Posts tonen met het label Herman Kuiphof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Herman Kuiphof. Alle posts tonen

maandag 2 november 2020

Dag 74

“Zijn we er toch nog ingetuind,” zei Herman Kuiphof toen de Duitsers ons op het WK van 1974 aftroefden. Tegenwoordig tuinen we met zijn allen in de ingeblikte stadiongeluiden bij voetbalwedstrijden op televisie. Het aanzwellende geluid van een heel supportersvak als Cody Gakpo gaat aanleggen voor een schot, terwijl alle stoeltjes leeg zijn: het voelt toch een beetje alsof je gefopt wordt. Waarschijnlijk kom ik daarom deze dagen zo graag bij de Jumbo. Wandelen langs de schappen met eerlijk gebakken brood en de groenteafdeling met producten vers van het land: in de supermarkt lijkt alles ‘gewoon’ in orde. Ik heb in ieder geval de illusie dat ik er niet wordt gefopt, behalve de prijs voor twee repen Cote d’Or. Belachelijk duur. Een ander houvast biedt de natuur. Zeker als de najaarszon op zaterdagmiddag de weilanden in een feeërieke gloed zet, is mijn vriendin niet te houden. Net zoals in het voorjaar wandelen we dan langs de slootkant, waar bomen rijkelijk kleuren en koeien ons loom aankijken met een blik van ‘ik kan er ook niets aan doen’. Na hoge rietkragen en een laagvliegende torenvalk werd het hoogtepunt van onze wandeling gevormd door de berm langs de terugweg naar huis. Verscholen tussen gras en tegen boomstammen vonden we prachtige paddenstoelen. Eekhoorntjesbrood, vliegenzwammen, rood met witte stippen. Op één of andere manier werden de hoedjes steeds groter. De opwinding steeg. In de verte naderden we een reuzenzwam, maar dat bleek een verloren wieldop te zijn. Werden we toch weer gefopt.

zondag 1 december 2013

Sierd

De vroege uitzending van de Europa League liet zijn sporen na. Tijdens het partijtje kozen de jongens ineens voor AZ. Na zijn eerste doelpunt liep oudste weg met wilde armgebaren. Precies zoals hij Gudelj had zien doen na zijn goal donderdag tegen Maccabi Haifa.
"Mooie pass van Orties!" riep jongste erbij. 
"Je moet niet zeggen Orties," verbeterde oudste, gezegend met taalgevoel, "het is Ortief!" 
Ik huiverde.
Sierd de Vos, de commentator-cabaretier die de naam van AZ-middenvelder Celso Ortíz consequent uitspreekt met het tongpuntje tegen de boventanden, was ons leven binnengedrongen. 
"Ortief," oefende jongste, "Tjelso Ortief!"
Het partijtje werd hervat, maar door het tongetje van Sierd moest ik terugdenken aan Herman Kuiphof. Sören Lerby en Frank Arnesen speelden in de jaren zeventig al enkele seizoenen voor Ajax, toen Kuiphof tijdens Studio Sport het ineens had over Leerbuu en Ornessen. Kuiphof sloot zich ineens aan bij de uitspraak zoals dat in Denemarken gebeurde. Een principe dat gelukkig een vroege dood stierf; de Denen bij Ajax werden snel weer jongens van de gestampte Hollandse pot. Tussentijds kreeg Frank Snoeks het nog wel eens Portugees op de heupen als Luis Figoe aan de bal was, maar lang bleef die gekkigheid op een plank in de kelder liggen, totdat De Vos het daar afstofte en besloot om zijn tong tegen zijn gebit te laten slissen.
's Avonds, bij het avondeten, zat jongste met ongewassen handen aan tafel.
"Dat is vies!" zei zijn moeder.
"Dat is vief!" herhaalde oudste. Zijn tong perste zich tegen alles wat het vinden kon.
Ik zuchtte. Dit kon wel eens een lang seizoen gaan worden. 

maandag 18 juni 2012

Hoge bomen

Graag had ik het hier gehad over de stille landing van Oranje op Schiphol, het moeizame contact van de spelers met de pers (Kees Jansma, waar was je?) of de verborgen boodschap die achter de hand van Mark van Bommel verzonden werd. Maar dat doe ik niet. Ik moet voorzichtig zijn. Er wordt over mijn schouder meegekeken.
Na afloop van het duel Rusland-Griekenland schreef ik het stuk 'Dostojevski'. Ik bespotte daarin commentator Philip Kooke, omdat hij erg opzichtig meldde dat Arshavin gezien was met een dik boek. Alsof voetballers nooit lezen. Hierop ontving ik een mail: van Philip Kooke himself.
Commentaar geven bij een voetbalwedstrijd is een ingewikkeld vak. Je moet de juiste doelpuntenmakers noemen, op de hoogte zijn van tactiek, clichés vermijden en op het juiste moment scoren met een rake volzin. 'Zijn we er toch nog ingetuind', is de nalatenschap van Herman Kuiphof aan de mensheid, de oude dag van Theo Reitsma is verzekerd door de oneliner 'Dit is een goed stel, hoor!'. Daar steekt 'Arshavin leest een dik boek' een beetje schril bij af.
Maar de mail van Kooke had een andere inhoud: hij 'deed' die bewuste avond niet Rusland-Griekenland, maar Polen-Tsjechië. 
Daar heeft hij een punt.
Mijn excuses zijn aangeboden en de persoonsverwisseling is gemeld bij al mijn lezers. Beiden reageerden luchtig op mijn flater. Toch vrees ik een berisping of nog erger: een vernederende gang naar de Rijdende Rechter. In de wachtkamer bij meester Frank Visser tussen een overhellende tuinafscheiding en een te hoge conifeer bij de buren; het is het lot van de falende voetbalcolumnist.
Wie André Arshavin dan wel verbond aan een Russische klassieker? Evert ten Napel. 
"Die dekselse Arshavin met een dik boek! Goeiedag zeg!"
Vanavond wacht ik op de verbolgen mail van Evert. Samen schrappen we dan één van de bekendste zinnen uit de Nederlandse voetbalgeschiedenis.
Na het EK van 2012 is het Volksparkstadion namelijk niet meer van ons.