Posts tonen met het label Oranje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Oranje. Alle posts tonen

zondag 15 november 2020

Dag 87

Frank de Boer met een mondkapje op, dan houd je alleen wenkbrauwen over. In die zakken boven de ogen van de bondscoach lijkt de corona-ergernis van het gehele land te hangen. Dat maakt Frank de Boer de perfecte man voor het Nederlands elftal. Met teleurstelling zeggen dat in de tweede helft de afvallende bal te weinig werd gewonnen, daar hoort het gepijnigde gezicht van De Boer bij. Geen kwaad woord over Ronald Koeman, maar met het gezicht van de vorige bondscoach communiceer je toch anders. Als Koeman begon over ‘plaatsing in pot 2’ denk je toch eerder aan het kweken van kamerplanten bij Tuincentrum Koksma, dan aan een makkelijke loting voor het EK. Nee, de gelaatsuitdrukking van Frank de Boer schept mogelijkheden. Het leiden van Oranje omvat geen volledige werkweek. Die gaten kan hij opvullen met maatschappelijk werk. Frank de Boer als parkeerwacht, ik heb daar behoefte aan. Je auto op de stoep van de bakker zetten, en dan opgewacht worden door die nasale stem: “Wat zijn we hier aan het doen?” Maar het allerliefste zie ik Frank de Boer als assistent van Mark Rutte aanschuiven bij de persconferenties. Als Hugo de Jonge beweert dat we alleen sámen corona onder controle krijgen, zit je in je achterhoofd toch met die felgekleurde schoenen. Een volwassen man met twee suikerspinnen in Delftsblauw aan zijn voeten, zo’n minister geloof je niet. Het op de juiste manier aankondigen van nieuwe maatregelen, dat luistert nauw. Ik wil meer gewicht achter zo’n spreekstoeltje: “Illegale feesten zijn een aanval op de volksgezondheid,” uitgesproken met die monotone stem van De Boer: het is onze laatste kans om die waanzin alsnog te stoppen.

zondag 26 maart 2017

De wetten

Nee, ik had het al snel door, daar in dat naargeestige Vasil Levski-stadion. Van het spel van Oranje moesten we het niet hebben. Daarom wipte ik steeds naar het puntje van mijn stoel als de Nederlandse dug-out in beeld kwam. Bondscoach Danny Blind beleefde daar zijn eigen Waterloo. Met zijn aantekeningenmap op schoot zat hij erbij als de professor quantumfysica die net vanuit de collegezaal een dodelijke vraag op zich afgevuurd zag worden:
"Maar meneer, u vergeet de Wet van Wilson. Het antwoord is niet 7, maar 314."
Jongste had weinig last van De Ondergang Van Het Nederlandse Voetbal. Met zijn voetjes op tafel, een prettig kussentje in zijn rug en een bakje paprikachips in de hand, voorzag hij het koningsdrama op het veld luchtig van commentaar.
"Goh, ze zijn een beetje te slap begonnen, hè pap?"
Meneer gooide even de Wet van Jaap Stam op tafel. De woorden waarmee hij en zijn ploegmaten die zaterdagochtend hun jeugdwedstrijd hadden verkwanseld. Nee, echt gezellig werd het niet, met zijn allen bij de buis.
Vanmorgen trof ik oudste en jongste opnieuw op de bank, toen ik beneden kwam. In pyjama, onderuit op de bank, de televisie op zo'n Nickelodeon-zender met een stompzinnige lachband als er niets te lachen valt en zeker niet op zondagmorgen, als mijn geliefde Nederlandse elftal op Titanic-achtige wijze op de bodem van de oceaan is terecht gekomen.
"Hup! Je kent de afspraak! 's Morgens eerst oefenen voor je typediploma!" snauwde ik, iets te chagrijnig. Maar oudste was niet onder de indruk.
"Ik heb het typen vanmorgen gemist, pap, vannacht is de klok een uur vooruit gezet."
Met de Wet van Humor brak oudste de zondag open.

vrijdag 10 oktober 2014

Warmte

In de studio keuvelden Egbers, Van Marwijk en Van Bommel alsof ze in een kring op een verjaardagsfeest zaten. Alleen het schaaltje met kaas en worst ontbrak. Dat stond bij ons in de huiskamer, naast een kommetje met mosterd. De jongens hadden er zin in, zo'n potje van Oranje.
"Kazachstan, zijn die goed, pap?" vroeg oudste.
Ik wachtte even, omdat ik net een stuk ossenworst in mijn mond propte, maar het antwoord werd al op het beeldscherm gegeven.  
"Winst-plus," zei Hiddink.
"Ik ken geen enkele speler," bekende Van Bommel.
"Het wordt 6-0," voorspelde Bert van Marwijk.
Na het doelpunt van Afellay nestelde opluchting zich als een cadeau in een paardenbek, maar de sfeer daalde opnieuw toen jongste het laatste stukje kaas in zijn mond stak.
"Die was voor mij!" schreeuwde oudste. Hij wees nadrukkelijk naar zichzelf.
Jongste verstuurde enkele dodelijke blikken. "Hou je bek," beet hij zijn broer toe. Voor de zekerheid hield ie zijn hand voor zijn mond.
Na het laatste fluitsignaal vond ik het toch nodig om het even over de onverkwikkelijkheden te hebben. "Wat was dat nou, jongens, met dat kaasblokje?" 
"Ik word boos als ik niet het laatste stukje krijg," zei oudste.
"Och, dat gebeurt gewoon in het heetst van de strijd," vertelde jongste. Om de boodschap kracht bij te zetten, liepen ze daarna als vrienden de trap op.
Een kwartier later kwam mijn vriendin thuis van haar late dienst.
"Wat is het hier kil," zei ze.
  








zondag 13 juli 2014

Beste meneer Van Gaal,

Vanaf nu spreek ik u aan met meneer. In vier weken kan veel veranderen. Als ik u een maand geleden met Hans Kraay op televisie zag, met holle ogen en roodaangelopen wangen, zei ik nog gewoon Louis. 
"Doe eens even normaal, Louis." 
In vier weken kan héél veel veranderen. Vanmorgen zag ik mijn buurman van een paar huizen verderop. Zorgvuldig ontdeed hij zijn voortuin van de Nederlandse vlag en een lang lint met oranje vaantjes. Er stond een grote glimlach op zijn gezicht. Hij heeft genoten van het WK. We hebben allemáál genoten van het toernooi dat met rare slagroomspuiten en reuzehorloges begon, maar al snel werd overgenomen door de winst op Spanje, de slidings van Vlaar, de goals van Fer en Depay, de ontsnapping tegen Mexico, de wissel van Krul, het huilende zoontje van Robben en de hechtingen in de kruin van Kuijt. Het maakte veel los bij ons Nederlanders. Iets wat ver van binnen was weggestoken, iets wat onder een dikke laag cynisme en de sleur van vaste maandelijkse lasten lag te verstoffen. We waren vergeten dat het nog bestond, maar het WK bracht het naar boven. Als een vergeten doos uit een gelukkige jeugd waar je bij een verhuizing in de kelder plotseling op stuit.
Trots.
Mijn buurman voelde het vanmorgen, ik voel het, u gaat het merken dat iederéén het hier voelt. Het is hier vrolijker geworden, gezelliger. We zijn meer buiten en vragen hoe het met elkaar gaat, de lucht is blauwer, de vogeltjes fluiten harder en we wachten netjes op elkaar in het bushokje. Natuurlijk, we hebben nog steeds haast. Nu moeten de koffers weer snel gepakt voor een vakantie naar Zuid-Frankrijk, maar we zullen de campingeigenaar, een zure man met baret en een dun snorretje, dit jaar toch anders begroeten.
"Bonjour, monsieur Guillaume! Alors, ca va?"
U zorgde goed voor de jongens van Oranje. U zag hoe ze samen aan hetzelfde touwtje trokken. U keek goedkeurend toe hoe Robben een pingel aan Huntelaar gunde en u stond schouder aan schouder toen Romero de goede kant op dook. We keken allemaal toe hoe u een vader was die met geduld en liefde zag hoe zijn zonen mannen werden. 
De kopbalduik van Robin van Persie startte een adembenemende reis. Bedankt dat wij, 16 miljoen bondscoaches, op deze wonderlijke vlucht even mochten meevliegen.

Met vriendelijke groet, 

Pieter Abrahams

PS Om het WK-gevoel in de huiskamer nog even vast te houden kochten we een hondje. Een teckel. Die van ons heet Meneer Van Gaal.

zondag 22 juni 2014

Touwtrekken

Louis van Gaal doceerde op zondagavond hoe het Nederlands elftal de finale in Rio de Janeiro bereikt:
"We moeten allemaal aan hetzelfde touwtje trekken."
Dat is helder als een zomernamiddag op Gran Canaria. Alle spelers, fans, analisten, loodgieters, bejaarden en Bert Maalderink dienen slechts één belang voor ogen te hebben: het landsbelang. 
Ondertussen keken we naar België-Rusland. Aan de zijlijn stond Fabio Capello, de man die in de Russische kleedkamer aan de touwtjes trekt. Kijk, Dick Advocaat in Moskou, daar heb ik wel een beeld bij. Geef Dickie een hotelkamer en een stapel videobanden van de Cypriotische tweede divisie en je hebt geen kind aan hem. Maar Capello? Die is gewend aan pasta, zalm en veel glazen Chianti. Het enige waar ze in Rusland véél van hebben zijn medeklinkers. 
Russische oliebaronnen weten wel raad met een coach die bij het nationale team aan het verkeerde touwtje trekt. Na de late goal van de Belgen zit Fabio zó weer thuis in een buitenwijk van Rome. Op het balkon met zacht klinkende muziek van Ramazotti en een lekker bord spaghetti.
Goed aan de touwtjes trekken, dat moet je kunnen. Mijn vriendin weet er hier wel raad mee. Een geboren touwtjestrekker.
"Aan tafel!" verordonneerde ze na de wedstrijd van de rode duivels.
"Wat eten we?" vroeg ik.
"Chili," zei ze niet zonder venijn, "met pittig gehakt en rucola."
Louis van Gaal kan tevreden zijn. Ik woon hier met een vrouw naar zijn hart. Ze trekt samen met de bondscoach aan hetzelfde touwtje. De tegenstander van Oranje morgen? 
Die vreten we op.

maandag 16 juni 2014

Sta ik er goed op?

"Volgende!"
"Hallo, meneer."
"Hallo. Ga hier maar staan. Op de stip, ja. Naam?"
"Clasie, meneer."
"Klaassie?"
"Nee, Clasie meneer. Met een C."
"En je achternaam?"
"Dat is mijn achternaam, meneer. Ik heet Jordy. Wat gaat u doen?"
"We maken een filmpje voor de stadionborden, Jordy. Dan kan iedereen zien wie er gaan spelen. Let op: als het lampje brandt, kijk je streng in de camera en op mijn teken doe je je armen over elkaar. Comprendre?"
"Eh, ... lampje, ... teken, ... armen over elkaar. Ik geloof het wel, meneer."
"Okay, daar gaan we. Jordy Clasie, take one en .... action!"
"......."
"Je kijkt alsof je op schoolreis gaat, Jordy. Streng zei ik toch."
"Als het lampje brandt, zei u."
"Kijk, hier brandt het lampje."
"Oh sorry, meneer."
"Geeft niet, Jordy. Take two..... action!"
"........"
"Waarom doe je je armen niet over elkaar?"
"U zou een teken geven."
"Ik deed toch zó."
"Oh, was dat het teken? Sorry, meneer. Dit is mijn eerste WK, ziet u."
"Okay, take three.....action!"
"......."
"Waarom houd je je vinger onder je neus, Jordy."
"Ik voelde een nies opkomen, meneer."
"Take four....action!"

(veel later)
"Waarom schiet je in de lach?"
"Bruno staat daar gekke bekken te trekken, meneer. Hij moet na mij."
"VOOR DE LAATSTE KEER: LAMPJE, STRENG KIJKEN, ARM OVER ELKAAR! HOE MOEILIJK KAN HET ZIJN?"
"U hoeft niet zo boos te doen, meneer."
"TAKE TWENTYSEVEN, ..... ACTION!!"
"...................... sta ik er goed op, meneer?"
"UITSTEKEND!! Grrrrr. VOLGENDE!!"

woensdag 16 oktober 2013

Copacabana

Jongste zat vroeg in de morgen in pyjama op de bank. Op zijn schoot lag een opengeslagen atlas. "Waar ligt Brazilië eigenlijk, pap?"
Oudste was me voor. "In Zuid-Amerika, er is veel tropisch regenwoud."
Aan het gezicht van jongste kon ik zien dat die dichtbegroeide bossen hem niet zo veel deden. De dribbels van Robben en de goals van Van Persie, die hadden indruk op hem gemaakt en dat wilde hij van dichtbij meemaken.
"Is dat ver, Zuid-Amerika?" vroeg jongste weer.
"Ja, veel verder dan Frankrijk. Ook verder dan Schiphol," antwoordde oudste. Hij is goed in topografie.
Jongste reageerde niet, pakte zijn spaarrups van de kast en opende het luikje. Hardop begon ie te tellen. Ik droomde met hem mee: glinsterende stranden op de Copacabana, mooie gebronsde lijven met minuscule topjes, lekker voetvolleyen in de branding en in de namiddag naar de wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Bolivia.
"Vierentwintig euro, tachtig," zei jongste. Het muntje van 50 cent dat ie gisteren op de markt vond werd meegerekend.
Zijn moeder kwam nu ook naar beneden, met de kleren en de tandenborstels.
"Waarom is die spaarrups open?" vroeg ze.
"Hij wil in de zomer naar Brazilië. Naar het WK. Om naar Oranje te kijken," zei oudste. Hun moeder lachte het plan weg. Ze is van het nuchtere type.
"Oranje kijken?" vroeg ze. "Gewoon op de camping, in de voortent. Hup, aankleden!" Ze wierp de jongens beiden een setje kleren toe.
Met een zuur gezicht kleedde jongste zich aan. Hij keek naar zijn shirt: een oranje voetbalshirt met Van Persie achterop. Hij wist het. Dichterbij het Nederlands elftal zou hij voorlopig niet komen.

donderdag 21 maart 2013

Slagerij Pigmans

In de wachtrij voor vier slavinken en sukadelapjes, had de man voor me het helemaal gehad. "De kou? Ik ben er klaar mee," bromde ie, "het houdt maar niet op. Een pond gehakt graag, half om half." Hij knoopte zijn das nog wat strakker om de nek. 
Onderweg naar de winkel zag ik ze lopen, de mensen in het dorp. De schouders omlaag, de grauwe blik naar de grond. Maar op de achtergrond hoorde je de vogeltjes fluiten. En binnen, in de vitrine, glimlachten gemarineerde speklapjes. Nog even en de grillplaat kon weer van zolder.
De aanhoudende winter verlamt de blik, het maakt neerslachtig. We worden langzaam Bert Maalderink. Met een zure kop tegenover Louis van Gaal gaan staan en je ergeren aan die vervelende hangwangen. Diep zuchten bij het megalomaan geneuzel en niet zien dat hij een fris, nieuw Oranje kneedt. Niet doorhebben dat hij Maher bewust in de wachtkamer houdt. Pas in Brazilië mag de jonge middenvelder het orkest dirigeren.
In Friesland kunnen ze het ook, kniezen. Met knoestige koppen, diep weggestoken in de kraag van de jas, staan mompelen dat de sloten niet willen dichtvriezen en dat de fuut nog niet is gezien. Met de handen in de zakken snoeven over Heerenveen, voorheen een fraai skûtsje op het meer, dat nu met een gat in het voorsteven aan wal staat. De balcontrole van de backs laat te wensen over en de voorzitter ligt na een potje Grieks-Romeins worstelen met Johan Derksen in een wurgende houdgreep.   
En niemand die het ziet. Een jongen van de Balkan met een olijk gezicht, die als een ballerina over de velden danst. Fabelachtig lepelt ie ballen in de kruising. Misschien dringt het door, over twee jaar, als Benfica aan de hand van Djuricic door de Champions League dendert. Niet alleen bij Pigmans, ook in Friesland staan ze te mopperen in een weiland, onder de knotwilgen. Door het mismoedig hoofdschudden zien ze niet dat er een mooie roos tegen de stam groeit. Het is doodzonde.

zaterdag 7 juli 2012

Van Gaal, the musical

"Say-oe-ah-Ed-de-Goey, say-oe-ah-Ed-de-Goey!"
De oude cultheld komt weer tot leven. Iemand moet het doen. In het afwashok van onze camping in het zuiden van Frankrijk laat ik de hymne nog een keer door de ruimte schallen. Het is niet aan dovemansoren gericht; ik kom hier meer Nederlanders tegen dan op Utrecht Centraal. 
"Dat ie die bal van Branco maar had gepakt," bromt een kale meneer tegenover me, zonder van zijn sopje op te kijken. 
Niet de ode voor Ed die ik in gedachten had, dus gooi ik het over een andere boeg. 'Op een slof en en een oude voetbalschoen,' fluit ik uitdagend. Geen reactie. Ook de grote vent met zonnebril, twee meter naast me geeft geen sjoege. Dit vraagt om zwaarder geschut.
Op de wijs van 'Oh when the saints go marching in' gooi ik de knuppel in het hoenderhok: "Louis van Gaal, die heeft een schaal, Louis van Gaal die heeft een schaal!"
Raak. De kale man heft zijn afwasborstel en met een ferme zwaai verstuurt  hij een kledder sop in mijn richting. Flats, op mijn linkeroog. Ternauwernood zie ik het kopje aankomen dat de zonnebril verstuurt. Ik verschans me achter mijn teiltje en zoek de tegenaanval. Ik grijp een vork van het afdruiprek en mik op de kale. Tsjak! Mijn schot mist doel en boort zich trillend in de kurken wand achter hem. Deze afwassessie loopt uit de hand. Borden, messen, afdruiprekken en hele wasteilen vliegen door de ruimte. Een grillplaat schampt als frisbee mijn slaap. De strijd eindigt als de campingwacht met opgeblazen borst voor onze neus staat.
"Wat is hier in Godsnaam aan de hand," staat er dwingend in zijn ogen.
Na de nodige vredesonderhandelingen en excuses komen we er vanaf met een officiële waarschuwing. Dik de veertig gepasseerd, gezinshoofd, maar bijna van de camping gezet, doordat de KNVB zonodig Louis van Gaal opnieuw moet benoemen tot bondscoach.

donderdag 14 juni 2012

Deserteurs

De ochtend valt hard. Die ene seconde tussen slaap en bewustzijn, waarin je je eigen naam zoekt, bedenkt welke dag het is en op een rijtje zet wat er gisterenavond gebeurde, trekt een zware steen naar mijn maag. Tegelijkertijd hoor ik bedrijvigheid in de slaapkamer aan de voorkant. Vier kindervoetjes dribbelen haastig mijn kant op. Ik heb twee tellen besef ik, nu moet ik scherp zijn.
Gisterenavond gingen de jongens met hoorbare tegenzin naar boven. De grote kraker tegen de Duitsers behoorde vanwege het late uur niet tot de mogelijkheden.
"Welterusten, papa," prevelden ze toen ze de trap op gingen. Op de bank zagen ze ons zitten. Gretig en trots, de chips gereed op tafel, de vlag boven de televisie net zo hoog gespannen als onze verwachting. Toen nog wel.
De slaapkamerdeur zwaait open, in twee stappen staan ze naast ons bed. In de ogen van jongste zie ik Van Persie in de armen van Sneijder springen en mensen doldwaas met oranje pruiken door de straten dansen. 
"Wat heeft Nederland gedaan, papa?" vraagt hij, vol hoop.
Een fractie overweeg ik om de geschiedenis een draai te geven, zijn geluk  intact te laten. Maar op tijd vloeit wijsheid terug in mijn aderen, een verantwoordelijke taak rust op mijn schouders. Volwassen vertel ik ze de waarheid.
"Verloren jongens, de Duitsers waren veel beter."
Ook hun ochtend valt hard. Oudste produceert het bloopergeluid van een televisiequiz dat een verkeerd antwoord aangeeft. In het hoofd van jongste verandert vrolijk oranje in diepbedroefd donkerblauw. Daar gaat de kans om straks in zijn Kuijt-shirt de juf in de kring op de hoogte te brengen van 's lands glorie. Teleurgesteld kruipen ze tussen hun moeder en mij in, maar hun kinderleed duurt verrassend kort.
"Dan ben ik nu voor Duitsland," zegt jongste.
"Ja, die winnen wel," valt oudste hem bij.
Okay, that's the limit, voor de laatste keer gebruikte ik de waarheid.

zaterdag 2 juni 2012

Statler and Waldorf

De oefenwedstrijden van het Nederlands elftal richting het EK leverden weinig op. Manolev kan een bal dus ook vóór het doel afleveren, Stanislav Griga stond na twintig jaar weer in de Kuip en ook Noord-Ierland heeft God save the Queen als volkslied.
SBS6 probeert daarom het vuurwerk uit het randgebeuren te halen. Tijdens een redactievergadering was iemand op het lumineuze idee gekomen om John de Wolf op het stadionplein te zetten. De stoere voorstopper mocht items maken met Oranje-supporters. Het werd inderdaad erg grappig. Een sliding op volle snelheid tegen Romario blijkt makkelijker dan een zin uitspreken met meer dan vijf woorden naast een jolige stucadoor uit Olde Pekela. Als presentator op tv is De Wolf net zo op zijn plek als André Rieu in 't Maaskantje.
Hans Kraay jr. deed ook een duit in het zakje. Met zijn diepte-interviews op het veld breidde hij zijn collectie Funniest Homevideo's uit. Thuis had hij goed gestudeerd op zijn openingsvraag, maar Bert van Marwijk wist wel raad met zijn kruisverhoor. De bondscoach degradeerde 'Meneer Kraay' tot een Jehova-getuige: geïrriteerd gooide hij de deur dicht.
Maar het bleek allemaal voorspel voor het hoofdgerecht in de studio: de één-tweetjes van Jan Joost van Gangelen aan de grote tafel met Gullit en Van Basten. Ooit hoofdrolspelers in vaderlands grootste heldenepos, maar de fluwelen balbehandeling en de krachtige rushes zijn verdreven door zure beschouwingen over de balans op het middenveld en de juiste keuze voor de linksbackpositie. De vedetten van '88 hebben zich ontpopt als twee oude mopperkonten die vanaf het balkon op het theater neerkijken. Kwistig strooien ze met schimpscheuten. Dat klinkt ongeveer zo:
"Awful!"
"Boooh!"
"Well, it wasn't that bad."
"Oh, yeah?"
"There were parts of it I liked."
"Well, I liked a lot of it."
"Yeah, it was GOOD actually!"
"It was great!"
De uitzendingen van SBS6 rondom Oranje werken eigenlijk net zo op de lachspieren als een oude aflevering van de Muppet Show.