woensdag 3 juli 2013

Coïtus interruptus

We waren er nog lang niet, maar op de achterbank vermaakte oudste zich met het Donald Duck Vakantieboek. Met de tong tussen zijn lippen vulde hij de puzzels in. Jongste had andere prioriteiten.
"Mama, heb je mijn voetbalschoenen meegenomen?" Zijn moeder stelde hem gerust; ze zaten tussen wandelschoenen en teenslippers in de koffer.
Bij aankomst op de camping werd als eerste het sportveldje geïnspecteerd.  Een strook met dor gras, hard als staalborstel, twee ijzeren goaltjes met gaten in de netten en aan de randen stond het onkruid hoog. We waren gearriveerd in Frankrijk.
Jongste legde de bal klaar toen we beiden voor een goaltje stonden.
"Ik ben Clasie," zei hij met bravoure. "Eh, dan ben ik Pellè," antwoordde ik. Mijn buik kon wel een beetje sex-appeal gebruiken.
Na een paar minuten wipte jongste handig de bal op en joeg hem in het kruis. Met gespreide armen sprintte hij terug naar eigen helft. Diep in de Dordogne rende jongste voor een paar seconden door een kolkende Kuip. Hij spéélde niet langer de Feyenoord-middenvelder, hij wás Jordy Clasie.
Mijn antwoord mocht er wezen.
Na een hoog opstuiterende bal volleerde ik richting doel. Net op dat moment liep Cécile, de blondine van de receptie, achterlangs. Haar zomerjurkje danste luchtig om de heupen. Ze streek een lok achter een oor, zoals alleen vrouwen dat kunnen. Via de verroeste paal sloeg de volley binnen. Cécile reageerde met een glimlach, een ogenblik keek ze me diep in de ogen. Net lang genoeg. Voor even was ik geen voetbalvader op een borstelig Frans veld, bliksemflitsen joegen door mijn lichaam, de sensatie van een zwoele Italiaan. Ik was Pellè.
De snelle tegenaanval leidde tot een uithaal van jongste. Ten Napel zou zeggen: "verwoestend!" Het schot raakte vol mijn slaap, de bril tuimelde lullig op de grond. 
Toen was het weer voorbij.

maandag 1 juli 2013

Robin Hood

Dani Alves, Pirlo, Xavi en Fred deden hun stinkende best. Neymar drukte nadrukkelijk zijn neus aan het raam van de wereld. Toch pasten de wedstrijden die zij voor de Confederations Cup speelden naadloos in het rijtje van de KNVB-beker, de Europa League en de John-van-Loen-trofee; het deed er allemaal weinig toe. Eigenlijk kwam het enigste wapenfeit van Romario.
Voor de camera's van de internationale tv-zenders toonde Romario, inmiddels politiek actief, zijn sociale bewogenheid door zich te scharen achter zijn landgenoten die bij de WK-stadions voor betere huisvesting, scholen en ziekenhuizen demonstreerden. Opmerkelijk: een voormalig wereldvoetballer van het jaar als barmhartig hoeder van de armen.
Vele jaren terug stonden we samen op één veld. Ik als doelman van mijn jubilerende amateurclub, Romario als spits van PSV. Zijn reputatie was bekend; hij schuurde die dagen in de Danssalon onnavolgbaar tegen menig vrouwenlichaam. In een confrontatie met houterige metselaars, bankmedewerkers en postbodes had hij minder trek.
Mij maakte Romario's landerigheid niet uit, ik verheugde me op het banket na afloop. Van hem wilde ik horen hoe dat nu werkte, met de vrouwen en zo. Met natte haren haastte ik me naar de kantine. John Bosman, Michel Boerebach, coach Bobby Robson, zij allen schoven gezellig aan. Hun superspits was echter nergens te bekennen. Iemand wees naar het parkeerterrein. Daar zat ie, moederziel alleen in de spelersbus. Het bruine hoofd keek zoekend om zich heen. Het was net alsof hij iets zocht. Nu pas begrijp ik wat hij daar deed. Romario moest zijn betere ik nog vinden.

zaterdag 29 juni 2013

Pétanque

De selecties van Feyenoord, PSV en Ajax zijn weer in training. De vakantie is afgerond. Een rustperiode die hard nodig was om de fans weer een jaar tevreden te houden. Even het hoofd leeg maken om straks uit de klauwen van Derksen en Gijp te blijven. Gretig waaierden ze uit over heel de wereld, de voetballers.
Zo ook hun coaches.
Ronald Koeman is gespot in Engeland. Voor Feyenoord op zoek naar koopjes in Londen. Met pretoogjes en blozende wangen kwakt hij op de achterbank van de taxi:
"Toe de stadium of Sjelsie, plies."
De familie Cocu vertrok naar Kenia. Met een verrekijker in een safaribus op zoek naar wildlife. Mevrouw Cocu stoot enthousiast haar man aan: "Kijk! Daar loopt de roodbipsbaviaan!" Maar Phillip heeft geen tijd. Hij zit verzonken in 'Duizend wegen naar de top', een bestseller van Andries Jonker.
Frank de Boer gelooft niet zo in wereldreizen. De camping in Garderen is ver genoeg. De Boer op de camping, daar kan ik geen genoeg van krijgen. In een driekwartbroek en op teenslippers naar de kampwinkel voor een halfje bruin en een fles melk. Elke morgen de sudoku in de Telegraaf. Het mooist is Frank de Boer op de jeu-de-boulesbaan. Samen met buurman Tjidde, een struise stucadoor uit Oldambt verbeten strijden om de eer. Met lippen als een aangespannen kringspier gooit hij zijn laatste bal. De aanzwellende woede als Tjidde zijn bal wegketst en de winst pakt. Woedend beent de Ajax-coach naar huis en smijt zijn ballenzak op de campingtafel. Het glazen blad in duizend stukjes. Mevrouw De Boer kijkt niet op of om. Zo kent ze haar Frank, verliezen is voor hem geen optie. Nog voordat de eerste training gaat beginnen, voelt mevrouw De Boer het al aan haar water: Ajax gaat weer kampioen worden.

donderdag 27 juni 2013

Idool

Sinds een paar dagen kam ik mijn haar in lange halen naar voren. Met veel gel en springende lokjes en zo. Het lijkt een beetje alsof er een marmotje op mijn hoofd zit. Gisteren durfde ik er voor het eerst mee naar buiten. Daar liep ik, richting het dorpsplein. Ik voelde me eigenlijk een beetje Neymar, de nieuwe voetbalster op de linkerflank van Brazilië. Verrassend wat zo'n nieuwe coupe met je doet. Mijn schoenen landden lichter op het trottoirbeton, in mijn heupen begon het zo maar te swingen. Als vanzelf ontstond een tred die bij een tieneridool past. Om het af te maken, kneep ik mijn ogen toe tot kleine streepjes. Ik zag dat ze me nakeken, de vrouwen uit het dorp. Voor ik het wist stond ik op de markt voor de kraam met gebraden kippenbillen.
"Zijn de kippetjes lekker vandaag?" vroeg ik met iets te veel schwung.
"Niet zo lekker als jij, bink," antwoordde de verkoopster, een mollige veertiger met een loensend oog. Ze verzond er een vette knipoog mee.
Zo. Daar had ik niet van terug.
Naast me stootten twee huisvrouwen elkaar aan. Ze wezen naar mij.
"Dat haantje mag bij mij de knuppel wel in het hoenderhok gooien," fluisterden ze samenzweerderig. Toen ging het snel. In een paar seconden werd ik omsingeld. Razendsnel scande ik de situatie. Twee kleurspoelingen met uitgroei, een afgebroken tand, vier paarse leggings, tientallen buikrollen en een kunstbeen. Er was geen ontkomen aan. Ze voelden aan mijn heupen en aaiden het marmotje op mijn hoofd. Mijn lijf werd genomen door een leger vrouwenhanden. Het liep uit de hand. Met een woeste zwaai ontworstelde ik me aan de kluwen. In paniek rende ik naar huis, recht naar de badkamer. Wild haalde ik mijn handen door de haren. Daar ging Neymar. Zonder gel, met de haren plat, kwam ik weer beneden.
"Je ruikt naar zweet, getver," hoorde ik in de huiskamer. Gelukkig, dat klonk weer als vanouds. Opgelucht plofte ik op de bank, weer een nieuw inzicht rijker. Sommigen worden idool, anderen ruiken naar zweet.

dinsdag 18 juni 2013

Intimidatie

Toekijken bij een wedstrijd, dat kan niet iedereen. Bij de meesten lijkt het al gauw op voorover op je knieën leunen en nagelbijten. Met twee vingers voorzichtig een fluitconcert beginnen. Een clubdas boven je hoofd spreiden en roepen dat de moeder van de scheids een hoer is, het is opgaan in de massa.
Ik oefen het vaak op het veldje in de straat, dat toekijken. Tijdens een partijspel relaxed tegen het hek leunen met een hand nonchalant in de zij. Zogenaamd gefocust naar een Vlaamse gaai in de boom staren, maar dan opeens 'knijpen!' schreeuwen en wijzen naar de doelman van de tegenpartij. Ze kijken niet op of om, de kinderen uit de straat.
Louis van Gaal kan het wel. Hij is een ervaren toekijker. Louis beheerst het vak tot in de puntjes. Zaterdagavond keek hij, achterover leunend in zijn kuipstoeltje, naar de warming-up van Jong Oranje. Het leek alsof hij wel een ijsje zou lusten. Maar als je goed keek, zag je het. De kippennek van Louis liet er geen twijfel over bestaan, zijn prikogen schreeuwden het uit:
"Hoezo Van Ginkel? Clasie zei ik je toch. Moet ik nou helemaal vanuit China komen om je dat uit te leggen? Dus omdat meneer een jonge vriendin heeft, moet Van Ginkel ineens spelen. Werkt het zo? Nou precies! Dan begrijpen we elkaar. En Van Aanholt op rechts graag."
Cor Pot zat met zijn rug naar de tribune, maar hij was meteen verloren. Al voor de aftrap wist hij: hier valt geen eer meer te behalen. Zonder een woord van Van Gaal stond de winst van Italië al vast.
Dan ben je als toekijker een hele grote.