Op de ochtend vóór de verjaardag van mijn vriendin sloeg het weer om. Sluierwolken hingen als zware dekens aan de bergtoppen. De regenbuien die volgden waren geen verrassing.
Omdat in de caravan de dvd van Pippi Langkous snel op de zenuwen werkte (tante Pastella: "Nee! Píp-pi!), koersten we vroeg in de middag naar het nabijgelegen Porsche-museum, een verzoek van jongste. Deze wending kondigde zich op de heenreis al aan, want als een veilingmeester becommentarieerde hij de bolides die om ons heen in de file stonden.
"Kijk, een Tesla! Met dubbele knalpijp!"
"Dáár! Een Audi Q7!"
"Fordje Mustang. 1968. Schitterend."
Het Porsche-museum bleek gerund te worden door een Nederlander, een blonde oude zeebonk met ogenschijnlijk veel wereldreizen op de teller. Toen hij merkte dat ie te maken had met landrotten uit het vaderland, stak hij direct van wal over de pronkstukken die op ons stonden te wachten. Trots wees hij naar een poster boven de balie.
"Porsche Carrera GL uit 2007. Staat hier op de eerste etage!"
Vervolgens legde hij uit hoeveel zuigers, kleppen en spierballen dit meesterwerk bezat. Zijn enthousiasme raakte me nauwelijks, een auto moet het gewoon dóén. Een Porsche staat bij mij in het hoekje met bungyjumpen, Startrek, kaasfondue en Aad de Mos: het bestáát, maar ik heb er verder niets mee.
We vonden de Porsche uit 2007 inderdaad op de eerste etage, naast een lange rij met exemplaren uit vervlogen tijdperken. Jongste vond het teleurstellend dat ie nergens ín mocht zitten en omdat we de auto's passeerden als een postbode die vóór het donker zijn zak leeg wil hebben, stonden we na tien minuten weer in de receptie.
"En? Heb je 'm gezien?!" vroeg de zeeman.
Om de vrede te bewaren, reageerde ik als een laffe scheids die de thuisclub een penalty gunt.
"Goh, eh, ja...., echt een prachtbeest!"
Meteen stopte Popeye een catalogus met oneindig veel Porsche-foto's in mijn handen, die voor veel euro's in de etalage lag. Op de terugrit schuurde een schuldgevoel onaangenaam tegen mijn gemoed, want ik vreesde dat het protserige album met een sierlijke boog in de oudpapierbak zou eindigen. Op de camping vond oudste de oplossing. Met een schaar, touw en de hulp van zijn broer veranderde hij de folder in een slinger met vlaggen en wimpels waarmee de luifel feestelijk oplichtte. De verjaardag van zijn moeder kon beginnen.
Posts tonen met het label Aad de Mos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Aad de Mos. Alle posts tonen
maandag 24 juli 2017
maandag 22 april 2013
Achter de kazerne
In de tweede helft, toen het duister het veld in een warm licht zette, leek het nog wat. Ineens zag je Preud'homme weer, voor zijn doel liet hij de bal uit zijn handen vallen voor een perfecte dropkick, Lei Clijsters die aansloot, Piet den Boer die de bal klaarlegde voor Marc Emmers. Een flits uit de tijd dat De Mos nog gelijk had.
Aan het kleine stadion was niets veranderd, het rood en geel oogde nog hetzelfde. Maar onder reclameborden met 'Garage Willy' en 'Sjampion Jeans, Guldenstraat' schreeuwden de fans hun ploeg vergeefs naar voren. Ghomsi, Van Loo, Pedersen en Diabang; ze vonden geen gaatje.
In de rust van de wedstrijd schalde George Baker uit de boxen. Una paloma blanca. Dat ene moment van glorie. Na de euforie schuurt het de rest van je leven als een huidschimmel op je schouder. Ze sloten een vreemd verbond, KV Mechelen en Baker.
OH Leuven won de wedstrijd met 1-5. Na afloop bedankte het team de meegereisde fans in het uitvak. Toen de aanvoerder de wedstrijdbal in de tribune schoot, tikte een gepikeerde steward hem op de schouder. Met de teruggevorderde bal onder arm liep de aanvoerder terug naar de spelerstunnel. Het paste mooi bij de avond. Met zijn lange manen leek hij op Dimitri Verhulst, die in zijn roman 'De helaasheid der dingen' met robuuste humor schrijft over de uitzichtloosheid van het Vlaamse bestaan. Ook in het aanschouwen van verval schuilt een ongekende schoonheid.
Aan het kleine stadion was niets veranderd, het rood en geel oogde nog hetzelfde. Maar onder reclameborden met 'Garage Willy' en 'Sjampion Jeans, Guldenstraat' schreeuwden de fans hun ploeg vergeefs naar voren. Ghomsi, Van Loo, Pedersen en Diabang; ze vonden geen gaatje.
In de rust van de wedstrijd schalde George Baker uit de boxen. Una paloma blanca. Dat ene moment van glorie. Na de euforie schuurt het de rest van je leven als een huidschimmel op je schouder. Ze sloten een vreemd verbond, KV Mechelen en Baker.
OH Leuven won de wedstrijd met 1-5. Na afloop bedankte het team de meegereisde fans in het uitvak. Toen de aanvoerder de wedstrijdbal in de tribune schoot, tikte een gepikeerde steward hem op de schouder. Met de teruggevorderde bal onder arm liep de aanvoerder terug naar de spelerstunnel. Het paste mooi bij de avond. Met zijn lange manen leek hij op Dimitri Verhulst, die in zijn roman 'De helaasheid der dingen' met robuuste humor schrijft over de uitzichtloosheid van het Vlaamse bestaan. Ook in het aanschouwen van verval schuilt een ongekende schoonheid.
Abonneren op:
Posts (Atom)