zaterdag 31 oktober 2020

Dag 72

De zaterdag op een gemeentelijk sportpark, sociale pareltjes uit een virusvrij verleden. Tussen andere ouders toekijken bij de wedstrijden van jouw kinderen, de wereld terloops doornemen met een broodje kroket en het bespreken van de balcontrole van de linksback met zijn blauwe Nikes of de hernia van de broer van Frans van Sjannie: het waren cadeautjes na een drukke werkweek. Deze zaterdag is JO17-2, het elftal van Oudste, aanwezig op het voetbalveld. Maar geen nerveus gedrentel in het kleedlokaal, geen gevecht rondom de shirtjestas om het rugnummer 10, geen tactische bespreking over dat team uit de stad met die gevaarlijke spits. In de plaats dáárvan staat het elftal in gele hesjes klaar voor een trainingswedstrijd tegen JO17-1. Langs de lijn liggen de voetbaltassen, de kleedlokalen zijn gesloten, net als de kantine. Behalve de leiders en reserves staat er niemand langs de lijn. Ze doen hun best, onze jongens, maar het komt niet in de buurt van een zaterdag in oktober tegen EFC thuis of Brabantia uit. Het blijft een uitgeklede versie, een slagroomtaartje op een verjaardag, maar dan zonder slagroom. In gedachten denk ik ze er daarom maar bij, de keuvelende ouders, hangend op de stang boven het reclamebord van slagerij Baselmans (‘Voor als u van worst houdt’): “Heb je het al gehoord van Ria?” “Wat? Positief?” “Nee, die doet het met Ricardo. Die met die snor van personeelszaken.” En dan het geluid eroverheen van massaal kindergejuich. Alle hoofden draaien in de richting van het hoofdveld. De JO13-3 scoort de gelijkmaker. Kwetsbaar geluk. Het zijn vaak de kleinste dingen die je het meeste mist.

vrijdag 30 oktober 2020

Dag 71

De gezamenlijke avondmaaltijd, ook in coronatijd een rustpunt waar de rest van de dag omheen scharniert. De gebeurtenissen in de klas of op de afdeling Cardiologie, de plannen voor de rest van de avond; bij het diner komt het allemaal bij elkaar als wegen op een drukke rotonde. Deze keer heeft Oudste een scherpe opening. “Ik zag je rennen over het schoolplein, dat doe je niet,” zegt ie tegen zijn broer, terwijl de pasta met kip wordt opgeschept. Het zal zijn ouders een zorg zijn hoe je over het schoolplein beweegt, al toon je het gehele 'ministry of silly walks', maar voor Jongste is het Handboek Met Groepscodes Voor Pubers heilig. De opmerking raakt hem hard op de kin. Met lange tanden begint ie aan zijn kip. Oudste onderkent zijn valse start en waagt een nieuwe poging. “Morgen gaan we bij bio een spel spelen.” “Welk spel?” Jongste kijkt op van zijn bord. Zijn humeur stijgt een divisie. “Among us,” zegt Oudste. Zijn moeder en ik kijken elkaar niet begrijpend aan. “Among us? Bij biologie? Wat is dat?” Oudste en Jongste vormen ineens een brug over deze generatiekloof. Ze rollen beiden minachtend met hun ogen. Het is Oudste die vuurt. “Onder welke steen hebben jullie gelegen?” De pijl raakt ons tussen de schouderbladen. In stilte prikken we de rest van onze borden leeg. Het avondeten is een oase in de drukte van alledag. Een ontmoetingsplek voor huisgenoten, waar gesmuld wordt van nieuwe spijzen. Waar plannen worden gesmeed, samen wordt gelachen en onvoldoendes voor Frans worden gerelativeerd. Als het gezin een huis is, vormt het avondeten het cement tussen de stenen. Maar gisteren dus even niet.

donderdag 29 oktober 2020

Dag 70

Als u zou mogen kiezen tussen een coronaplaag of belaagd worden door duizenden fruitvliegjes, wat zou u dan kiezen? Wij zijn namelijk gezegend met beide. Corona houdt ons binnenshuis, maar die normaal zo geborgen haven is nu net zo comfortabel als een bed met beschuitkruimels door ‘The invasion of the fruitvliegjes’. Iedereen kent ze wel, die kleine donderstenen, die in zomertijden de fruitmand als luilekkerland opeisen. Loom bivakkeren ze daar op een zoete appel, als een bankdirecteur met verlof in een hangmat op Bali. Ze fladderen even gelaten op als je naar een banaan grijpt, om daarna lusteloos neer te vleien op een rijpe peer. De insecteninvasie is afkomstig van de gft-kliko, vorige week waaide na opening een wolk van fruitvliegjes me tegemoet. Het laten legen van de kliko en leegspuiten van de kliko heeft het probleem slechts verplaatst: de familie Fruitvlieg huist nu intern. De minuscule zwarte rakkertjes houden illegale feestjes op de plafonds in de keuken en huiskamer. Mijn vriendin is inmiddels een offensief begonnen. Slecht nieuws voor de fruitvlieg, want als zij zich ergens in vast bijt, of het nou om een nectarine of om een briefwisseling met een gemeentelijke bureaucraat gaat; ze laat niet los voordat de klus geklaard is. Ogenschijnlijk nonchalant, maar uiterst slagvaardig zette ze kleine potjes met appelazijn neer op strategische plekken. “Wat ruikt het hier raar,” zei Oudste bij thuiskomst. Vanachter een hand praatten we hem bij over ‘Operation Fruitfly’. We winnen terrein, kan ik u zeggen. Het fruitgespuis ligt verslagen op de bodem van de potjes, verzwolgen door appelazijn. Maar die scherpe geur is inmiddels doorgedrongen tot elke kier en gat van onze woning en heeft onze eetlust zo goed als lamgelegd. Het chagrijn heeft zowel bij mij, als bij de jongens en hun moeder een zodanig level bereikt dat de agressie is geswitcht van fruitvlieg naar gezinslid: we vechten elkaar letterlijk ‘het huis uit’. Maar ja, daar huizen dan weer de coronaklootzakjes.

woensdag 28 oktober 2020

Dag 69

De woensdag is mijn vrije dag. Voor de jongens niet. Na de herfstvakantie en twee dagen braaf lessen volgen via de laptop, maken ze vandaag hun rentree in het ouderwetse klaslokaal, hun vertrouwde omgeving met boek, schrift en propjes. Gebruikelijke ochtendrituelen dus: terwijl ik in de krant het wereldnieuws doorneem, fladderen ze om me heen voor koelkast en keukenla om hun lunch gereed te krijgen. “Hoeveel uren heb jij vandaag,” vraagt Jongste aan zijn broer. “Acht. Met Levensbeschouwing en Nederlands. Zó geen zin in.” Ik heb ook met ze te doen. De pandemie kort hun generatie op vele manieren en in de krant lees ik dat zíj́ tot in de verre toekomst op zullen draaien voor de economische schade. Die donkere wolk heeft voorlopig nog geen vat op hun gemoed. Vrolijk stuiteren ze door de keuken, likken messen met jam af, villen nog een extra stuk oude kaas van het blok en komen uiteindelijk tot een flathoge stapel boterhammen die broederlijk verdeeld in twee lunchbakjes verdwijnt. “Tot straks, pap,” mompelen ze, als ze vier minuten voor de eerste schoolzoemer met een volle rugzak door de achterdeur verdwijnen. Met frisse tegenzin op weg naar wiskunde en Engels, kleine stapjes om in de toekomst met vereende krachten de wereld te herstellen. Over mijn schouder zie ik de dagelijkse ravage. De koelkast staat nog open, op het aanrecht een haastig opengetrokken zakje kipfilet en de keukentafel is een strand van broodkruimels. Ik, kind van de vorige eeuw en lid van het gilde dat opgroeide in welvaart en zich decennia heeft laten kietelen door sfeerverhogers als kinderbijslag, veertig verschillende soorten brood, flatscreen-tv, spontane weekendjes naar Londen of Parijs en vrije dagen op woensdag, sluit het zakje kipfilet, doe de koelkast dicht en veeg de kruimels van tafel. Het ruimen van de kruimels achter hun hielen: het is een piepklein schakeltje in de voorbereiding op de loodzware machinerie die ‘The Next Generation’ moet gaan vormen. Maar hé, het is tenminste iets.

dinsdag 27 oktober 2020

Dag 68

Het leven is een ratrace. Dat begint klein in de kleuterklas, waar je met het mooiste meisje in de bouwhoek wilt en eindigt in ‘the board’ van een grote multinational of een gouden medaille op de Olympische Spelen. Aan de jacht op eer en erkenning is sinds een half jaar een nieuwe tak van sport toegevoegd: de strijd om een vaccin tegen corona. Wereldwijd wordt eraan gewerkt. Het lijkt me een behoorlijke taak, de mensheid redden terwijl iedereen over je schouder meekijkt en in je oor fluistert om vooral een beetje op te schieten. Ook ik zou het graag observeren hoe zo’n professor dat in zijn laboratorium aanpakt. Waarschijnlijk staat ie met zijn studenten in een kring gebiologeerd naar proefmuis 3.479 te kijken, die net geïnjecteerd is met de nieuwste versie van een mogelijk wondermiddel. “Hij trapt niet echt harder in zijn tredmolentje,” zegt het slimste meisje van de faculteit. “Nee, misschien nog een snufje natrium?” Wie er ook met een medicijn op de proppen komt, wereldwijde waardering, de Nobelprijs voor de Vrede en een overstromende bankrekening zal het gevolg zijn. Maar misschien gokken we wel op het verkeerde paard door met een vergrootglas naar de ontwikkelingen in New York, Tokio en Leiden te kijken. Een lange wetenschappelijke traditie en veel geld geeft geen garantie dat het alleen kwaliteit oplevert; Trump is daarvan het levende bewijs. Alleen daarom al hoop ik dat de alles bevrijdende oplossing voor corona uit onverwachte hoek komt. Dat bijvoorbeeld ergens in de binnenlanden van Burkina Faso nu een fragiel, oud mannetje in een grote pan zit te roeren met een mengsel van fijngemalen kruiden uit de directe omgeving en daar een geheim familie-ingrediënt, dat van generatie op generatie is doorgegeven, aan toevoegt. En dat precies dát elixer de wereldbevolking uit de wurgende houdgreep bevrijdt. Een beter pleidooi dat onze ratrace naar gróter en méér gewisseld moet worden naar een herkansing voor de mens om een nieuw, duurzaam verbond met de natuur aan te gaan, is er namelijk niet.