Aan de zijlijn bij een voetbalveldje op een willekeurige camping in Europa: in de zomermaanden zijn het mooiste plekken om te vertoeven. Elke avond, als de lucht langzaam roodoranje kleurt, melden zich daar talloze jongens van allerlei pluimage. Voetbalshirtje, afgetrapte schoenen, bal onder de arm. In een paar tellen worden twee groepen gemaakt, een bal ertussen en gáán. Prachtig om te zien, die bubbel van voetbaldromen. Dubbele scharen, scherp aangesneden één-tweetjes, goals die gevierd worden met een kus op de pols en een wijsvinger naar boven; ik kan er uren naar kijken. Af en toe verlaat er ineens een speler het veld voor een duik in het zwembad of staan er plots twee nieuwelingen aan de zijlijn die klaar zijn bij de tafeltennistafel. Het maakt niets uit, het spel gaat gewoon door. De jongens met de beste passeerbewegingen zijn de baas. Zij bepalen de teams of aaien een speler over de bol die na een mislukte actie een geschaafde knie oploopt. Die hiërarchie ontstaat vanzelf, het zijn de wetten van de straat en het schoolplein. Volwassenen hebben in dat proces helemaal niets te zoeken. Zo gaat het elke zomeravond op een camping, ergens in Europa. Ook bij ons, in de Belgische Ardennen.
Tot vanavond.
Aan de zijlijn staat ineens een man van middelbare leeftijd in Feyenoord-shirt. De nieuwe sponsor op de borst en de sokken opgetrokken tot net onder de knie. Even denk ik aan een flauwe grap, maar de blik in zijn ogen laat aan duidelijkheid niets te wensen over: hij gaat hier meedoen.
Het heeft iets aandoenlijks, een man van veertig jaar in het shirt van zijn favoriete voetbalclub. Als kind mag je dromen van prachtige goals in een vol stadion, als je niet wordt opgepikt dient ergens nabij de volwassen leeftijd het besef in te dalen dat er een andere toekomst gloort: die van 08.00 tot 18.00 uur op de steigers van aannemersbedrijf Van Vleuten, ook voor dakrenovatie.
De Feyenoorder wacht het signaal van de leiders op het veldje (“Wil je meedoen? Je staat bij hen.”) niet af en stelt zichzelf meteen op. Na een paar minuten meepuffen (stukadoor? schilder? metselaar?) vindt hij het genoeg, hij legt het spel stil en roept alle spelers bij elkaar voor een herindeling. Alle jongens schieten in een natuurlijke reflex, naar een volwassene luister je. De man dirigeert de knul in Heerenveen-shirt naar het ene doel, de jongen in een vaal Anderlecht-tenue naar het andere. Zo gaat het even door, waarna het partijtje wordt hervat. Als een jongen de opdracht krijgt om de gevaarlijke spits van de tegenstander te volgen (“dekken!”) zie je de eerste barst: een paar seconden later schuifelt ie naar de schommel in de speeltuin naast het veld. Spoedig druipen er meer af. Dan maar de mini-disco. Als de man met twee F-jes overblijft, zodat een partijtje er niet echt meer inzit, blaast ook hij de aftocht. Nog één keer trekt ie zijn sokken op tot net onder zijn knieën en wandelt dan gebogen terug naar zijn Kip-caravan. Hij heeft geen idee waar het is misgegaan. Op zijn rug lees ik zijn naam. Het staat er echt: Van Vleuten.
Posts tonen met het label voetbal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label voetbal. Alle posts tonen
dinsdag 16 juli 2019
maandag 1 mei 2017
Dik
Buiten, aan de ontbijttafel met uitzicht op de akkervelden in het Geuldal, bespraken we de plannen voor de dag.
"Nou gewoon, weer zwemmen," zei oudste met de vanzelfsprekendheid van oranje tompoucen op Koningsdag. "Ja, en volleyen. En tafeltennissen!" antwoordde jongste. Op zijn kin plakten beschuitkruimels als discodip op een zomerijsje.
"We zouden ook naar Valkenburg kunnen gaan, daar zijn mergelgrotten, met rondleidingen en zo, "zei hun moeder met een opvallende pedagogische toon in haar stem. Voor de caravan viel een kleine pauze. Het was zo'n stilte die balanceerde tussen vaag ontluikende interesse en blinde paniek. Ik voelde me als de spelverdeler met de bal aan de voet, naarstig op zoek naar een opening in de vijandelijke verdedigingslinie. Mijn pass was splijtend.
"Of we gaan naar Racing Genk - Kortrijk."
De avond ervoor had ik op internet de mogelijkheden voor een voetbaluitstapje onderzocht. Dat wil zeggen, niét op onze kampeerplek waar de beloofde draadloze WiFi haperde als een jury-oordeel van Miss Montreal, maar bij de snackbar naast de receptie vond ik op het wereldwijde web thuiswedstrijden van Bayer Leverküsen en VFL Bochum. Omdat de WiFi ook wegviel toen ik de Belgische play-offs raadpleegde, stapte ik, op zoek naar de internetbron, de friettent binnen en dáár, achter de toonbank met cervela's en satékroketten, bijna met mijn iPad ín het frietvet, vond ik de wedstrijd van Racing Genk tegen Kortrijk, slechts dertig kilometer verwijderd van onze camping.
"Ja! Daar speelt Boëtius!" juichte oudste, die alle Europese ploegen als zijn broekzak kent. Jongste sprintte de caravan in en kwam om onduidelijke redenen twee tellen later terug met zijn AS Roma-replicashirt. "Wanneer gaan we?"
Hun moeder erkende haar nederlaag en kwam ook aan haar trekken. Want in de Luminus Arena verbaasde ze zich over de Dik Trom in de rij voor ons die in één helft een broodje braadworst met ajuin, twee zakken chips een gevulde heer, een snoepzak en drie Genkse doelpunten consumeerde. Zo had na een Limburgse vakantieweek, met zwemmen, tafeltennissen, heerlijk kneuterig koken in de voortent én een voetbalwedstrijd, iedereen zijn buikje rond.
dinsdag 5 mei 2015
Galliërs
Het voetbalveldje op de camping in Nommerlayen bleek vol met gaten en hoog gras, maar oudste en jongste hadden al snel een betonnen pleintje gevonden met twee doeltjes. Toen ook twee andere jongens zich meldden begon een partijtje twee-tegen-twee. Het ging mooi gelijk op, maar oudste liet zich voor het doel enkele keren makkelijk passeren. Aan de zijlijn, met mijn billen op een ongemakkelijke rots, voelde ik de jeugdtrainer in mij naar boven borrelen:
"Meer op je voorvoeten staan, dan ben je wendbaarder!" hoorde ik mezelf roepen.
Bij de stand 4-4 stond ineens een opvallende knaap langs de lijn. Dure gympen, het haar strak naar achteren gekamd, de borst vooruit. Zoals hij op het schoolplein gewend was, nam het binkie meteen de regie in handen.
"Hé!" riep ie met een hoofdknik naar de voetballers, "Ik doe ook mee!"
Oudste, jongste en de twee tegenspelers lieten, met het zweet op het voorhoofd van het pittige potje, de bluf gelaten over zich heen komen.
"Okay, doe maar met hén mee," zei oudste, terwijl hij naar de overkant wees. Zijn baltechniek laat veel te wensen over, aan zelfvertrouwen heeft hij geen gebrek. Het binkie nam direct het initiatief. Hij eiste de bal op, negeerde opzichtig zijn medespelers en voerde uitdagend allerlei schijnbewegingen uit. In alles straalde hij uit: ook dit veld ga ik veroveren, maar jongste was niet zo onder de indruk. Met een snelle beweging van zijn voetzool veroverde hij de bal, tikte hem langs de ene kant van het binkie om zelf langs de andere kant te glippen.
Met de blik van Julius Ceasar die verslagen wordt door een klein dorpje dat dapper weerstand blijft bieden, keek het binkie achterom, waar hij zag hoe jongste rustig binnentikte. Oudste vond de tuchtiging nog niet genoeg.
"Kijk, je moet meer op je tenen staan, dan ben je wendbaarder," zei hij, maar Julius negeerde oudste die op zijn voorvoeten een jeugdtrainer nadeed. Met bekraste ziel verliet hij het slagveld, waarschijnlijk op zoek naar de tafeltennistafel, het springkussen of een andere plek waar jongeren zijn keizerlijke kwaliteiten wél op waarde zouden schatten.
"Meer op je voorvoeten staan, dan ben je wendbaarder!" hoorde ik mezelf roepen.
Bij de stand 4-4 stond ineens een opvallende knaap langs de lijn. Dure gympen, het haar strak naar achteren gekamd, de borst vooruit. Zoals hij op het schoolplein gewend was, nam het binkie meteen de regie in handen.
"Hé!" riep ie met een hoofdknik naar de voetballers, "Ik doe ook mee!"
Oudste, jongste en de twee tegenspelers lieten, met het zweet op het voorhoofd van het pittige potje, de bluf gelaten over zich heen komen.
"Okay, doe maar met hén mee," zei oudste, terwijl hij naar de overkant wees. Zijn baltechniek laat veel te wensen over, aan zelfvertrouwen heeft hij geen gebrek. Het binkie nam direct het initiatief. Hij eiste de bal op, negeerde opzichtig zijn medespelers en voerde uitdagend allerlei schijnbewegingen uit. In alles straalde hij uit: ook dit veld ga ik veroveren, maar jongste was niet zo onder de indruk. Met een snelle beweging van zijn voetzool veroverde hij de bal, tikte hem langs de ene kant van het binkie om zelf langs de andere kant te glippen.
Met de blik van Julius Ceasar die verslagen wordt door een klein dorpje dat dapper weerstand blijft bieden, keek het binkie achterom, waar hij zag hoe jongste rustig binnentikte. Oudste vond de tuchtiging nog niet genoeg.
"Kijk, je moet meer op je tenen staan, dan ben je wendbaarder," zei hij, maar Julius negeerde oudste die op zijn voorvoeten een jeugdtrainer nadeed. Met bekraste ziel verliet hij het slagveld, waarschijnlijk op zoek naar de tafeltennistafel, het springkussen of een andere plek waar jongeren zijn keizerlijke kwaliteiten wél op waarde zouden schatten.
zondag 3 mei 2015
Ondeugend
Van Luxemburg zie je vaak alleen de snelweg op doorreis naar Zuid-Europa, maar in de meivakantie namen we er een afslag voor een kampeerweek. De glooiende natuur bleek er prachtig, de brandstofprijzen ook. De euro's die we bij het eerste de beste benzinestation bespaarden, gaven we uit in de broodjeshoek van de pompwinkel. Met een grote fles in haar hand vroeg het meisje of we mayonaise op de broodjes kaas wilden.
"Goh, gaat dat zó in Luxemburg?" stelde oudste verlekkerd vast.
Dat het nog spannender kon, merkte ik toen we ons nestelden aan de enige tafel in de snackhoek die voor een grote lectuurwand stond opgesteld. In een nanoseconde scande ik op de onderste rijen de kranten en puzzelboekjes. Ook het middensegment met glossy's had ik zo doorzocht, maar mijn blik bleef als een vishaak steken bij de bovenste plank waar een lange galerij met mannenblaadjes was neergelegd. Terwijl om mij heen de broodjes gezond mét mayonaise in monden verdwenen, vochten vanaf de voorpagina's talloze naakte vrouwen om mijn aandacht. Een strijd die werd gewonnen door een blondine die me ondeugend aankeek en schaamteloos met twee vingers de lipjes tussen haar dijbenen spreidde.
"Lekker!" zei mijn vriendin, een halve meter lager. Ze bedoelde haar broodje.
Ongemakkelijk verschoof ik mijn billen op de stoel.
"Eh, ... wat gaan we als eerste op de camping doen?" vroeg ik aan de jongens.
"Voetballen!" riep jongste enthousiast, maar mijn afleidingsmanoeuvre was niet aan oudste besteed. Als een toeschouwer bij een boeiende tenniswedstrijd gleden zijn ogen over de bovenste plank van links naar rechts.
"Goh, gaat dat zó in Luxemburg!" zei hij voor de tweede keer in vijf minuten. Zijn moeder draaide zich om, het hoofd van jongste zwenkte omhoog. Beiden keken nu recht in het broodje warm vlees van de blondine.
"Dat is een vagina," zei oudste ter verduidelijking. De jongens gingen nu de meisjes af als marmotjes in een dierenshop.
"Deze is schattig!"
"Tjonge, die heeft grote!"
"Wat een gekke knieën!"
"Zij heeft mooie ogen!"
Een kwartier later verlieten we het benzinestation. In de auto gloeide de anatomische les nog na. Met blozende kaken zette ik koers naar de camping.
"Ik hoop dat er een voetbalveldje is," zei jongste vanaf de achterbank.
Gelukkig, zijn prioriteiten waren weer snel op orde.
"Goh, gaat dat zó in Luxemburg?" stelde oudste verlekkerd vast.
Dat het nog spannender kon, merkte ik toen we ons nestelden aan de enige tafel in de snackhoek die voor een grote lectuurwand stond opgesteld. In een nanoseconde scande ik op de onderste rijen de kranten en puzzelboekjes. Ook het middensegment met glossy's had ik zo doorzocht, maar mijn blik bleef als een vishaak steken bij de bovenste plank waar een lange galerij met mannenblaadjes was neergelegd. Terwijl om mij heen de broodjes gezond mét mayonaise in monden verdwenen, vochten vanaf de voorpagina's talloze naakte vrouwen om mijn aandacht. Een strijd die werd gewonnen door een blondine die me ondeugend aankeek en schaamteloos met twee vingers de lipjes tussen haar dijbenen spreidde.
"Lekker!" zei mijn vriendin, een halve meter lager. Ze bedoelde haar broodje.
Ongemakkelijk verschoof ik mijn billen op de stoel.
"Eh, ... wat gaan we als eerste op de camping doen?" vroeg ik aan de jongens.
"Voetballen!" riep jongste enthousiast, maar mijn afleidingsmanoeuvre was niet aan oudste besteed. Als een toeschouwer bij een boeiende tenniswedstrijd gleden zijn ogen over de bovenste plank van links naar rechts.
"Goh, gaat dat zó in Luxemburg!" zei hij voor de tweede keer in vijf minuten. Zijn moeder draaide zich om, het hoofd van jongste zwenkte omhoog. Beiden keken nu recht in het broodje warm vlees van de blondine.
"Dat is een vagina," zei oudste ter verduidelijking. De jongens gingen nu de meisjes af als marmotjes in een dierenshop.
"Deze is schattig!"
"Tjonge, die heeft grote!"
"Wat een gekke knieën!"
"Zij heeft mooie ogen!"
Een kwartier later verlieten we het benzinestation. In de auto gloeide de anatomische les nog na. Met blozende kaken zette ik koers naar de camping.
"Ik hoop dat er een voetbalveldje is," zei jongste vanaf de achterbank.
Gelukkig, zijn prioriteiten waren weer snel op orde.
Abonneren op:
Posts (Atom)