is met betrokken ouders om op allerlei manieren toch maar tot een oplossing te komen. De woorden 'hoor' en 'wederhoor' laat ik vallen, 'nuance', 'internetrechtbank', 'stemmingmakerij' en 'consequent beleid voeren'.
Tegen het einde van de les stopt iedereen de boeken weer in de rugzak. Van begrijpend lezen is inderdaad niets terecht gekomen, maar de lucht is niet meer zwanger van venijn.
"Goh, dat wist ik allemaal niet," zegt een meisje tegen haar vriendin als ze het lokaal verlaten. Terwijl ik de computer afsluit, overdenk ik de les. Geen begrijpend lezen, maar een discussie met de kracht van het vrije woord als doelpuntenmaker. Op het slagveld, met jeugdspelers die niet langer mogen voetballen en clubvrijwilligers, mensen die de ziel vormen van élke sportvereniging, opgeknoopt aan de hoogste boom door vooropgezette meningen, is het slechts een schrale troost.
Maar het is tenminste iets.

dinsdag 14 februari 2017

Vergeten

Op dinsdagavond blader ik alsnog door de maandagkrant. Op weg naar zijn boek Engels voor het hoofdstuk 'irregular verbs', loopt oudste achterlangs en werpt een blik over mijn schouder op de grote foto in het sportkatern.
"Wie is dat?"
"Piet Keizer," zeg ik op plechtige toon, maar dat helpt niet.
Nonchalant haalt oudste zijn schouders op, waarna hij op zijn lijst met Engelse onregelmatige werkwoorden duikt.
Ik doe geen poging het uit te leggen. Waar moet je beginnen? Piet Keizer, dat was de linksbuiten van Ajax uit de tijd dat doelpalen van hout en vierkant waren. De televisie was zwart-wit en je had alleen Nederland 1 en 2. Ver voordat voetballers de aandacht trokken met tatoeages in de nek en rare juichmaniertjes, viel Piet Keizer op door met het kapsel van tante Annie en de oogopslag van een uitgebluste treinconducteur de schaar te perfectioneren. Iconisch beeld, Keizer die tegen Panathinaikos na een achteloze lichaamsbeweging de bal op het hoofd van Dick van Dijk zwiept. Prachtige combinatie ook, Piet Keizer in het oude Wembley.
Oudste heeft geen weet van lang vervlogen Europacupfinales. Zacht mompelend hamert hij de rijtjes in zijn hoofd ("to become, became, become, to have, had, had") voor de overhoring van morgen, als hij plotseling zijn huiswerk onderbreekt.
"Pap, wat heb jij voor mama gekocht voor Valentijnsdag vandaag?"
Zijn vraag wekt de aandacht van zijn moeder die achter ons de vaatmachine inruimt. Twee paar vragende ogen brengen me even van mijn stuk, maar ik herstel me snel.
"Voor Valentijn? Voor ons tweeën?" zeg ik als ik de krant dichtvouw, "De stad van de liefde natuurlijk, romantiek, hand in hand wandelen naar de Eiffeltoren."
"Gaan we naar Parijs?! Wanneer?"
"Over twee uur," zeg ik, als de cabaretier die perfect zijn oneliner plaatst, "Paris Saint Germain tegen Barcelona. De Champions League begint weer."
Maar de lach verstomt snel. Nog vóór de goal van Angel di Maria, die op Piet Keizerachtige wijze de score opent, zit ik alleen op de bank.