Jongste kreeg een mailtje dat zijn dag versierde als een veld zonnebloemen een Franse wielerkoers. Via internet stelde 'Phoxy-club', de supportersvereniging van zijn favorieten, de vraag of hij aan de hand van een PSV-speler mee wilde lopen in de line-up voor de wedstrijd FC Utrecht-PSV. Jongste reageerde beschaafd ingetogen, als Harrie Potter die te horen heeft gekregen dat ie is toegelaten op Zweinstein.
"Yes!"
De magie sloeg meteen toe. Vanaf de bank staarde ie in de achtertuin, maar in zijn hoofd speelde de film af van het aankomende avontuur in de catacomben van de Galgenwaard. Tussen tien andere uitverkorenen om zich heen kijkend in de spelerstunnel, met aan het ene uiteinde een kleine blik op het stadion dat grommend de komst van de matadoren afwacht, aan de andere kant het getik van schroefnoppen op beton dat de komst van zijn helden aankondigt.
"Wie zal ik kiezen, pap?" Hij keek me aan met ogen in een ijssalon die op een zomerdag mogen kiezen uit vanille, aardbeien of stroopwafels uit grootmoeders tijd. Ik verwacht dat ie weinig te kiezen heeft, haastig een klauw van een PSV'er met de blik op oneindig in handen gedrukt krijgt, maar kies om de illusie voor hem in stand te houden.
"Pröpper," zei ik beslist. Jongste trok het gezicht van een garagehouder die een belachelijk bod krijgt op de Auto van de Week.
"Zoet?"
"Nee, die heeft handschoenen."
"Bruma?"
"Die is zo gróót."
"Guardado, dan?"
"Mmm, een beetje klein."
"Ik zou Luuk de Jong kiezen," zei oudste, vanuit het niets.
Dat was hem. Met Luuk de Jong gaat hij het veld oplopen, voorafgaand aan de wedstrijd van FC Utrecht tegen PSV. De rest van de dag communiceerde jongste per app met de buitenwereld en iedereen die voor zijn voeten liep, kreeg het verhaal van zijn loterijticket te horen.
's Avonds was de storm nog steeds niet gaan liggen. In de badkamer, met de pyjama al aan, zette hij de tandenborstel terug in het glas en keek zijn moeder aan.
"Zullen we even oefenen, mam?"
Daar liep ie, naast de spits van PSV, met verve gespeeld door zijn moeder. De gloed van zijn wangen zette het nauwe gangpad in een extra warm licht. Vlak voor de slaapkamer keek jongste omhoog naar De Jong.
"Goed spelen, hè, tegen Utrecht!"
In bed viel jongste opvallend snel weg in een diepe rust. Nog 16 nachtjes slapen.
zondag 24 januari 2016
vrijdag 22 januari 2016
Stijf
De week van sneeuw en winterkou trok een streep door de training van F1. Met de hulp van ouders werd op donderdagavond het gymzaaltje van de Franciscusschool geregeld. Het bracht me terug naar geheugenland, want op die school leerde ik lezen, schrijven en rekenen. De klaslokalen die ik op weg naar de kleedkamer passeerde, brachten zoete herinneringen: het hoekje van de herfsttafel, het lijntje boven het raam waaraan de aap-noot-mies-platen hingen en de Pippi Langkousstaartjes van het meisje dat voor me zat.
De efjes merkten niets van mijn weemoed. Als wespen op een glas ranja stortten ze zich op de ballenkar van het speelzaaltje. De schoten vlogen me om de oren. Nadat een rondootje en een paar techniekoefeningen rust hadden gebracht in hun dadendrang, was het tijd voor een andere parel uit het verleden: bankvoetbal.
Het zal ergens laat in de jaren zeventig geweest zijn dat meneer Wouters van den Oudeweijer, gymleraar op mijn oude middelbare school, aan het eind van een les met veel klauteren en touwklimmen, een verrassend voetbalspelletje introduceerde. Vier banken werden op de kant in de hoeken van de zaal gezet met telkens twee verdedigers ervoor. Als de bal jouw bank raakte, schoof je achteraan aan bij de wachtende duo's tegen de muur. Wat vervolgens ontstond was een wild spektakel met veel loopwerk, combinaties, passeerbewegingen en haastig gemaakte verbonden ("Zullen we samen op hen?"). Als beweging het hoofdingrediënt van de gymles moet zijn, vormde bankvoetbal de absolute taart. In mijn herinnering werd echter onze standaardvraag bij elke gymles ("Meneer, gaan we weer bankvoetballen?") steevast gepareerd door meneer Wouter van den Oudeweijer met een haffel speren of nog erger, de bak met kogels. Het kon niet verhinderen dat 'bankvoetbal' aansloot bij het gouden rijtje van middelbare schoolherinneringen, precies tussen de steekvlam bij een scheikundeproef die de kuif van meneer Van de Hurk verschroeide en de allereerste tongzoen in.
De kracht van het spel werd ook herkend door de spelers van F1. Okay, in de hoeken vier banken, duo's ervoor, een bal ertussen en gáán. In het kleine sportzaaltje van de Franciscusschool kwamen balaanname, druk zetten en passeren samen als een symfonie van Bach. Stomend was de inzet, bruisend het plezier. Opmerkelijk lang hield ik in het strijdperk stand aan de zijde van onze kleine rechtsback. Razendsnel weerden we aanvallen op onze bank af en sporadisch combineerden we een bres in vijandelijke linies, waarna met een verraderlijk puntertje tegenstanders uit het gevechtsfront werden geknikkerd. Als een puber van 14 gooide ik mijn spieren in allerlei bochten. Natuurlijk, op dit feest van herkenning kon alleen een enorme kater volgen. Met geen mogelijkheid kon ik vanmorgen mijn bed uitkomen.
De efjes merkten niets van mijn weemoed. Als wespen op een glas ranja stortten ze zich op de ballenkar van het speelzaaltje. De schoten vlogen me om de oren. Nadat een rondootje en een paar techniekoefeningen rust hadden gebracht in hun dadendrang, was het tijd voor een andere parel uit het verleden: bankvoetbal.
Het zal ergens laat in de jaren zeventig geweest zijn dat meneer Wouters van den Oudeweijer, gymleraar op mijn oude middelbare school, aan het eind van een les met veel klauteren en touwklimmen, een verrassend voetbalspelletje introduceerde. Vier banken werden op de kant in de hoeken van de zaal gezet met telkens twee verdedigers ervoor. Als de bal jouw bank raakte, schoof je achteraan aan bij de wachtende duo's tegen de muur. Wat vervolgens ontstond was een wild spektakel met veel loopwerk, combinaties, passeerbewegingen en haastig gemaakte verbonden ("Zullen we samen op hen?"). Als beweging het hoofdingrediënt van de gymles moet zijn, vormde bankvoetbal de absolute taart. In mijn herinnering werd echter onze standaardvraag bij elke gymles ("Meneer, gaan we weer bankvoetballen?") steevast gepareerd door meneer Wouter van den Oudeweijer met een haffel speren of nog erger, de bak met kogels. Het kon niet verhinderen dat 'bankvoetbal' aansloot bij het gouden rijtje van middelbare schoolherinneringen, precies tussen de steekvlam bij een scheikundeproef die de kuif van meneer Van de Hurk verschroeide en de allereerste tongzoen in.
De kracht van het spel werd ook herkend door de spelers van F1. Okay, in de hoeken vier banken, duo's ervoor, een bal ertussen en gáán. In het kleine sportzaaltje van de Franciscusschool kwamen balaanname, druk zetten en passeren samen als een symfonie van Bach. Stomend was de inzet, bruisend het plezier. Opmerkelijk lang hield ik in het strijdperk stand aan de zijde van onze kleine rechtsback. Razendsnel weerden we aanvallen op onze bank af en sporadisch combineerden we een bres in vijandelijke linies, waarna met een verraderlijk puntertje tegenstanders uit het gevechtsfront werden geknikkerd. Als een puber van 14 gooide ik mijn spieren in allerlei bochten. Natuurlijk, op dit feest van herkenning kon alleen een enorme kater volgen. Met geen mogelijkheid kon ik vanmorgen mijn bed uitkomen.
woensdag 23 december 2015
Oud en nieuw
Eind december is inderdaad de mooiste tijd van het jaar, maar dat komt vooral door de jeugdzaalvoetbaltoernooien. Niets leukers dan jeugdleden die, met de winterstop in de rug en het kerstdiner met familie in het vooruitzicht, op flitsende schoentjes en opgedeeld in topploegen als Arsenal, Barcelona en Bayern München door de sporthal rennen.
Jongste heeft hetzelfde virus. Vanaf de tribune zie ik dat hij met oudste en enkele voetbalmaatjes achter één van de doelen met een bal dolt en met een schuin oog de wedstrijd binnen de lijnen in de gaten houdt. Een jochie van enkele straten verderop, ingedeeld bij Real Madrid, passeert op fraaie wijze zijn directe tegenstander en schiet de bal binnen. Zelfs zijn juich komt overeen met die van Christiano Ronaldo.
Om me heen zitten ouders en andere belangstellenden te keuvelen.
"En? Hoe was jouw jaar eigenlijk?" vraagt een vader na een nieuw doelpunt van Real.
In gedachten herkauw ik zijn vraag. De wereld werd er in 2015 niet mooier op. Oorlogsbeelden en aanslagen kwamen letterlijk dichterbij en kropen als een gifslang mijn hoofd binnen. Geruzie en geschreeuw over de opvang van vluchtelingen. Tegenover de verwarring staat de harmonie in kleine kring. Ik heb beide ouders nog, de jongens doen het prima op school, omarmen met beide armen het leven en elke morgen word ik prettig wakker naast hun moeder.
"Nou, ik mag niet klagen," zeg ik als de ijscoman die de balans opmaakt na een zomerse dag op de markt.
De wedstrijd in de zaal wordt afgefloten. Real wint met 3-1. Achter het doel stoeit jongste met zijn vriendjes, maar ik zie oudste nergens. Ineens staat ie naast me, met een bezweet voorhoofd.
"Papa, ik wil ook bij het voetballen. Ik weet het zeker," zegt ie. Die zag ik niet aankomen. In ons voetbalverslaafde gezin is het oudste die met zijn gitaar en tennisracket, zijn danspassen, tekeningen en zijn toneeluitspattingen een gezonde culturele aandacht in leven houdt.
"Hoe gaan we dat tegen je moeder zeggen?" vraag ik hem, quasi serieus.
Even later, als Real Madrid het toernooi gewonnen heeft, verlaat ik met de jongens de sporthal. In rechte lijn op weg naar het kerstdiner, daarna het knalvuurwerk dat al het oude verdrijft en tenslotte het nieuwe jaar.
Ik heb er zin in.
Jongste heeft hetzelfde virus. Vanaf de tribune zie ik dat hij met oudste en enkele voetbalmaatjes achter één van de doelen met een bal dolt en met een schuin oog de wedstrijd binnen de lijnen in de gaten houdt. Een jochie van enkele straten verderop, ingedeeld bij Real Madrid, passeert op fraaie wijze zijn directe tegenstander en schiet de bal binnen. Zelfs zijn juich komt overeen met die van Christiano Ronaldo.
Om me heen zitten ouders en andere belangstellenden te keuvelen.
"En? Hoe was jouw jaar eigenlijk?" vraagt een vader na een nieuw doelpunt van Real.
In gedachten herkauw ik zijn vraag. De wereld werd er in 2015 niet mooier op. Oorlogsbeelden en aanslagen kwamen letterlijk dichterbij en kropen als een gifslang mijn hoofd binnen. Geruzie en geschreeuw over de opvang van vluchtelingen. Tegenover de verwarring staat de harmonie in kleine kring. Ik heb beide ouders nog, de jongens doen het prima op school, omarmen met beide armen het leven en elke morgen word ik prettig wakker naast hun moeder.
"Nou, ik mag niet klagen," zeg ik als de ijscoman die de balans opmaakt na een zomerse dag op de markt.
De wedstrijd in de zaal wordt afgefloten. Real wint met 3-1. Achter het doel stoeit jongste met zijn vriendjes, maar ik zie oudste nergens. Ineens staat ie naast me, met een bezweet voorhoofd.
"Papa, ik wil ook bij het voetballen. Ik weet het zeker," zegt ie. Die zag ik niet aankomen. In ons voetbalverslaafde gezin is het oudste die met zijn gitaar en tennisracket, zijn danspassen, tekeningen en zijn toneeluitspattingen een gezonde culturele aandacht in leven houdt.
"Hoe gaan we dat tegen je moeder zeggen?" vraag ik hem, quasi serieus.
Even later, als Real Madrid het toernooi gewonnen heeft, verlaat ik met de jongens de sporthal. In rechte lijn op weg naar het kerstdiner, daarna het knalvuurwerk dat al het oude verdrijft en tenslotte het nieuwe jaar.
Ik heb er zin in.
vrijdag 11 december 2015
Opvoeden
Sinterklaas bracht dit jaar een set onderbroeken, een pizzasnijder en een gloednieuw tijdschrift, Santos. Het ligt al dagen nadrukkelijk in het zicht, want het voetbalblad heeft op mij dezelfde aantrekkingskracht als een koud glas bier op een drukkende zomerdag.
Op de voorpagina staat een jonge voetballer, gestoken in een kort zwart broekje en een prachtshirt van het Argentijnse elftal. Het zweet parelt op het voorhoofd. Vanonder een bos krullen zoeken scherpe ogen, die later vertroebelden door cocaïne en verkeerde vrouwen, naar gaten achter de vijandelijke verdediging.
"Wie is dat?" vraagt jongste als hij langs de salontafel loopt.
"Maradona," mompelt zijn broer, "Diego Maradona."
Voetbalgrootheden, of ze nu Zinedine Zidane, Dennis Bergkamp, Pelé of Van Peppen heten, oudste legt ze net zo achteloos op tafel als Ed de Goey een puzzel van 1000 stukjes.
Omdat er bij jongste geen belletje gaat rinkelen, pak ik de laptop erbij en tik op YouTube het filmpje aan van de slalom waarmee hij in 1986 het Engelse elftal verscheurde. Geen reactie. Het hooghouden met losse veters op de klanken van Opus. Dat heeft ie eerder gezien. "Dat is hands," zegt jongste, bij de beelden van de Hand van God. De geschiedenisles wordt afgesloten met een goal op het WK van '94 waarna Maradona met gedrogeerde blik bijkans de camera in loopt.
"Wat vind je ervan?" vraag ik, als ik de computer dichtklap.
"Best goed," zegt jongste op een toon waarop in de Tweede Kamer een oordeel over het minimumjeugdloon wordt geveld, "maar Luuk de Jong is beter."
Luuk de Jong? De spits van PSV beter dan de aanvoerder die Argentinië naar de wereldtitel leidde? Dat is water verkiezen boven champagne. Zeggen dat een weekendje Leiden leuker is dan een strandweek op Mallorca. Luuk de Jong, die zie ik op een regenachtige middag een potje scrabblen met zijn schoonmoeder, Diego beweegt zijn neusgat op zo'n moment langs een lijntje coke op de linkerborst van een dronken hoer.
"Tuurlijk, jongen," antwoord ik. Op mijn schoot sla ik voor de zoveelste keer die week de Santos open. Ik kan leven met zijn keuze.
Op de voorpagina staat een jonge voetballer, gestoken in een kort zwart broekje en een prachtshirt van het Argentijnse elftal. Het zweet parelt op het voorhoofd. Vanonder een bos krullen zoeken scherpe ogen, die later vertroebelden door cocaïne en verkeerde vrouwen, naar gaten achter de vijandelijke verdediging.
"Wie is dat?" vraagt jongste als hij langs de salontafel loopt.
"Maradona," mompelt zijn broer, "Diego Maradona."
Voetbalgrootheden, of ze nu Zinedine Zidane, Dennis Bergkamp, Pelé of Van Peppen heten, oudste legt ze net zo achteloos op tafel als Ed de Goey een puzzel van 1000 stukjes.
Omdat er bij jongste geen belletje gaat rinkelen, pak ik de laptop erbij en tik op YouTube het filmpje aan van de slalom waarmee hij in 1986 het Engelse elftal verscheurde. Geen reactie. Het hooghouden met losse veters op de klanken van Opus. Dat heeft ie eerder gezien. "Dat is hands," zegt jongste, bij de beelden van de Hand van God. De geschiedenisles wordt afgesloten met een goal op het WK van '94 waarna Maradona met gedrogeerde blik bijkans de camera in loopt.
"Wat vind je ervan?" vraag ik, als ik de computer dichtklap.
"Best goed," zegt jongste op een toon waarop in de Tweede Kamer een oordeel over het minimumjeugdloon wordt geveld, "maar Luuk de Jong is beter."
Luuk de Jong? De spits van PSV beter dan de aanvoerder die Argentinië naar de wereldtitel leidde? Dat is water verkiezen boven champagne. Zeggen dat een weekendje Leiden leuker is dan een strandweek op Mallorca. Luuk de Jong, die zie ik op een regenachtige middag een potje scrabblen met zijn schoonmoeder, Diego beweegt zijn neusgat op zo'n moment langs een lijntje coke op de linkerborst van een dronken hoer.
"Tuurlijk, jongen," antwoord ik. Op mijn schoot sla ik voor de zoveelste keer die week de Santos open. Ik kan leven met zijn keuze.
zondag 22 november 2015
Nostalgie
Zaterdag was oudste jarig. De ochtend bracht een grote glimlach op zijn gezicht, want op tafel lag een herkenbaar ingepakt verjaardagscadeau: zijn mobiele telefoon. De middelbare school kietelt als een ganzenveer aan zijn leeftijd en in de puberwereld overleef je niet als je buiten de groepsapp valt.
Mijn vriendin en ik voelden ons ineens oud. Met weemoed daalden we af naar onze jaren tachtig. Uren brachten we kletsend door in het fietsenhok achter school. Op onze bagagedrager lag een leren boekentas met een ouderwetse ABBA-schoolagenda. Als je het huiswerk Duits niet had opgeschreven, was je de volgende dag de pineut bij meneer Spierts. De docent Duits trakteerde je op strafwerk (100 keer het rijtje 'mit, nach, bei, seit, von'), maar het lijkt zo veel leuker dan nu, waarin men met twee drukken op de gsm zo'n vergissing rechtzet en tegelijkertijd de naam van die leuke meid, schuin achterin bij biologie, wordt achterhaald.
Terwijl oudste thuis de geheimen van zijn nieuwe mobiel ontrafelde, namen zijn moeder en ik jongste mee naar het sportpark. De zegereeks van F1 kon namelijk een vervolg krijgen met de wedstrijd tegen UNA. Jongste en zijn vriendjes, ze gaan als de brandweer. Ook deze ochtend, want na een een voorzichtige eerste helft stootten ze in de tweede helft door naar een mooie overwinning, onder meer doordat jongste de score opent door een corner binnen te koppen.
Na de wedstrijd, in het gangetje buiten de overvolle kleedkamer waar F1 gillend de overwinning viert, voel ik ineens mijn binnenzak trillen. Op het beeldscherm zie ik een nieuwe aangemaakte groep met mijn vriendin, mezelf en oudste: 'Ons gezin'. De jeugd leert razendsnel. Het mobieltje van oudste kent na anderhalf uur al geen geheimen meer.
"Wat is het geworden?" vraagt oudste in de eerste app.
"4-0 winst. Kopdoelpunt jongste," antwoord ik met het duimpje omhoog.
Nog voordat ik mijn telefoon heb opgeborgen, stapt jongste met een lang gezicht uit de kleedkamer. Weg is de euforie over de zege. In zijn hand heeft hij de gsm van zijn moeder en in zijn hoofd stormen vele gedachten. Huilend tegen mijn buik waaien ze eruit.
"Ik wilde zélf tegen oudste zeggen dat ik met het hoofd heb gescoord!" schreeuwt hij.
Meteen realiseer ik me dat de jaren tachtig ook bij mij diep zijn weggezakt. Het is veel leuker om het elkaar gewoon te vertéllen.
Mijn vriendin en ik voelden ons ineens oud. Met weemoed daalden we af naar onze jaren tachtig. Uren brachten we kletsend door in het fietsenhok achter school. Op onze bagagedrager lag een leren boekentas met een ouderwetse ABBA-schoolagenda. Als je het huiswerk Duits niet had opgeschreven, was je de volgende dag de pineut bij meneer Spierts. De docent Duits trakteerde je op strafwerk (100 keer het rijtje 'mit, nach, bei, seit, von'), maar het lijkt zo veel leuker dan nu, waarin men met twee drukken op de gsm zo'n vergissing rechtzet en tegelijkertijd de naam van die leuke meid, schuin achterin bij biologie, wordt achterhaald.
Terwijl oudste thuis de geheimen van zijn nieuwe mobiel ontrafelde, namen zijn moeder en ik jongste mee naar het sportpark. De zegereeks van F1 kon namelijk een vervolg krijgen met de wedstrijd tegen UNA. Jongste en zijn vriendjes, ze gaan als de brandweer. Ook deze ochtend, want na een een voorzichtige eerste helft stootten ze in de tweede helft door naar een mooie overwinning, onder meer doordat jongste de score opent door een corner binnen te koppen.
Na de wedstrijd, in het gangetje buiten de overvolle kleedkamer waar F1 gillend de overwinning viert, voel ik ineens mijn binnenzak trillen. Op het beeldscherm zie ik een nieuwe aangemaakte groep met mijn vriendin, mezelf en oudste: 'Ons gezin'. De jeugd leert razendsnel. Het mobieltje van oudste kent na anderhalf uur al geen geheimen meer.
"Wat is het geworden?" vraagt oudste in de eerste app.
"4-0 winst. Kopdoelpunt jongste," antwoord ik met het duimpje omhoog.
Nog voordat ik mijn telefoon heb opgeborgen, stapt jongste met een lang gezicht uit de kleedkamer. Weg is de euforie over de zege. In zijn hand heeft hij de gsm van zijn moeder en in zijn hoofd stormen vele gedachten. Huilend tegen mijn buik waaien ze eruit.
"Ik wilde zélf tegen oudste zeggen dat ik met het hoofd heb gescoord!" schreeuwt hij.
Meteen realiseer ik me dat de jaren tachtig ook bij mij diep zijn weggezakt. Het is veel leuker om het elkaar gewoon te vertéllen.
Abonneren op:
Posts (Atom)