Nee, ik had het al snel door, daar in dat naargeestige Vasil Levski-stadion. Van het spel van Oranje moesten we het niet hebben. Daarom wipte ik steeds naar het puntje van mijn stoel als de Nederlandse dug-out in beeld kwam. Bondscoach Danny Blind beleefde daar zijn eigen Waterloo. Met zijn aantekeningenmap op schoot zat hij erbij als de professor quantumfysica die net vanuit de collegezaal een dodelijke vraag op zich afgevuurd zag worden:
"Maar meneer, u vergeet de Wet van Wilson. Het antwoord is niet 7, maar 314."
Jongste had weinig last van De Ondergang Van Het Nederlandse Voetbal. Met zijn voetjes op tafel, een prettig kussentje in zijn rug en een bakje paprikachips in de hand, voorzag hij het koningsdrama op het veld luchtig van commentaar.
"Goh, ze zijn een beetje te slap begonnen, hè pap?"
Meneer gooide even de Wet van Jaap Stam op tafel. De woorden waarmee hij en zijn ploegmaten die zaterdagochtend hun jeugdwedstrijd hadden verkwanseld. Nee, echt gezellig werd het niet, met zijn allen bij de buis.
Vanmorgen trof ik oudste en jongste opnieuw op de bank, toen ik beneden kwam. In pyjama, onderuit op de bank, de televisie op zo'n Nickelodeon-zender met een stompzinnige lachband als er niets te lachen valt en zeker niet op zondagmorgen, als mijn geliefde Nederlandse elftal op Titanic-achtige wijze op de bodem van de oceaan is terecht gekomen.
"Hup! Je kent de afspraak! 's Morgens eerst oefenen voor je typediploma!" snauwde ik, iets te chagrijnig. Maar oudste was niet onder de indruk.
"Ik heb het typen vanmorgen gemist, pap, vannacht is de klok een uur vooruit gezet."
Met de Wet van Humor brak oudste de zondag open.
Posts tonen met het label Nederlands elftal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nederlands elftal. Alle posts tonen
zondag 26 maart 2017
donderdag 14 augustus 2014
Adamskostuum
Jongste ging met zijn moeder naar de markt. Doordat er een kraampje stond met goedkope voetbaltricotjes kwam ie terug met een Nederlands elftalshirt van Robben over de schouders. Trots kwam jongste voor me staan.
"Zo! Dat ziet er goed uit!" zei ik.
Maar die bevestiging had ie niet nodig. De rest van de dag liep jongste door het huis als een buitenspeler die de verdediging van Spanje met gemak aan flarden speelt. En die van Chili en Costa Rica erbij. De postbode, de buurvrouw, de man die het gas kwam checken: steeds zorgde jongste ervoor dat zijn Robben-shirt goed in beeld kwam.
's Avonds, tijdens het avondeten, kwam zijn geluk abrupt tot stilstand. Er spatte een grote drubbel jus op zijn borst, precies op de staart van de Nederlandse leeuw. We bespraken net de vakantiebestemmingen van vrienden en bekenden.
"Een klasgenootje is naar een nudistencamping geweest," zei oudste, nadat de schade op het voetbalshirt was hersteld.
"Wat is dat?" Jongste wilde er meer van weten.
"Daar loopt iedereen naakt over de camping."
"Wat!?" Jongste keek alsof het Nederlands elftal ter plekke werd opgeheven.
"Ja, in je blootje," zei oudste, "ook in de kampwinkel."
Dit moest zijn broer even verwerken.
"Zullen wij dat volgend jaar dan ook gaan doen," vroeg ik, "naar de nudistencamping?"
"Echt niet!" antwoordde jongste resoluut.
Licht verbaasd vroeg zijn moeder waarom ie niet in blote billen over de camping wilde, maar zijn antwoord zag ik van verre aankomen:
"Dan kan ik mijn shirt van Robben niet dragen."
"Zo! Dat ziet er goed uit!" zei ik.
Maar die bevestiging had ie niet nodig. De rest van de dag liep jongste door het huis als een buitenspeler die de verdediging van Spanje met gemak aan flarden speelt. En die van Chili en Costa Rica erbij. De postbode, de buurvrouw, de man die het gas kwam checken: steeds zorgde jongste ervoor dat zijn Robben-shirt goed in beeld kwam.
's Avonds, tijdens het avondeten, kwam zijn geluk abrupt tot stilstand. Er spatte een grote drubbel jus op zijn borst, precies op de staart van de Nederlandse leeuw. We bespraken net de vakantiebestemmingen van vrienden en bekenden.
"Een klasgenootje is naar een nudistencamping geweest," zei oudste, nadat de schade op het voetbalshirt was hersteld.
"Wat is dat?" Jongste wilde er meer van weten.
"Daar loopt iedereen naakt over de camping."
"Wat!?" Jongste keek alsof het Nederlands elftal ter plekke werd opgeheven.
"Ja, in je blootje," zei oudste, "ook in de kampwinkel."
Dit moest zijn broer even verwerken.
"Zullen wij dat volgend jaar dan ook gaan doen," vroeg ik, "naar de nudistencamping?"
"Echt niet!" antwoordde jongste resoluut.
Licht verbaasd vroeg zijn moeder waarom ie niet in blote billen over de camping wilde, maar zijn antwoord zag ik van verre aankomen:
"Dan kan ik mijn shirt van Robben niet dragen."
vrijdag 8 november 2013
Nieuwe helden
Jongste zat in een wak. Door de vele regenbuien werd de wedstrijd van F9 afgelast. Ontroostbaar hing ie in de bank. Om hem uit zijn depressie te halen, zette ik teletekst op. Pagina 804.
"Kijk, de selectie van het Nederlands elftal," zei ik iets te vrolijk. Het klonk als een Filippijn die na de tsunami zijn huis terug vond.
Samen namen we de lijst door. "Cillessen, ...Krul, ...Martins Indi, ...Veltman..."
"Veltman? Wie is Veltman?" wilde jongste weten.
"Joël Veltman," antwoordde ik, "een jonge verdediger van Ajax."
Vanuit de keuken meldde mijn vriendin zich in het gesprek.
"Van Ajax? Daar speelt toch Moisander. En Wensdil?"
"Denswil," zei oudste over de rand van zijn Donald Duck, "Stefano Denswil." Het selectiebeleid van Louis van Gaal hield nu het hele gezin bezig.
"Is ie goed, pap, die Veltman?" vroeg jongste. Tja, is Veltman goed? Hoe leg je uit dat je na één goede wedstrijd naast Robben en Van Persie aan het ontbijt in Huis ter Duin kunt zitten?
Om me er vanaf te maken stelde ik een partijtje op de inrit voor. Met zijn drieën stormden we naar buiten. Het was geen zaterdagochtendwedstrijd met F9, maar toch. Ik ging op doel.
"Ik ben Van der Sar," zei ik. Ik ben al jaren Van der Sar.
Oudste koos voor Van Nistelrooy. Hij heeft ook een voorkeur voor oude helden. Jongste krabde aan zijn achterhoofd. Hij dacht na. Met zijn andere hand stuiterde hij de bal enkele keren. Toen was hij eruit.
"Ik ben Veltman!" riep hij en gooide de bal omhoog om het potje te starten. Het gaat hard met het Nederlandse voetbal, bedacht ik me. Eén goede bloktackle in de Arena en je belandt met een poster in vele jongenskamers.
"Kijk, de selectie van het Nederlands elftal," zei ik iets te vrolijk. Het klonk als een Filippijn die na de tsunami zijn huis terug vond.
Samen namen we de lijst door. "Cillessen, ...Krul, ...Martins Indi, ...Veltman..."
"Veltman? Wie is Veltman?" wilde jongste weten.
"Joël Veltman," antwoordde ik, "een jonge verdediger van Ajax."
Vanuit de keuken meldde mijn vriendin zich in het gesprek.
"Van Ajax? Daar speelt toch Moisander. En Wensdil?"
"Denswil," zei oudste over de rand van zijn Donald Duck, "Stefano Denswil." Het selectiebeleid van Louis van Gaal hield nu het hele gezin bezig.
"Is ie goed, pap, die Veltman?" vroeg jongste. Tja, is Veltman goed? Hoe leg je uit dat je na één goede wedstrijd naast Robben en Van Persie aan het ontbijt in Huis ter Duin kunt zitten?
Om me er vanaf te maken stelde ik een partijtje op de inrit voor. Met zijn drieën stormden we naar buiten. Het was geen zaterdagochtendwedstrijd met F9, maar toch. Ik ging op doel.
"Ik ben Van der Sar," zei ik. Ik ben al jaren Van der Sar.
Oudste koos voor Van Nistelrooy. Hij heeft ook een voorkeur voor oude helden. Jongste krabde aan zijn achterhoofd. Hij dacht na. Met zijn andere hand stuiterde hij de bal enkele keren. Toen was hij eruit.
"Ik ben Veltman!" riep hij en gooide de bal omhoog om het potje te starten. Het gaat hard met het Nederlandse voetbal, bedacht ik me. Eén goede bloktackle in de Arena en je belandt met een poster in vele jongenskamers.
Abonneren op:
Posts (Atom)