Zaterdag was oudste jarig. De ochtend bracht een grote glimlach op zijn gezicht, want op tafel lag een herkenbaar ingepakt verjaardagscadeau: zijn mobiele telefoon. De middelbare school kietelt als een ganzenveer aan zijn leeftijd en in de puberwereld overleef je niet als je buiten de groepsapp valt.
Mijn vriendin en ik voelden ons ineens oud. Met weemoed daalden we af naar onze jaren tachtig. Uren brachten we kletsend door in het fietsenhok achter school. Op onze bagagedrager lag een leren boekentas met een ouderwetse ABBA-schoolagenda. Als je het huiswerk Duits niet had opgeschreven, was je de volgende dag de pineut bij meneer Spierts. De docent Duits trakteerde je op strafwerk (100 keer het rijtje 'mit, nach, bei, seit, von'), maar het lijkt zo veel leuker dan nu, waarin men met twee drukken op de gsm zo'n vergissing rechtzet en tegelijkertijd de naam van die leuke meid, schuin achterin bij biologie, wordt achterhaald.
Terwijl oudste thuis de geheimen van zijn nieuwe mobiel ontrafelde, namen zijn moeder en ik jongste mee naar het sportpark. De zegereeks van F1 kon namelijk een vervolg krijgen met de wedstrijd tegen UNA. Jongste en zijn vriendjes, ze gaan als de brandweer. Ook deze ochtend, want na een een voorzichtige eerste helft stootten ze in de tweede helft door naar een mooie overwinning, onder meer doordat jongste de score opent door een corner binnen te koppen.
Na de wedstrijd, in het gangetje buiten de overvolle kleedkamer waar F1 gillend de overwinning viert, voel ik ineens mijn binnenzak trillen. Op het beeldscherm zie ik een nieuwe aangemaakte groep met mijn vriendin, mezelf en oudste: 'Ons gezin'. De jeugd leert razendsnel. Het mobieltje van oudste kent na anderhalf uur al geen geheimen meer.
"Wat is het geworden?" vraagt oudste in de eerste app.
"4-0 winst. Kopdoelpunt jongste," antwoord ik met het duimpje omhoog.
Nog voordat ik mijn telefoon heb opgeborgen, stapt jongste met een lang gezicht uit de kleedkamer. Weg is de euforie over de zege. In zijn hand heeft hij de gsm van zijn moeder en in zijn hoofd stormen vele gedachten. Huilend tegen mijn buik waaien ze eruit.
"Ik wilde zélf tegen oudste zeggen dat ik met het hoofd heb gescoord!" schreeuwt hij.
Meteen realiseer ik me dat de jaren tachtig ook bij mij diep zijn weggezakt. Het is veel leuker om het elkaar gewoon te vertéllen.
zondag 22 november 2015
maandag 19 oktober 2015
PSV F1, thuis
Het gaat goed met het team van jongste. Na een paar mooie overwinningen zijn ze opgeklommen naar de 4e plek in de hoofdklasse. Elke training wordt er met zweet gewerkt aan de schouderduw, afwerken op doel en goede passeerbewegingen. Sinds kort wordt er ook geschaafd aan een gevaarlijke corner. Bij elke hoekschop stonden de efjes namelijk bij het doel als kantoorklerken bij de halte: wachtend op de bus die maar niet kwam.
Dat moest anders.
"Kijk, je moet er niet stáán, je moet er kómen," riepen de trainers daarom op de donderdagavondtraining, waarna ze als uitgehongerde wolven het vijfmetergebied in sprintten. De afgemeten voorzet werd als een vers konijntje naar binnen gewerkt.
Dát wilden de efjes ook wel eens proberen. Ver verwijderd van het doel wachtten ze met de hele groep op het moment dat M. zijn aanloop startte om daarna als een opgejaagde roedel voor keeper J. op te duiken. Thuis, met pen en papier, legde jongste het college nog één keer uit aan zijn moeder. "Kijk mam, zo. Je moet er niet staan, je moet er kómen!"
Naast de vlijmscherpe hoekschop gonst er door het team een ander item: de wedstrijd tegen koploper PSV F1. De juf, de meester, opa, oma, de caissière bij de Albert Heijn, iedereen is op de hoogte gebracht: "Wij gaan voetballen tegen PSV!" Met een mix van angst en spanning, alsof je in de Efteling voor het eerst in het wagentje van de Baron stapt, kijken de spelers van F1 uit naar de clash. Voor jongste is de wedstrijd tegen PSV vooral een weerzien met een oude bekende. Jasper, zijn vriendje bij de efjes vorig jaar, verdedigt nu het doel van PSV F1.
Sowieso wordt het een boeiende botsing. De toekomstige Depaytjes en Pröppertjes met meer scharen in hun benen dan de Blokker in het aanbiedingenrek, tegen de jongens die hun kicksen met korting bij de Top Shop in het dorp haalden.
Maar misschien werpen alle trainingen wel hun vruchten af. Dat F1 even de bal in de ploeg houdt, dat ze weten uit te breken tot over de middellijn. Misschien dwingen ze zelfs een corner af. Dan moet ik het nog zien, want die PSV-keeper kent ons geheime wapen niet. Dat je er niet moet staan, dat je er moet kómen.
Dat moest anders.
"Kijk, je moet er niet stáán, je moet er kómen," riepen de trainers daarom op de donderdagavondtraining, waarna ze als uitgehongerde wolven het vijfmetergebied in sprintten. De afgemeten voorzet werd als een vers konijntje naar binnen gewerkt.
Dát wilden de efjes ook wel eens proberen. Ver verwijderd van het doel wachtten ze met de hele groep op het moment dat M. zijn aanloop startte om daarna als een opgejaagde roedel voor keeper J. op te duiken. Thuis, met pen en papier, legde jongste het college nog één keer uit aan zijn moeder. "Kijk mam, zo. Je moet er niet staan, je moet er kómen!"
Naast de vlijmscherpe hoekschop gonst er door het team een ander item: de wedstrijd tegen koploper PSV F1. De juf, de meester, opa, oma, de caissière bij de Albert Heijn, iedereen is op de hoogte gebracht: "Wij gaan voetballen tegen PSV!" Met een mix van angst en spanning, alsof je in de Efteling voor het eerst in het wagentje van de Baron stapt, kijken de spelers van F1 uit naar de clash. Voor jongste is de wedstrijd tegen PSV vooral een weerzien met een oude bekende. Jasper, zijn vriendje bij de efjes vorig jaar, verdedigt nu het doel van PSV F1.
Sowieso wordt het een boeiende botsing. De toekomstige Depaytjes en Pröppertjes met meer scharen in hun benen dan de Blokker in het aanbiedingenrek, tegen de jongens die hun kicksen met korting bij de Top Shop in het dorp haalden.
Maar misschien werpen alle trainingen wel hun vruchten af. Dat F1 even de bal in de ploeg houdt, dat ze weten uit te breken tot over de middellijn. Misschien dwingen ze zelfs een corner af. Dan moet ik het nog zien, want die PSV-keeper kent ons geheime wapen niet. Dat je er niet moet staan, dat je er moet kómen.
woensdag 6 mei 2015
Vallen
Iedereen had het over Messi. De nieuwslezer van het journaal op de radio, de buurman die de takjes van zijn auto veegde, het meisje in de winkel dat mij de broden overhandigde. Zelfs de oude dame in de rij bij de kassa met een chihuahua op de arm (ik zag meer een rozenkweker in haar of een lid van het sudokumarathoncomité in Bloemendaal), raakte niet uitgepraat over de wijze waarop Lionel Messi gisterenavond Bayern München elimineerde in de halve finale Champions League.
"Dat stiffie!"
Ik zat met mijn gedachten meer bij Boateng. Jérôme Boateng, de centrale verdediger van de Duitsers, de reus, de bootwerker, de marinier in het elitecorps van generaal Guardiola. Het was geen vallen meer wat hij daar deed, in de 80e minuut, toen Messi op hem af dribbelde en de bal afkapte.
Vallen, dat is alledaags. Je blijft hangen achter een drempel, stoot je knie en vloekt een keer. Je mist de laatste trede van de trap of de rechtsback weet met een uiterste sliding jou de bal te ontfutselen. Je verliest je evenwicht en met een mooie koprol bezweer je de zwaartekracht. Vallen is als koffie zetten, de bloemen water geven, een dagje naar het strand.
Wat Jérôme Boateng deed, vlak voor de Argentijn met een wippertje het tweede doelpunt aantekende en heel Nou Camp als een mantra zijn naam scandeerde, had niets met vallen te maken. Het leek nog het meest op beelden vanuit de oude Sovjet-Unie, na de val van de communisten. Ze roken de verandering, de Russen. Massaal gingen ze de straat op, en ademden diep de verse lucht in hun longen. Daarna gooiden ze een lang touw over het standbeeld van hun oude leider en samen, schouder en schouder, trokken ze tergend langzaam het verleden naar beneden. Boateng viel als Lenin van zijn sokkel.
"Dat stiffie!"
Ik zat met mijn gedachten meer bij Boateng. Jérôme Boateng, de centrale verdediger van de Duitsers, de reus, de bootwerker, de marinier in het elitecorps van generaal Guardiola. Het was geen vallen meer wat hij daar deed, in de 80e minuut, toen Messi op hem af dribbelde en de bal afkapte.
Vallen, dat is alledaags. Je blijft hangen achter een drempel, stoot je knie en vloekt een keer. Je mist de laatste trede van de trap of de rechtsback weet met een uiterste sliding jou de bal te ontfutselen. Je verliest je evenwicht en met een mooie koprol bezweer je de zwaartekracht. Vallen is als koffie zetten, de bloemen water geven, een dagje naar het strand.
Wat Jérôme Boateng deed, vlak voor de Argentijn met een wippertje het tweede doelpunt aantekende en heel Nou Camp als een mantra zijn naam scandeerde, had niets met vallen te maken. Het leek nog het meest op beelden vanuit de oude Sovjet-Unie, na de val van de communisten. Ze roken de verandering, de Russen. Massaal gingen ze de straat op, en ademden diep de verse lucht in hun longen. Daarna gooiden ze een lang touw over het standbeeld van hun oude leider en samen, schouder en schouder, trokken ze tergend langzaam het verleden naar beneden. Boateng viel als Lenin van zijn sokkel.
dinsdag 5 mei 2015
Galliërs
Het voetbalveldje op de camping in Nommerlayen bleek vol met gaten en hoog gras, maar oudste en jongste hadden al snel een betonnen pleintje gevonden met twee doeltjes. Toen ook twee andere jongens zich meldden begon een partijtje twee-tegen-twee. Het ging mooi gelijk op, maar oudste liet zich voor het doel enkele keren makkelijk passeren. Aan de zijlijn, met mijn billen op een ongemakkelijke rots, voelde ik de jeugdtrainer in mij naar boven borrelen:
"Meer op je voorvoeten staan, dan ben je wendbaarder!" hoorde ik mezelf roepen.
Bij de stand 4-4 stond ineens een opvallende knaap langs de lijn. Dure gympen, het haar strak naar achteren gekamd, de borst vooruit. Zoals hij op het schoolplein gewend was, nam het binkie meteen de regie in handen.
"Hé!" riep ie met een hoofdknik naar de voetballers, "Ik doe ook mee!"
Oudste, jongste en de twee tegenspelers lieten, met het zweet op het voorhoofd van het pittige potje, de bluf gelaten over zich heen komen.
"Okay, doe maar met hén mee," zei oudste, terwijl hij naar de overkant wees. Zijn baltechniek laat veel te wensen over, aan zelfvertrouwen heeft hij geen gebrek. Het binkie nam direct het initiatief. Hij eiste de bal op, negeerde opzichtig zijn medespelers en voerde uitdagend allerlei schijnbewegingen uit. In alles straalde hij uit: ook dit veld ga ik veroveren, maar jongste was niet zo onder de indruk. Met een snelle beweging van zijn voetzool veroverde hij de bal, tikte hem langs de ene kant van het binkie om zelf langs de andere kant te glippen.
Met de blik van Julius Ceasar die verslagen wordt door een klein dorpje dat dapper weerstand blijft bieden, keek het binkie achterom, waar hij zag hoe jongste rustig binnentikte. Oudste vond de tuchtiging nog niet genoeg.
"Kijk, je moet meer op je tenen staan, dan ben je wendbaarder," zei hij, maar Julius negeerde oudste die op zijn voorvoeten een jeugdtrainer nadeed. Met bekraste ziel verliet hij het slagveld, waarschijnlijk op zoek naar de tafeltennistafel, het springkussen of een andere plek waar jongeren zijn keizerlijke kwaliteiten wél op waarde zouden schatten.
"Meer op je voorvoeten staan, dan ben je wendbaarder!" hoorde ik mezelf roepen.
Bij de stand 4-4 stond ineens een opvallende knaap langs de lijn. Dure gympen, het haar strak naar achteren gekamd, de borst vooruit. Zoals hij op het schoolplein gewend was, nam het binkie meteen de regie in handen.
"Hé!" riep ie met een hoofdknik naar de voetballers, "Ik doe ook mee!"
Oudste, jongste en de twee tegenspelers lieten, met het zweet op het voorhoofd van het pittige potje, de bluf gelaten over zich heen komen.
"Okay, doe maar met hén mee," zei oudste, terwijl hij naar de overkant wees. Zijn baltechniek laat veel te wensen over, aan zelfvertrouwen heeft hij geen gebrek. Het binkie nam direct het initiatief. Hij eiste de bal op, negeerde opzichtig zijn medespelers en voerde uitdagend allerlei schijnbewegingen uit. In alles straalde hij uit: ook dit veld ga ik veroveren, maar jongste was niet zo onder de indruk. Met een snelle beweging van zijn voetzool veroverde hij de bal, tikte hem langs de ene kant van het binkie om zelf langs de andere kant te glippen.
Met de blik van Julius Ceasar die verslagen wordt door een klein dorpje dat dapper weerstand blijft bieden, keek het binkie achterom, waar hij zag hoe jongste rustig binnentikte. Oudste vond de tuchtiging nog niet genoeg.
"Kijk, je moet meer op je tenen staan, dan ben je wendbaarder," zei hij, maar Julius negeerde oudste die op zijn voorvoeten een jeugdtrainer nadeed. Met bekraste ziel verliet hij het slagveld, waarschijnlijk op zoek naar de tafeltennistafel, het springkussen of een andere plek waar jongeren zijn keizerlijke kwaliteiten wél op waarde zouden schatten.
zondag 3 mei 2015
Ondeugend
Van Luxemburg zie je vaak alleen de snelweg op doorreis naar Zuid-Europa, maar in de meivakantie namen we er een afslag voor een kampeerweek. De glooiende natuur bleek er prachtig, de brandstofprijzen ook. De euro's die we bij het eerste de beste benzinestation bespaarden, gaven we uit in de broodjeshoek van de pompwinkel. Met een grote fles in haar hand vroeg het meisje of we mayonaise op de broodjes kaas wilden.
"Goh, gaat dat zó in Luxemburg?" stelde oudste verlekkerd vast.
Dat het nog spannender kon, merkte ik toen we ons nestelden aan de enige tafel in de snackhoek die voor een grote lectuurwand stond opgesteld. In een nanoseconde scande ik op de onderste rijen de kranten en puzzelboekjes. Ook het middensegment met glossy's had ik zo doorzocht, maar mijn blik bleef als een vishaak steken bij de bovenste plank waar een lange galerij met mannenblaadjes was neergelegd. Terwijl om mij heen de broodjes gezond mét mayonaise in monden verdwenen, vochten vanaf de voorpagina's talloze naakte vrouwen om mijn aandacht. Een strijd die werd gewonnen door een blondine die me ondeugend aankeek en schaamteloos met twee vingers de lipjes tussen haar dijbenen spreidde.
"Lekker!" zei mijn vriendin, een halve meter lager. Ze bedoelde haar broodje.
Ongemakkelijk verschoof ik mijn billen op de stoel.
"Eh, ... wat gaan we als eerste op de camping doen?" vroeg ik aan de jongens.
"Voetballen!" riep jongste enthousiast, maar mijn afleidingsmanoeuvre was niet aan oudste besteed. Als een toeschouwer bij een boeiende tenniswedstrijd gleden zijn ogen over de bovenste plank van links naar rechts.
"Goh, gaat dat zó in Luxemburg!" zei hij voor de tweede keer in vijf minuten. Zijn moeder draaide zich om, het hoofd van jongste zwenkte omhoog. Beiden keken nu recht in het broodje warm vlees van de blondine.
"Dat is een vagina," zei oudste ter verduidelijking. De jongens gingen nu de meisjes af als marmotjes in een dierenshop.
"Deze is schattig!"
"Tjonge, die heeft grote!"
"Wat een gekke knieën!"
"Zij heeft mooie ogen!"
Een kwartier later verlieten we het benzinestation. In de auto gloeide de anatomische les nog na. Met blozende kaken zette ik koers naar de camping.
"Ik hoop dat er een voetbalveldje is," zei jongste vanaf de achterbank.
Gelukkig, zijn prioriteiten waren weer snel op orde.
"Goh, gaat dat zó in Luxemburg?" stelde oudste verlekkerd vast.
Dat het nog spannender kon, merkte ik toen we ons nestelden aan de enige tafel in de snackhoek die voor een grote lectuurwand stond opgesteld. In een nanoseconde scande ik op de onderste rijen de kranten en puzzelboekjes. Ook het middensegment met glossy's had ik zo doorzocht, maar mijn blik bleef als een vishaak steken bij de bovenste plank waar een lange galerij met mannenblaadjes was neergelegd. Terwijl om mij heen de broodjes gezond mét mayonaise in monden verdwenen, vochten vanaf de voorpagina's talloze naakte vrouwen om mijn aandacht. Een strijd die werd gewonnen door een blondine die me ondeugend aankeek en schaamteloos met twee vingers de lipjes tussen haar dijbenen spreidde.
"Lekker!" zei mijn vriendin, een halve meter lager. Ze bedoelde haar broodje.
Ongemakkelijk verschoof ik mijn billen op de stoel.
"Eh, ... wat gaan we als eerste op de camping doen?" vroeg ik aan de jongens.
"Voetballen!" riep jongste enthousiast, maar mijn afleidingsmanoeuvre was niet aan oudste besteed. Als een toeschouwer bij een boeiende tenniswedstrijd gleden zijn ogen over de bovenste plank van links naar rechts.
"Goh, gaat dat zó in Luxemburg!" zei hij voor de tweede keer in vijf minuten. Zijn moeder draaide zich om, het hoofd van jongste zwenkte omhoog. Beiden keken nu recht in het broodje warm vlees van de blondine.
"Dat is een vagina," zei oudste ter verduidelijking. De jongens gingen nu de meisjes af als marmotjes in een dierenshop.
"Deze is schattig!"
"Tjonge, die heeft grote!"
"Wat een gekke knieën!"
"Zij heeft mooie ogen!"
Een kwartier later verlieten we het benzinestation. In de auto gloeide de anatomische les nog na. Met blozende kaken zette ik koers naar de camping.
"Ik hoop dat er een voetbalveldje is," zei jongste vanaf de achterbank.
Gelukkig, zijn prioriteiten waren weer snel op orde.
Abonneren op:
Posts (Atom)