Posts tonen met het label Louis van Gaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Louis van Gaal. Alle posts tonen

zondag 5 augustus 2018

Gast

De camping in de Ardennen? Ach ja, die was goed. In de buitenlucht pasta met bospaddestoelen koken en met je voeten in een beekje een mooi boek lezen. Het koele bergwater dat als vluchtig geluk aan je tenen kietelt. De vakantie bracht verder verre wandelingen, verbeten beachvolleyballwedstrijden en een bezoek aan het museum over het Ardennenoffensief in de hongerwinter; het eten van een Bastogne-kaakje bij de koffie zal nooit meer hetzelfde zijn.
Aan de andere kant, jezelf terugvinden bij de bingoavond naast de kantine, dat is geheel andere koek. Zeker toen de omroeper van dienst (“Zevenendertig!....Surtysèven!!”) alle bingoërs opriep om bij de hele tientallen een massaal ‘olé’ aan te heffen. Misschien was het de Ardennenwarmte, die gemengd met een Leffe blond, de scherpte bij me eruit had gehaald. Feit was dat ik bij de jacht op een volle kaart voorop ging in de strijd:”40? Olé, ja!”
Het ging zelfs verder. Nadat we onze klapstoelen versjouwden naar het campingtoneel voor de Mama Mia-musical, uitgevoerd door het animatieteam, vond ik mezelf later op de avond terug onder de luifel. Het begon nog voorzichtig, met het zachtjes neuriën van ‘Dancing queen’, maar toen niet veel later het ABBA-luik in mijn hoofd hardhandig werd opengetrokken en ik “Can you hear the drums, Fernando?” over de Belgische heuvels liet galmen, wist ik genoeg: het was tijd om weer naar huis te gaan.
Tja, en daar wacht naast de was en het wegwerken van twee weken ochtendkrant het nieuwe voetbalseizoen. De aanloop naar de competitie, niets mooiers dan dat. Oefenwedstrijden tegen regioteams, zomertransfers, interviews met de nieuwe trainer (“We gaan voor het linkerrijtje”); het spoelt in zachte golven aan op mijn strandje. En ineens doemt het op in de branding: Louis van Gaal als Zomergast.
Dat laat zich makkelijk uittekenen. Louis van Gaal in die VPRO-studio aan een tafeltje tegenover Janine Abbring, voorheen jakhals bij DWDD. Na de begintune schuift de presentatrice licht ongemakkelijk over haar stoel.
“Goedenavond, Louis. Je wilde graag beginnen met een fragment over....”
“Dank u, maar waarom zitten we hier op het dak van een caravan? Omdat ik van de camping hou? Is dat het? Jullie dachten: een voetbaltrainer, die houdt vast van kamperen. Gaan we ook nog barbecuen, of zo? Nou, ik kan je vertellen dat mijn voetjes omhoog gaan bij het zwembad van mijn vakantiehuis in Portugal. En die van Truus ook.”
En dan die blik van Abbring: hoe kom ik in godsnaam deze avond door?

maandag 16 februari 2015

Trucje

Omdat we samen naar de carnavalsoptocht gingen kijken, verzamelden we bij vriend L.. Oudste had wel zin in een middag met vreemde uitdossingen, geinige woordgrappen en grote wagens in schreeuwende kleuren en pompende carnavalsmuziek. In opperbeste stemming trad ie de woning van L. binnen. Jongste was minder enthousiast. Hij droeg zijn dagelijkse trainingsbroek en voor de momenten dat de optocht even stil viel, had ie zijn bal meegenomen.
"Kun jij eigenlijk al een trucje met die bal," vroeg L. nietsvermoedend.
Ik ging er eens goed voor zitten. Ik wist wat er nu ging gebeuren, vriend L. duidelijk niet. Als een stoere voorstopper, in het volle vertrouwen dat er in zo'n duel met een F'je niets mis kan gaan, nam hij een uitdagende houding aan. Hij keek op jongste neer als Louis van Gaal op het journaille: minmin.
Jongste wist er wel raad mee. Op routine startte hij een aantal snelle bewegingen, waaronder een schaar en een overstap. L. knikte bewonderend, maar de blik in zijn ogen gaf aan dat de overtuiging dat alleen hij hier als winnaar uit de strijd ging komen, nog steeds als een tentharing in zijn hoofd zat verankerd. Op het moment dat L.'s lichaam licht overhelde om de bal te veroveren, sloeg jongste echter toe. Met een snelle beweging achter zijn standbeen door, tikte hij de bal tussen L.'s benen om hem, twee meter verderop, weer onder zijn voetzool te controleren.
Daar stond L.
Hij keek over zijn schouder naar jongste als iemand die op een dorpsbraderie naar zijn kontzak grijpt. Zijn portemonnee is ontfutseld, maar hij heeft geen idee hóé.
"Dat doet ie bij mij ook altijd, hoor," zei oudste om de pijn bij L. te verzachten.
De lach stond nog op mijn gezicht gebeiteld toen ik vijf minuten later tussen L. en jongste in, aan de straatrand stond. De optocht moest toen nog beginnen.

zondag 26 oktober 2014

Snoeihard

Op Fox Sports kijk ik naar de persconferentie van Louis van Gaal. Prachtig cabaret. Met ogen die dwingen als een vos in een kippenhok legt Van Gaal de hongerige persmeute uit hoe hij Manchester United langs Chelsea gaat loodsen.
Naast me zit jongste. Hij heeft zijn wedstrijd al achter de rug. TSC F1, uit. Doordat hij dáár om half 9 al moest aantreden, stonden we vanmorgen in het pikkedonker op de verzamelplek in het dorp. De krantenjongen deed zijn ronde nog. Terwijl de ouders de slaap uit de ogen wrijven, maken de F'jes van het mensonterende tijdstip geen punt: vrolijk werken ze hun traditionele tikspelletjes af voordat we in de auto stappen.
In Oosterhout blijkt TSC een taaie tegenstander. Hoewel ze lager op de ranglijst staan, trekken ze met 6-1 de wedstrijd naar zich toe. Eén keer scoren ze zelfs uit een corner, een bezienswaardigheid bij de F'jes. De hoge voorzet wordt snoeihard in het eigen doel gekopt.
Door jongste.
Hoe veerkrachtig hij is toont hij later, als we na thuiskomst zijn broer gaan ophalen die bij oma gelogeerd heeft. Met rode wangen van een leerling die verslag doet over het schoolreisje, praat hij zijn oma bij over de nederlaag:
"Ik heb een kopbal gescoord, oma! In eigen doel!"
Intussen krijgt Van Gaal op de persconferentie vanachter uit de zaal de vraag of hij Van Persie niet moet vervangen voor Falcao. Enkele seconden blijft het stil. De wangen van de coach van United lopen rood aan en zijn ogen vernauwen zich tot spleetjes. Even lijkt het erop alsof ie zich op het hele kippenhok gaat storten.
Had Van Gaal maar het incasseringsvermogen van jongste.

zondag 13 juli 2014

Beste meneer Van Gaal,

Vanaf nu spreek ik u aan met meneer. In vier weken kan veel veranderen. Als ik u een maand geleden met Hans Kraay op televisie zag, met holle ogen en roodaangelopen wangen, zei ik nog gewoon Louis. 
"Doe eens even normaal, Louis." 
In vier weken kan héél veel veranderen. Vanmorgen zag ik mijn buurman van een paar huizen verderop. Zorgvuldig ontdeed hij zijn voortuin van de Nederlandse vlag en een lang lint met oranje vaantjes. Er stond een grote glimlach op zijn gezicht. Hij heeft genoten van het WK. We hebben allemáál genoten van het toernooi dat met rare slagroomspuiten en reuzehorloges begon, maar al snel werd overgenomen door de winst op Spanje, de slidings van Vlaar, de goals van Fer en Depay, de ontsnapping tegen Mexico, de wissel van Krul, het huilende zoontje van Robben en de hechtingen in de kruin van Kuijt. Het maakte veel los bij ons Nederlanders. Iets wat ver van binnen was weggestoken, iets wat onder een dikke laag cynisme en de sleur van vaste maandelijkse lasten lag te verstoffen. We waren vergeten dat het nog bestond, maar het WK bracht het naar boven. Als een vergeten doos uit een gelukkige jeugd waar je bij een verhuizing in de kelder plotseling op stuit.
Trots.
Mijn buurman voelde het vanmorgen, ik voel het, u gaat het merken dat iederéén het hier voelt. Het is hier vrolijker geworden, gezelliger. We zijn meer buiten en vragen hoe het met elkaar gaat, de lucht is blauwer, de vogeltjes fluiten harder en we wachten netjes op elkaar in het bushokje. Natuurlijk, we hebben nog steeds haast. Nu moeten de koffers weer snel gepakt voor een vakantie naar Zuid-Frankrijk, maar we zullen de campingeigenaar, een zure man met baret en een dun snorretje, dit jaar toch anders begroeten.
"Bonjour, monsieur Guillaume! Alors, ca va?"
U zorgde goed voor de jongens van Oranje. U zag hoe ze samen aan hetzelfde touwtje trokken. U keek goedkeurend toe hoe Robben een pingel aan Huntelaar gunde en u stond schouder aan schouder toen Romero de goede kant op dook. We keken allemaal toe hoe u een vader was die met geduld en liefde zag hoe zijn zonen mannen werden. 
De kopbalduik van Robin van Persie startte een adembenemende reis. Bedankt dat wij, 16 miljoen bondscoaches, op deze wonderlijke vlucht even mochten meevliegen.

Met vriendelijke groet, 

Pieter Abrahams

PS Om het WK-gevoel in de huiskamer nog even vast te houden kochten we een hondje. Een teckel. Die van ons heet Meneer Van Gaal.

woensdag 9 juli 2014

Scherven

"Hoeveel?"
Vol ongeloof meldt oudste zich bij de ontbijttafel. Ik herhaal de uitslag.
"7-1? Voor de Duitsers? Echt?"
Twee seconden kijkt hij als de coach van Costa Rica die in de 110e minuut Tim Krul ziet warmlopen, maar oudste herstelt zich snel.
"Dus dan moeten we in de finale tegen Duitsland," zegt hij, terwijl ie een boterham op zijn bord legt.
Ook jongste heeft veel vertrouwen in de halve finale tegen de Argentinië. Als hij 's middags van school komt en aansluit aan de lunchtafel, haalt hij een tekening uit zijn rugzak.
"Hier. De opstelling voor vanavond."
Op een groot vel staat met wasco een voetbalveld getekend. 'Depaay' en 'robben' staan op de vleugels. In de spits speelt 'robin', grote spelers hebben genoeg aan een voornaam. Achterin moeten 'devrij', 'vlaar' en 'martens indie' de Argentijnen van scoren houden. Krul staat op doel.
"Verrassend, een 1-3-3 systeem," zeg ik goedkeurend.
"Ja, en het wordt 1-0. Voor Nederland."
"Moeten we dit niet doorgeven aan de bondscoach?" vraag ik. Maar we besluiten om Van Gaal met rust te laten, we willen hem niet storen in zijn wedstrijdvoorbereiding.
Hoe onbekrast is een kinderziel bij een WK-debuut? Wedstrijden van het Nederlands elftal betekenen voor hen de opwinding van het lang opblijven, veel chips en op het einde komt het steeds goed. 
"We worden wereldkampioen, pap. Wij hebben Depay."
Ik hoop dat ze gelijk hebben. Deze dagen denk ik vaak terug aan mijn eerste WK. Mooie flitsen. Johnny Rep tegen Uruguay, de witte kniebanden van Jongbloed en Theo de Jong die vallend scoort tegen de Bulgaren. Maar ook de val van Hölzenbein in de finale en iemand die riep dat we er toch nog intuinden. Later, in '78 zette Mario Kempes een streep door de finale en vier jaar geleden stak Casillas er een teen voor. Dan word je voorzichtig. Is een bondscoach met een gouden pik genoeg voor het WK-goud?
Bij het opruimen van de lunchtafel stoot ik een glas van tafel. Zuchtend ga ik op mijn knieën.
"Scherven brengen geluk, pap," zegt jongste.
Ik weet dat versplinterd glas op mijn keukenvloer niets te maken heeft met een WK-wedstrijd en dat een goede dag op school en een lekkere lunch met  de jongens veel belangrijker is dan winst voor Oranje, maar terwijl ik de stukken glas en melkresten van de keukenvloer schraap, borrelt het voorzichtig omhoog. Vertrouwen. We gaan het redden tegen Messi.





zaterdag 5 juli 2014

Penaltyserie met beginners, Part two

"Tim Krul? Is Cillessen dan geblesseerd?"
"Misschien is ie wel moe."
"Ja, het is ook al half één."
"Ja, het is al nacht. Ben jij nog niet moe?"
"Nee, hoor. Zijn er nog borrelnootjes?"
"Het is afgelopen. Nu krijgen we penalty's."
"Penalty's?"
"Ja, net als toen. Met Brazilië en Chili."
"En Krul moet de penalty's keepen?"
"Ja."
"Hij is nog niet moe."
"....."
"Goh, hij heeft hem bijna."
"Ja, hij is wel erg lang, Krul."
"Nu moet Roewies."
"Krul heeft hem!"
"....."
"Wesley Sneijder is aan de beurt."
"Die zal wel tegen de paal gaan. Of de lat."
"Ik vind het erg spannend."
"Ja, echt wel. Ik heb er buikpijn van."
"....."
"Wanneer komt Huntelaar?"
"Ik denk dat die als laatste moet."
"Krul pakt hem weer!"
"Hebben ze nu al gewonnen dan?"
"Ja, Nederland is dóór!"
"Hoeft Huntelaar niet meer?"
"Nee."
"Goh, jammer."
"Papa juichte wel erg hard, hè!"
"Ja, mama ook. Ik schrok ervan."
"Is Nederland nou wereldkampioen?"
"Bijna. Nu moeten ze tegen Argentinië."
"Tegen Messi? Is dat ook weer 's nachts?"
"Ja, als het weer penalty's worden wel."
"We zijn er nu goed in."
"In penalty's?"
"Nee, in lang opblijven."

zondag 22 juni 2014

Touwtrekken

Louis van Gaal doceerde op zondagavond hoe het Nederlands elftal de finale in Rio de Janeiro bereikt:
"We moeten allemaal aan hetzelfde touwtje trekken."
Dat is helder als een zomernamiddag op Gran Canaria. Alle spelers, fans, analisten, loodgieters, bejaarden en Bert Maalderink dienen slechts één belang voor ogen te hebben: het landsbelang. 
Ondertussen keken we naar België-Rusland. Aan de zijlijn stond Fabio Capello, de man die in de Russische kleedkamer aan de touwtjes trekt. Kijk, Dick Advocaat in Moskou, daar heb ik wel een beeld bij. Geef Dickie een hotelkamer en een stapel videobanden van de Cypriotische tweede divisie en je hebt geen kind aan hem. Maar Capello? Die is gewend aan pasta, zalm en veel glazen Chianti. Het enige waar ze in Rusland véél van hebben zijn medeklinkers. 
Russische oliebaronnen weten wel raad met een coach die bij het nationale team aan het verkeerde touwtje trekt. Na de late goal van de Belgen zit Fabio zó weer thuis in een buitenwijk van Rome. Op het balkon met zacht klinkende muziek van Ramazotti en een lekker bord spaghetti.
Goed aan de touwtjes trekken, dat moet je kunnen. Mijn vriendin weet er hier wel raad mee. Een geboren touwtjestrekker.
"Aan tafel!" verordonneerde ze na de wedstrijd van de rode duivels.
"Wat eten we?" vroeg ik.
"Chili," zei ze niet zonder venijn, "met pittig gehakt en rucola."
Louis van Gaal kan tevreden zijn. Ik woon hier met een vrouw naar zijn hart. Ze trekt samen met de bondscoach aan hetzelfde touwtje. De tegenstander van Oranje morgen? 
Die vreten we op.

vrijdag 13 juni 2014

Droomavond

De avond begint als oudste met zijn moeder thuis komt met de wekelijkse boodschappen.
"Kijk eens welke hamster ik heb," zegt ie tegen zijn broer die het knaagdier eens goed bekijkt.
"Is dat die hamster die bij Van Gaal door het raam naar binnen kijkt?"
"Nee, die hebben we al," antwoordt oudste, "deze wordt gekieteld door Blind."
De Albert Heijn-hamster die in de commercial gekieteld wordt door Daley Blind, krijgt een plekje voor de televisie, naast de 9 broertjes.
De jongens zien met de hele hamsterfamilie de penalty van Xavi Alonso en de duikkopbal van Van Persie. In de rust moeten de jongens naar bed. De hamster die gekieteld wordt door Blind, mag mee naar boven.
Ze missen de bevrijding van Arjen Robben, de kopstoot van Diego Costa, het einde van Casillas, het doelpunt van De Vrij, de onverzettelijkheid van Vlaar, de Oranje golf van ongeloof die over de tribunes waait en de gloeiende wangen van de bondscoach. De jongens missen het gelijk van Louis van Gaal.
Met grote ogen kijk ik naar de herhalingen van de doelpunten. Ik luister met open mond naar de meningen van Mulder, Van Marwijk en Hugo Borst in een raar juichpak.
Licht in mijn hoofd en niet geheel zeker van wat we die avond gezien hebben, gaan mijn vriendin en ik naar bed. Net voor twaalven. De avond eindigt opnieuw met hamsters. Jongste heeft de hamster die bij Van Gaal naar binnen gluurt in zijn knuist, op het kussen van oudste ligt het beestje dat gekieteld wordt door Blind. 
Dat wordt mooi, het wakker worden morgenochtend.

vrijdag 30 mei 2014

De tranen van Louis

Een prachtige tirade over schuld en boete, dat was het. In aanloop naar het WK herhaalde Andere tijden sport de persconferentie van de KNVB in 2001 waarin Van Gaal zijn aftreden bekend maakte. Het hoofd van De Bondscoach liep steeds roder aan, terwijl hij legendarische oneliners het perszaaltje ingooide: 
"En nou moeten jullie niet meteen een foto maken als ik aan mijn neus zit."
Achter zijn ogen woedde een oceaan van emotie, maar de tranen kwamen niet. Een man mag niet huilen, volgens Van Gaal.
Louis is een man van bezieling en volledige overgave, trots ook. Tranen horen daar niet bij. In ieder geval niet voor de lenzen van de krant en televisie die met zijn gevoelens een andere kant op willen dan hij voor ogen heeft. 
"Media: minmin."
Verdriet bewaart Louis voor thuis. Dáár, met zijn neus in de veilige boezem van Truus, schokschoudert Louis de ellende van zich af. 
Die handrem van Van Gaal, het gaat hem dwarszitten deze zomer. Ergens, onderweg naar de finale, gaat Oranje zijn Waterloo vinden. Na een heroïsche wedstrijd van het Nederlands elftal verdampt de WK-droom van Van Gaal in de zinderende Braziliaanse zon. Aan de zijlijn vangt hij als een generaal zijn manschappen op. De coach van de tegenstander krijgt een oprechte felicitatie. Trots en beheerst verdwijnt hij in de catacomben. Verslagen, op zoek naar de boezem van Truus.
Veel liever zie ik Louis op zo'n moment eenzaam in de dug-out. Geknakt, met de handen in het haar, tranen stromen als een Alpenkreek in de lente. De camera's vangen zijn wanhoop. Microfoons registreren zijn gedempte vloek.
"Zo dichtbij, klote." 
Louis zet de deuren open. Hij wordt weer mens onder zestien miljoen bondscoaches. 
Wat zouden we van hem houden.

maandag 28 april 2014

Uppercut

Het beeld zoemt al enkele dagen prettig door mijn hoofd. Louis van Gaal wandelend door de straten van Manchester. Compleet met bolhoed op het kippenhoofd, een tweedjasje en een opgerolde Sun onder de arm. De bondscoach in Engeland, het kan niet anders; dat wordt smullen. De eerste dag van Van Gaal als nieuwe coach op Old Trafford, het laat zich makkelijk uittekenen.
"Hoezo een kopje thee? Ik zie dat anders. Omdat jullie al 200 jaar een kop thee drinken in de namiddag, zou ik aan de Pickwick moeten? Daar ben ik het niet mee eens. En zo'n rechte pink is slecht voor de bloedsomloop. Een glas chocomel, graag."
Louis van Gaal daalt neer in het land waar ze stoïcijns links rijden en verschrompelde worstjes eten bij het ontbijt. Een eigenheimer die maar in één visie gelooft: die van Louis van Gaal. Hoe zou dat vallen op het trainingscomplex van Manchester, als de stem van Louis er over de velden gaat schallen:
"Goeeed! ..... Jahaaa! Wat een geweldige pass, jongen!....... Met binnenkant voet, ja! Met de binnenkant! ....Jahaa! .... Wat een prachtgoal!!"
Robin van Persie geeft geen krimp. Sinds Brazilië is hij eraan gewend dat je door Van Gaal gezien wordt als een schichtig hertje dat voor het eerst in de wei komt. Maar Rio Ferdinand, Carrick en Evra; hoe gaan zij reageren op de nieuwe hopman? Wat te zeggen van Wayne Rooney?
"Mooie sprint, Roenie! ....Goed! .... En nu schieten! .... Goed gedaan! .... Kom maar hier voor een complimentje van de meester..... Hier! Een plaatje voor vlijt, Ween! Kijk aan!!"
Louis van Gaal als trainer van Manchester United. Ik geef het drie dagen, dan hoeken ze hem neer.

vrijdag 18 april 2014

Passie

Het was Goede Vrijdag. Op Nederland 2 werd de Matthäus Passion uitgezonden, compleet met koren in galajurk en vlinderstrik, pauken, violen, een hoornsectie en een dirigent die met zijn stokje zwaaide alsof de wereldvrede ervan afhing. 
"Kom, hier kun je nog wat van leren," zei ik tegen oudste en jongste.
Vanaf de bank keken we naar het meesterwerk van Johann Sebastian Bach.
"Waar gaat het over?" vroeg oudste.
"Over het leven en lijden van Jezus Christus, straks gaan ze hem aan het kruis nagelen."
Na een paar minuten keek ik opzij. Oudste en jongste zaten gelaten naast elkaar. Een beetje zoals Louis van Gaal en Robin van Persie op een voetbaltribune naast elkaar zitten: gewichtig kijken naar de wedstrijd alsof je de sleutel tot de WK-finale in handen hebt, maar ondertussen stiekem denken aan de billen van de kantinejuffrouw.
"Duurt het nog lang?" vroeg oudste na een kwartiertje. Er was nog niemand verraden. In de gids stond dat de lijdensweg nog ruim twee uur voortduurde.
"Vooruit, ga maar naar buiten," zei ik gul.
Na een half uurtje vond ik ze buiten op het tuinmuurtje, het shirt bezweet van het intensieve partijtje dat ze speelden. Jongste had zijn arm om de schouders van zijn broer geslagen. Het leek op Steven Gerrard, die na de wedstrijd tegen  Manchester City de andere spelers van Liverpool opzweepte om nu dóór te stomen naar de titel in Engeland.
"Goed gespeeld, man!" zei jongste erbij.
In zijn ogen stond vuur. Nu pas zag ik de passie van Bach.

dinsdag 4 maart 2014

O, Louis

"....daarom lijkt het me het beste dat Van Persie en Strootman vanmiddag de persconferentie doen. Wat vind jij?"
"Ik vind het best, Kees. Je weet hoe ik over de media denk."
"O, Louis, daar wilde ik het ook nog over hebben. Het beeld van jou wordt milder."
"Het beeld van De Bondscoach wordt milder?"
"Gisteren zat Hugo Borst bij Derksen en Genee. Vanwege zijn boek."
"Een boek?"
"O, Louis."
"Ja wat, Kees?"
"Nee, zo heet het: O, Louis."
"Wat staat er in, dan?"
"Hij heeft er een genuanceerd beeld in beschreven van jou, als mens. Ook van hemzelf trouwens."
"Nou, daar moet De Bondscoach zich maar eens in verdiepen dan."
"En Gijp vertelde in VI dat hij het vroeger erg goed met jou kon vinden."
"Wie? René?"
"Ja, bij Sparta. Dat jullie uren praatten. Over humor, vriendschap en vrouwen. Over borsten en billen."
"Borsten en billen? Ik ga uit van De Totále Mens."
"Dat weet ik, Louis. Maar misschien is het slim om het met de media nou eens niet over juichen en minmin te hebben."
"Wat bedoel je, Kees?"
"Begin op een perspraatje eens over vrouwen. Word een man tussen de mannen."
"Kees, ben jij nou zo dom of ben ....."
"Rustig, Louis, rustig. Het WK zal er een stuk gezelliger van worden."
"Dat betwijfel ik. Zo communiceert De Bondscoach niet. Dat past niet in het karakter van De Bondscoach. Een journalist die over De Bondscoach gaat schrijven of hij van billen of borsten houd, dat doet niet ter zake. Daar heeft De Bondscoach een ongelofelijke hekel aan."
"Een hekel? Aan bil en borst?"
"Nee, aan Hugo."

vrijdag 8 november 2013

Nieuwe helden

Jongste zat in een wak. Door de vele regenbuien werd de wedstrijd van F9 afgelast. Ontroostbaar hing ie in de bank. Om hem uit zijn depressie te halen, zette ik teletekst op. Pagina 804.
"Kijk, de selectie van het Nederlands elftal," zei ik iets te vrolijk. Het klonk als een Filippijn die na de tsunami zijn huis terug vond. 
Samen namen we de lijst door. "Cillessen, ...Krul, ...Martins Indi, ...Veltman..."
"Veltman? Wie is Veltman?" wilde jongste weten.
"Joël Veltman," antwoordde ik, "een jonge verdediger van Ajax."
Vanuit de keuken meldde mijn vriendin zich in het gesprek.
"Van Ajax? Daar speelt toch Moisander. En Wensdil?"
"Denswil," zei oudste over de rand van zijn Donald Duck, "Stefano Denswil." Het selectiebeleid van Louis van Gaal hield nu het hele gezin bezig.
"Is ie goed, pap, die Veltman?" vroeg jongste. Tja, is Veltman goed? Hoe leg je uit dat je na één goede wedstrijd naast Robben en Van Persie aan het ontbijt in Huis ter Duin kunt zitten?
Om me er vanaf te maken stelde ik een partijtje op de inrit voor. Met zijn drieën stormden we naar buiten. Het was geen zaterdagochtendwedstrijd met F9, maar toch. Ik ging op doel.
"Ik ben Van der Sar," zei ik. Ik ben al jaren Van der Sar.
Oudste koos voor Van Nistelrooy. Hij heeft ook een voorkeur voor oude helden. Jongste krabde aan zijn achterhoofd. Hij dacht na. Met zijn andere hand stuiterde hij de bal enkele keren. Toen was hij eruit.
"Ik ben Veltman!" riep hij en gooide de bal omhoog om het potje te starten. Het gaat hard met het Nederlandse voetbal, bedacht ik me. Eén goede bloktackle in de Arena en je belandt met een poster in vele jongenskamers. 

vrijdag 11 oktober 2013

Oktoberfesten

Arjan Robben die aansluit bij Oranje voor de wedstrijd tegen Hongarije, die beelden had ik graag gezien. Het ene moment jezelf op een schlager van Heino ritmisch op de lederhose kletsen en het andere moment met een stalen gezicht door de draaideur van Huis ter Duin wandelen: dat moet je kunnen.       
Maar het geluk van voetballen bij het beste team van Europa, iedereen kan het zien. Je leest het in zijn ogen en je ziet het op de training als Janmaat op spelvreugde gepasseerd wordt. Maar de bondscoach bekijkt het natuurlijk geheel anders: "Robben kiest de verkeerde ruimte als Bayern inschuift over de vrije man."
Van Gaal zal het niet snel zeggen, maar Arjen Robben voetbalt in de stad waar hij graag zou willen terugkeren. Het liefst zat ie dit weekend in lederhose in een grote biertent. Met Truus naast hem in een wulpse dirndle, de borsten strak opgebonden. Aan een lange tafel lekker mijmeren over Lahm op het middenveld, een tactische aanpassing voor Schweinsteiger of een lastige uitwedstrijd naar Nürnberg. Met een team een heel seizoen toewerken naar het kampioenschap. En dan in de Allianz Arena voor een peloton persfotografen net doen of je de glazen laars boven je hoofd niet ziet.
Na de plichtmatige zege van het Nederlands elftal op Hongarije zal Van Gaal op eigenzinnige wijze het spelbeeld analyseren en met nadruk de heilige missie herhalen: met Oranje naar het WK van Brazilië. Intussen weten we allemaal hoe het zit.
De bondscoach hunkert naar een nieuwe bierdouche.

vrijdag 6 september 2013

Bumpen

Voor de interland van Oranje tegen Estland rolde ineens een opvallend woord de huiskamer binnen. Spritzig. Een prachtig woord. Een woord als wulps, ravotten en stracciatellivla; je hoort het één keer en begrijpt meteen waar het voor staat. Ik tuurde naar buiten, over de schutting, en meteen zag ik het. De lucht was spritzig. Prachtig pikant roodoranje.
Ik vond het op meer plekken. Het zat in de lokken van het meisje dat voorbij fietste. Ik hoorde het in het zingen van de goudblonde daklijster op het schuurtje en het zat in de tred van de postbode. Een vrolijk hupje. De ene voet die kwiek de andere vooruit ging. Het zat zelfs in de plof waarmee de streekkrant op de mat viel.
Er was geen houden aan: het kroop als lava bij mij naar binnen. Via het hoofd gleed het naar de buik, waar het zich hitsig in de heupen nestelde. Ik merkte het meteen. Ik stond op van de bank als een Zuid-Amerikaan met warme gedachten. Als een Surinamer danste ik naar de keuken, waar mijn vriendin de bonen stond te doppen. Het rolde als vanzelf uit mijn mond.
"Ik vind je vandaag zo...eh....spritzig."
De billen in haar strakke spijkerbroek gaven geen krimp. Haar hoofd wel. Een koele blik over haar schouder. Het schuurde, de lucht betrok. We werden twee onbereikbare werelden. Twee kemphanen met de veren overeind. Een uppercut hing boven de aardappelen.
Toen proestte ze het uit. "Spritzig, .... doe normaal, man," zei ze luid. Speels bumpte ze tegen mijn been. De lucht kleurde weer roodoranje, een heerlijk moment. Licht in mijn hoofd hupte ik terug naar de bank. Op tv stonden Van Gaal en Hans Kraay tegenover elkaar. Kom op Louis, nu een speelse bump op heuphoogte, dacht ik. Dan stopt het lijden.

donderdag 5 september 2013

Prikkel

Wesley Sneijder die weer aansluit bij het Nederlands elftal, ik had het graag gezien. Het kleine afgetrainde lichaam dat na binnenkomst van Huis ter Duin zijn armen als een verloren zoon om de buik van perschef Jansma werpt en daarna in een fauteuil ploft, de voetjes losjes omhoog op de salontafel.
"Zo Kees, tegen wie spelen we?"
De interland tegen Estland laat zich makkelijk uittekenen. Sneijder tot op het bot getergd, is overal op het veld. Hij voorkomt Estse aanvallen, knalt van 30 meter op de lat en zet met links en rechts Van Persie voor de keeper. In de dug-out zijn de gevolgen tot in de Nederlandse huiskamers te horen: de bondscoach spint als een tevreden kater in een losbandig poezenhotel. 
Ook dinsdag leidt Sneijder met speels gemak Oranje langs Andorra. Na afloop gloeit de trots van Van Gaal: hij mag naar het WK in Brazilië. Zijn hoofd geeft meer licht dan een gemiddelde spaarlamp. Na een vraag van Kraay jr. ontploft het ego.
"Sneijder was goed, hè?"
"Wesley speelde aardig in de teamdiscipline, hij moet nog wat stappen zetten met de linksbenige sliding. Maar ik heb hem op de weg terug, ja."
Op zulke momenten verdient de bondscoach maar één reactie: Wesley, die met zijn voetbaltas over een schouder langsloopt en Van Gaal terloops twee woorden toevoegt.
"Tabee, Louis."
Sneijder, afgetraind en scherp, wandelt uit beeld. Hij laat niets meer van zich horen en verdwijnt in een dichte mist van mysterie en vage geruchten. Bij Galatasaray zijn ze ten einde raad.
In de zomer van 2014, als Van Persie in een stadion in Rio in de wedstrijd tegen Togo vergeefs wacht op een steekbal vanuit het midden, rollen de zweetdruppels van Van Gaals voorhoofd. Op een jacht in de buurt van Kreta, vanachter een klein televisietoestel, verstuurt Wesley een tekstbericht met zijn smartphone. Enkele seconden later piept de broekzak van Jansma:
"Ik denk dat Louis een prikkel nodig heeft, Kees."


woensdag 14 augustus 2013

De top van de piramide

We kunnen het inmiddels uittekenen. De voetballers die met een zonnebril op de neus hun bolides het parkeerterrein opsturen. Het uitstappen. Bert Maalderink die, onder de klep van de kofferbak, zich niet meer kan inhouden: "Hoe is het bevallen, de eerste weken bij Torpedo Tsjernobyl?"
Als voetballers vervolgens met een rolkarretje naar de hoofdingang van hotel Huis ter Duin wandelen, weet je genoeg: er komt weer een interland aan.
De angstige blik naar de draaideur als de laatste handtekening op de arm van de fan is gezet, daar mag ik graag naar kijken. Achter de draaideur wacht namelijk De Hand. De Hand van de bondscoach.
"Goedemiddag, Rafael! Ik vind het fijn dat je er bent! Maar wat is dat? Een blauw rolkarretje? Wat zeg je? Van Sabia? Wat hadden we afgesproken? Wat stond er in de regels? Inderdaad, een zwart rolkarretje! Wat ga jij nu doen? Inderdaad, naar de Blokker. En snel!"
Onze internationals telefoneren wekelijks met Louis van Gaal. Dat ie zo gezellig op die boot stond, over hun fysieke gesteldheid en of hun transfer naar Oezbekistan een Oranjeselectie niet in de weg staat. Natuurlijk, ze doen alles om een Sneijder-schrobbering te voorkomen. Maar na één gesprek in Huis ter Duin komt het aan op angermanagement. Het liefst proppen ze hem meteen in de meterkast, de bondscoach met zijn malle fratsen. 
Als voetballiefhebber zou ik graag zien dat Van der Vaart, Robben en Van Persie toegeven aan hun verontwaardiging. Dat ze hun boosheid de vrije loop laten. Ik hunker al maanden naar de volgende interlandbeelden: Hans Kraay jr. rent radeloos door de catacomben van het stadion, Kees Jansma veegt zich het zweet van het voorhoofd, in de studio zit Van Gangelen met zijn handen in het weelderige haar: de bondscoach is zoek. Als het Nederlands elftal met een lege dug-out aan de wedstrijd begint, worden in Noordwijk de suites van de internationals gepoetst. Pas op het moment dat de stofzuiger stopt, dringt het geluid tot het kamermeisje door; een zacht bonzen vanuit de bezemkast in een verre hoek van de gang. Dan het roodaangelopen hoofd als de sleutel is gevonden:
"Dit stond niet in het manifest! Nu moet ik weer reageren!"

dinsdag 18 juni 2013

Intimidatie

Toekijken bij een wedstrijd, dat kan niet iedereen. Bij de meesten lijkt het al gauw op voorover op je knieën leunen en nagelbijten. Met twee vingers voorzichtig een fluitconcert beginnen. Een clubdas boven je hoofd spreiden en roepen dat de moeder van de scheids een hoer is, het is opgaan in de massa.
Ik oefen het vaak op het veldje in de straat, dat toekijken. Tijdens een partijspel relaxed tegen het hek leunen met een hand nonchalant in de zij. Zogenaamd gefocust naar een Vlaamse gaai in de boom staren, maar dan opeens 'knijpen!' schreeuwen en wijzen naar de doelman van de tegenpartij. Ze kijken niet op of om, de kinderen uit de straat.
Louis van Gaal kan het wel. Hij is een ervaren toekijker. Louis beheerst het vak tot in de puntjes. Zaterdagavond keek hij, achterover leunend in zijn kuipstoeltje, naar de warming-up van Jong Oranje. Het leek alsof hij wel een ijsje zou lusten. Maar als je goed keek, zag je het. De kippennek van Louis liet er geen twijfel over bestaan, zijn prikogen schreeuwden het uit:
"Hoezo Van Ginkel? Clasie zei ik je toch. Moet ik nou helemaal vanuit China komen om je dat uit te leggen? Dus omdat meneer een jonge vriendin heeft, moet Van Ginkel ineens spelen. Werkt het zo? Nou precies! Dan begrijpen we elkaar. En Van Aanholt op rechts graag."
Cor Pot zat met zijn rug naar de tribune, maar hij was meteen verloren. Al voor de aftrap wist hij: hier valt geen eer meer te behalen. Zonder een woord van Van Gaal stond de winst van Italië al vast.
Dan ben je als toekijker een hele grote.



donderdag 21 maart 2013

Slagerij Pigmans

In de wachtrij voor vier slavinken en sukadelapjes, had de man voor me het helemaal gehad. "De kou? Ik ben er klaar mee," bromde ie, "het houdt maar niet op. Een pond gehakt graag, half om half." Hij knoopte zijn das nog wat strakker om de nek. 
Onderweg naar de winkel zag ik ze lopen, de mensen in het dorp. De schouders omlaag, de grauwe blik naar de grond. Maar op de achtergrond hoorde je de vogeltjes fluiten. En binnen, in de vitrine, glimlachten gemarineerde speklapjes. Nog even en de grillplaat kon weer van zolder.
De aanhoudende winter verlamt de blik, het maakt neerslachtig. We worden langzaam Bert Maalderink. Met een zure kop tegenover Louis van Gaal gaan staan en je ergeren aan die vervelende hangwangen. Diep zuchten bij het megalomaan geneuzel en niet zien dat hij een fris, nieuw Oranje kneedt. Niet doorhebben dat hij Maher bewust in de wachtkamer houdt. Pas in Brazilië mag de jonge middenvelder het orkest dirigeren.
In Friesland kunnen ze het ook, kniezen. Met knoestige koppen, diep weggestoken in de kraag van de jas, staan mompelen dat de sloten niet willen dichtvriezen en dat de fuut nog niet is gezien. Met de handen in de zakken snoeven over Heerenveen, voorheen een fraai skûtsje op het meer, dat nu met een gat in het voorsteven aan wal staat. De balcontrole van de backs laat te wensen over en de voorzitter ligt na een potje Grieks-Romeins worstelen met Johan Derksen in een wurgende houdgreep.   
En niemand die het ziet. Een jongen van de Balkan met een olijk gezicht, die als een ballerina over de velden danst. Fabelachtig lepelt ie ballen in de kruising. Misschien dringt het door, over twee jaar, als Benfica aan de hand van Djuricic door de Champions League dendert. Niet alleen bij Pigmans, ook in Friesland staan ze te mopperen in een weiland, onder de knotwilgen. Door het mismoedig hoofdschudden zien ze niet dat er een mooie roos tegen de stam groeit. Het is doodzonde.

donderdag 21 februari 2013

Wonderlamp

Sneijder in Istanbul. Dat is stampij op de bazaar. Een labyrint van honderden overdekte stalletjes met anijs, kappertjes en prullaria, waar fans zich verdringen voor hun nieuwe speler. Mannen die thuis een vrouw hebben met één oog en een pukkel op de wang, willen Wesley aanraken op zijn rechterheup. Daar ligt Cabau in inkt beschreven. Dichterbij de heuvels van Kasbergen zullen ze niet komen. Ook willen ze met de spelverdeler op de foto. Mooi voor later. 
"Kijk, opa met Sneijder voor een schaal met baklava."
In de drukte koopt Wesley nog gauw een oude olielamp. Voor thuis. Het maakt het sprookje van duizendenéén nacht compleet. 
Op zijn balkon aan de rivier die Turkije in tweeën splijt, tuurt Wes naar de wonderlamp. Ineens tollen allerlei wensen rond in zijn hoofd. Een vrouw die kan koken, gewoon kunnen zitten aan het stuur en het WK in Brazilië. Net als Aladin wrijft ie over de olielamp. Meteen verschijnt de geest. Hij heeft een platte neus en priemt zijn vinger op de borst van Sneijder.
"Wat nou Galatasaray? Is dat nou verstandig? Jij was de beste van Amsterdam, Madrid en Milaan! Wat wil je eigenlijk zeggen, met je roodoranje shirt en gedroogd fruit op het balkon? Dat de bondscoach dom is, of zo?"
Als een terechtgewezen kleuter kijkt Sneijder naar zijn schoenen. Snel schudt ie zijn hoofd.
"Nou, dan zijn we het eens. Snel verkassen graag." 
De geest is uit de fles en komt nu goed op stoom.
"Voetbal je wel vanuit de Totale Mens?"
"Doe je iets voor Spieren voor Spieren?"
"Slaap je 's nachts eigenlijk wel lepeltje-lepeltje?"
Uit wanhoop gooit Wesley de olielamp over de reling, maar grimmig blijft de stem door de heldere sterrennacht galmen:
"Noem je dat gooien? Vind je dat een worp? Wat insinueer je n...."
Met een plons verdwijnt de toverlamp in de Bosporus. Het is de enige manier om de kwelgeest tot zwijgen te brengen.