zaterdag 5 februari 2011

Boer zoekt vrouw

Het is de linksback die de kleedkamerdeur hard open zwaait. Zwijgend stappen we over de sporttassen die in een onduidelijk ritme over de vloer verspreid staan. Iedereen pakt een beker thee en duikt weg achter een gordijn van spijkerbroeken en overhemden. Het is makkelijk verschuilen vandaag, ook het achtste is in dit kleedlokaal gepropt en hun garderobe hangt over onze kleren aan de haakjes.
Een enkeling roert in zijn theewater, de rest staart naar de punten van hun schoenen, alsof daar het antwoord ligt op de vraag waarom we, volledig tegen de verwachting in, met 0-2 achterstaan tegen de hekkensluiter.
De voorstopper doorbreekt de stilte.
“Wat een klotepot!”
“Het is helemaal niks,” antwoordt de linksback.
De linksback zit tegenover me. Zijn ruime shirt valt in vouwen over zijn schouders, waardoor een paar letters van de sponsornaam wegvallen. ‘Moskop’, lees ik. Haastig neem ik een slok van de hete thee. Ik dook over de bal bij het tweede doelpunt en wacht op de hoon. Het is een kwestie van tijd.
Onze vaste reserve, altijd goed voor de laatste tien minuten, krijgt een seintje om in te vallen. Vanuit onze ooghoeken krijgen we het fysieke effect van de winterstop te zien. Zowel een ossenhaas als een gevulde kalkoen lijken onderhuids om zijn middel te liggen. Hij is zeker zeven kilo zwaarder. Doorgaans weet hij weet wel raad met een bedrukte stemming. Hij neuriet ‘Always look on the bright side of life’, terwijl hij het wedstrijdshirt over zijn romp schuurt. Er komt geen reactie.
Dan neemt onze sociaal bewogen middenvelder het woord. Ik hoop op een vurig betoog over ware ellende. Iets over Egyptenaren op het Tahrir-plein die het recht hebben om boos te zijn of de mentale staat van het Feyenoord-legioen, verlies is voor hen een levenswijze, maar onze wijze medespeler gooit een oud stokpaardje in het hoenderhok.
“Het is die scheidsrechter, ik zag hem voor de wedstrijd smoezen met hun grensrechter.”
Hij gelooft wel vaker in complottheorie├źn. Verwachtingsvol, alsof hij het lek eindelijk boven heeft gekregen, kijkt hij de kleedkamer rond, maar weer reageert er niemand.
De linksback wordt gewisseld. Hij staat op, trekt zijn kleren uit en start een hordenloop richting de douches. Na twee hupjes blijft zijn rechtervoet steken achter het handvat van een tas met ‘Van der Heijden Transport’ op de zijkant, de sponsor van het achtste. Met een doffe knal valt hij onhandig voorover. Daar ligt hij, in zijn blote kont op een bed van sporttassen en met zijn neus op de Nikes van de schaduwspits.
“Contactlens kwijt, spekkie?” vraagt de aanvaller en om het moment kracht bij te zetten, slaat hij met zijn vlakke hand vol op de bil van de tuimelaar. Het gebrek aan scherpte op het veld compenseert het vijfde met humor. De linksback reageert zeer ad rem.
“Ja, onze keeper heeft een bril nodig!”
Alle ogen van het elftal bundelen zich nu in mijn richting. De rust komt in een stroomversnelling. Het was even wachten, maar ik word nu geknipt en geschoren. De spanning van de teleurstellende eerste helft daalt in striemende lachsalvo’s op me neer.
De linksback lacht zelf het hardst en krabbelt overeind. Zijn spierwitte lijf strompelt naar de douches. Op zijn rechterbil is een vuurrode handafdruk zichtbaar. Mijn flater is omgebogen naar een goede grap. Het klaart de lucht.
“Kom op, het kan nog!” schreeuwt de aanvoerder. Hij slaat met zijn vuist in zijn handpalm.
“Ja!” klinkt het uit alle hoeken. Misplaatste zelfoverschatting kruipt weer in onze voetbalschoenen. De scheidsrechter steekt zijn hoofd om de deur om ons te halen. We slaan elkaar op de schouders en rennen hongerig naar het veld om de wedstrijd te kantelen. In de ogen van mijn medespelers staat de begeerte naar drie punten. Maar ik zie er nog veel meer. Zaken die een ongelukkig verlopen eerste helft in het juiste perspectief plaatsen. Het prettige vooruitzicht om vanmiddag met de kinderen in het zwembad te springen, de opluchting omdat de medicijnen aanslaan bij de zieke schoonvader en de vragende blik van de rechtsbuiten, onze benjamin: hebben we wel gezien dat het meisje met het goed gevulde truitje naast de reservebank zijn nieuwe liefde is? Ikzelf vlij me vanavond warm tegen mijn eigen lief voor de televisie: wat gaat boer Gijsbert doen? Kiest hij het jonge grietje of toch die blonde?
De rust duurt lang genoeg om alle wonden te helen. Het vijfde is klaar voor de tweede helft.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten