dinsdag 24 augustus 2010

Dennis fades away

Match of the day, laat op de zaterdagavond bij de BBC. Het is net als het blok kaas dat je jaar in jaar uit op woensdagmiddag haalt bij dezelfde marktkoopman. Weten wat je krijgt. Het format van het Engelse voetbalprogramma staat al jaren. Nooit meer iets aan doen. Vanuit de studio schakelt Gary Lineker lenig naar de wedstrijden op Stamford Bridge en Anfield Road. Een korte analyse van Alan Hansen en Alan Shearer, nog even ‘The goal of the month’ en ik heb weer een heerlijk uur gehad.
Afgelopen weekend ging ik er weer eens goed voor zitten. De Premier League was weer begonnen. Deze keer schoof ik al tijdens het ínstarten van het programma naar het puntje van mijn stoel.
De leader!
Ik zag Bobby Charlton weer terug op het veld, stond bij de scheidsrechter voor de toss. Geoff Hurst en David Beckham kwamen in een flits voorbij, Charlie Nicholas in een kopduel met John Terry. Helden van nu en vroeger waren ingenieus in één beeld gemonteerd, alsof ze met elkaar op het veld in duel gingen. Het ging maar door. Paul McGrath. Twee coaches langs de lijn: Jack Charlton en Mourinho. Steven Gerrard schoot op het doel van Neville Southall, Fernando Torres keek toe. Tony Adams, Kevin Keegan, David Ginola. Glenn Hodlle ontweek een tackle van Wayne Rooney. En mijn verbazing klom naar het hoogtepunt: George Best rukte op over links, hij wees en verstuurde de bal. In het volgende shot nam Eric Cantona de bal aan en stifte hem over de uitgelopen keeper. Best en Cantona juichten samen in één shot. Twee oude United- helden aan elkaar gelast. Het verleden van het Engelse voetbal samengevat in dertig seconden. Gary Lineker zou zeggen: “Outstanding!”
Toch schuilt hier een gevaar.
Het onheil van een geslepen vijand die loerend de glans van schoonheid poetst. De verzadiging. Uiteindelijk geldt voor de montagemensen van het Engelse voetbalprogramma hetzelfde als voor een chef-kok, die zuinig moet zijn met truffels om zijn topgerechten in balans te houden: ‘In der Beschränkung zeigt sich der Meister.’ Vijf keer per maand naar een voorstelling van Theo Maassen, dat is ook te veel van het goede.
Tussen al het visuele geweld van de leader zat ook de Bergkamp-pirouette. De beroemde treffer die hij maakte tegen Newcastle United. De sensatie destijds, toen de goal op televisie werd getoond, heb ik daarna nooit meer gevoeld. Tenminste niet bij een wedstrijd. We kunnen nog jaren stadions bezoeken en alle afleveringen van Studio Sport en Match of the day bekijken: mooier wordt het niet. Dit doelpunt is het summum van wat fysiek, technisch en natuurkundig mogelijk is op een voetbalveld. Liefhebbers die het zagen, kunnen ooit tevreden sterven. Het wordt een korte evaluatie, aan de hemelpoort.
“En, hoe was het aardse bestaan, de moeite waard?”, vraagt Petrus.
In een glijvlucht kijk je terug op je leven.
“Nou,…eh,… ik zag Bergkamp in St. James’ Park.”
“Oh, die zwier in 2002! Loop dan maar door!”
Ook Petrus blijkt een kenner.
En Dennis Bergkamps goddelijke ingeving zit nu in de leader van ‘Match of the day’. Daarmee kruipt het in mijn zaterdag-routine. ’s Morgens naar de supermarkt voor halfvolle melk en brood. ’s Middags het gras maaien en ’s avonds, nadat Van Peeperstraten Heracles – FC Groningen aankondigt, eindigt de dag met de Bergkamp-goal. De euforie die je ooit voelde zakt naar de emotie van de nieuwe Vara-gids. Die krijg je ook elke week in de schoot geworpen. Elke herhaling knabbelt aan de verbazing. De glorie van Dennis Bergkamp vervaagt.
Zo’n goal van Bergkamp gun je de jaren vijftig. Camera’s waren mondjesmaat aanwezig bij wedstrijden. Mooie overwinningen werden, door hen die in het stadion aanwezig waren, van dorp tot dorp doorverteld en kregen een steeds mooiere gloed. Bewijsmateriaal was niet voorhanden. Om de heldendaden te zien, moest je naar de bioscoop. Wekenlang met zware kisten sjouwen bij groenteman Van de Heuvel om het geld voor een kaartje bij elkaar te schrapen. Trillend stond je aan het loket voor een film van Jane Mansfield of Marylin Monroe. In het voorspel van ‘Too hot to handle’ zag je in het Polygoon-journaal eindelijk de goal waar al maanden over gesproken werd. De begeleidende stem kraakte, het klonk als een gedicht:
“….en hier legt de dekselse Dennis Bergkamp zijn nietsvermoedende tegenstander onnavolgbaar in den luren. Op grootse wijze opent hij de score, waarna de bordjes mochten worden verhangen. Hoezee!”
Zielsgelukkig zakte je terug in je bioscoopstoel. Je had het gezíen! Daarna, als toegift, mocht je nog anderhalf uur staren naar de vrolijke vormen van Jane Mansfield. Het kaartje bewaarde je na afloop als bewijs in je broekzak. Voor op het schoolplein, even achteloos op de grond laten vallen.
“Oeps, mijn kaartje. Gisteren naar de bios geweest.”
Dan de jaloerse blikken van de jongens uit de klas. Ze keken je aan alsof je de wereld in handen had.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten