donderdag 9 februari 2012

Nova Zembla

Opeens leek De Arena een schip uit een andere eeuw. Een Indiëvaarder, via het noorden verbeten op zoek naar een nieuwe handelsroute. De tocht was zwaar en kil. Fluitconcerten waaiden als snijdende wind door de tweede ring en de doelpunten van Eduard Duplan schokten het dek, alsof we langs een ijsberg schuurden. In de vakken zwegen de mensen. Het was dezelfde stilte die het onderruim verscheurde. De materiaalman, de koffiejuffrouw, de jeugdtrainer, iedereen diende zijn eigen kapitein. Muiterij leek nabij.
Met mijn nichtje stond ik als bevroren geparkeerd op het invalidendek. Dekens bedekten vergeefs onze benen. De wedstrijd stolde het bloed in onze aderen. Even verlangden we zelfs naar Wesley, voor een aangewakkerd vuurtje. De plek waar hij over de reclameborden stapte en zijn broek over zijn bouwvakkersspleet trok, was precies vier meter verder. Maar er gebeurde niets. Het eindsignaal kerfde een diepe pijn in de maag. De eerste tekenen van scheurbuik.
’s Avonds zag ik Frank de Boer op televisie. De verslaggever vroeg hoe hij, als eerste stuurman, het schip weer op koers kon krijgen. Vechtlust klonk door in de woorden van de trainer, er was land in zicht. Maar de ogen van De Boer verraadden de ijselijke vlakte waarin Ajax verdwaald was. In de verte gloorde misschien een eiland. Gebrul van ijsberen was hoorbaar, roofdieren die rustig wachten op hun kans. De overwintering op Nova Zembla moest toen nog beginnen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten