PSV is definitief ons huis binnengedrongen. De postbode bracht een pakketje dat mijn vriendin via Marktplaats bestelde.
"Kijk eens wat ik hier heb!" zei ze toen jongste thuis kwam van school. Triomfantelijk hield ze het roodwit gestreepte shirt van PSV voor zijn neus. Het zag er nog hartstikke nieuw uit.
Voorzichtig, alsof het in zijn handen als snoeppapier zou kunnen verscheuren, nam jongste het cadeautje aan. Het voelde als 7 op de schaal van Richter, toen hij het tricot met ingehouden adem over zijn schouders trok. Ralf Edström, Willy van der Kuijlen, Romario da Souza Faria; de hele PSV-glorie denderde in kuddes door de huiskamer en trokken diepe sporen in die ooit zo vertrouwde ruimte.
"Pap, wedstrijdje doen?" vroeg ie opgewonden. Hij zag mijn wanhoop niet.
Op de inrit kwam ie uitdagend tegenover me staan, met dat grote wedstrijdshirt over de ranke schouders.
"Ik ben Luuk de Jong, wie ben jij?" vroeg ie.
"Dan ben ik Graziano Pellè," antwoordde ik. De Italiaan, groot, knap, sterk en balvast, zou hem wel eens een lesje leren. Maar vanaf de eerste seconde flitste jongste als een buitenspeler met herwonnen zelfvertrouwen langs me heen. Tien minuten later plofte ik bezweet terug in de driezitsbank.
"Tien-vier voor PSV!" schreeuwde jongste. Hij kreeg een high-five van zijn broer. Nog nooit zo weggespeeld. Vertwijfeld keek ik om me heen. De televisie, de kachel, de gordijnen aan de muur; alles leek nog hetzelfde, maar diep van binnen knaagde het onheilspellende gevoel dat er iets voorgoed veranderd was. Als de kapitein van een schip in de storm zond ik een noodsignaal naar mijn vriendin, die in een fauteuil achteloos door de tv-gids bladerde.
"Pellè?" zei ze niet zonder spot, "Je lijkt niet eens op Pellè."
Posts tonen met het label Graziano Pellè. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Graziano Pellè. Alle posts tonen
donderdag 2 oktober 2014
zaterdag 16 augustus 2014
Nieuwe look
Jongste is niet zo trendgevoelig. Tot een paar dagen geleden. Nadat een strakke zijscheiding en veel brilcrème al twee seizoenen het straatbeeld in de Rotterdamse binnenstad (en ver daarbuiten) bepaalden, kwam hij nu ook thuis met een Pellè-kapsel.
Jongste leefde altijd bij het adagium snel en handig. Wat zijn hoofdhaar betreft kwam dat neer op het koesteren van lange manen die eigenzinnig alle kanten op piekten, zeg maar coupe Milko Djurovski. Ik had dan ook even tijd nodig toen hij ineens voor me stond met een strak gebeiteld hoofd.
"Eh, ... ja, ... eh, ... best mooi. Hoe dat zo?" stamelde ik.
"De kapster vroeg of ik Gratsiejano wilde en ik zei okay."
Jongste beschermde zijn nieuwe imago met opvallend veel aandacht. Of hij de tv op een ander kanaal switchte of een pot Nutella uit de kast pakte: elke handeling werd gevolgd door een onderzoekende hand die testte of de gel de zorgvuldig gebeeldhouwde lok nog wel in het gareel hield.
De teleurstelling was dan ook onpeilbaar toen de nacht zijn strakke hoofdcreatie vermorzelde. Ontdaan stond hij voor de badkamerspiegel. Het leek nog het meest op een verlaten vogelnestje na een hagelstorm. Zijn moeder moest eraan te pas komen. Met een krachtige hairspray werd de harenwirwar in standje Graziano hersteld.
Toch vond gisteren een nieuwe beproeving plaats. Mij vriendin nam de jongens mee naar een uitverkoop voor kinderkleren. In het kleedhokje trok jongste talloze keren T-shirts en hemden over het hoofd. De Pellè-look bleef echter overeind als Jaap Stam in zijn beste jaren. Bij het verlaten van de winkel droeg jongste in zijn ene hand een grote tas met nieuwe mode. Zijn andere voelde nog eens aan zijn Italiaanse snit.
"Goeie spray, mam!" zei hij triomfantelijk.
Jongste leefde altijd bij het adagium snel en handig. Wat zijn hoofdhaar betreft kwam dat neer op het koesteren van lange manen die eigenzinnig alle kanten op piekten, zeg maar coupe Milko Djurovski. Ik had dan ook even tijd nodig toen hij ineens voor me stond met een strak gebeiteld hoofd.
"Eh, ... ja, ... eh, ... best mooi. Hoe dat zo?" stamelde ik.
"De kapster vroeg of ik Gratsiejano wilde en ik zei okay."
Jongste beschermde zijn nieuwe imago met opvallend veel aandacht. Of hij de tv op een ander kanaal switchte of een pot Nutella uit de kast pakte: elke handeling werd gevolgd door een onderzoekende hand die testte of de gel de zorgvuldig gebeeldhouwde lok nog wel in het gareel hield.
De teleurstelling was dan ook onpeilbaar toen de nacht zijn strakke hoofdcreatie vermorzelde. Ontdaan stond hij voor de badkamerspiegel. Het leek nog het meest op een verlaten vogelnestje na een hagelstorm. Zijn moeder moest eraan te pas komen. Met een krachtige hairspray werd de harenwirwar in standje Graziano hersteld.
Toch vond gisteren een nieuwe beproeving plaats. Mij vriendin nam de jongens mee naar een uitverkoop voor kinderkleren. In het kleedhokje trok jongste talloze keren T-shirts en hemden over het hoofd. De Pellè-look bleef echter overeind als Jaap Stam in zijn beste jaren. Bij het verlaten van de winkel droeg jongste in zijn ene hand een grote tas met nieuwe mode. Zijn andere voelde nog eens aan zijn Italiaanse snit.
"Goeie spray, mam!" zei hij triomfantelijk.
zondag 2 maart 2014
Elleboog
Gaziano Pellè en ik hebben dezelfde bakker. Vanmorgen stonden we naast elkaar voor de manden met spijsbrood en harde bollen. Het was akelig stil, de vroege morgen kraste met ongewassen nagels op het glas van de toonbank.
"Wat mag het zijn?" vroeg de bakker vrolijk, voor hem was het al namiddag.
"Die ciabatta's graag," ik wees naar een schaaltje met de mediterrane broodjes. De bakker pakte de schaal en schudde de laatste ciabatta's in een zak.
"Ho!" zei Pellè scherp, "Die broodjes wil ik ook."
Ik keek naar de opstandeling naast me. Groot, trots, zijscheiding, tranen in zijn ogen. Ik had nog nooit iemand gezien die die kadetjes zó graag wilde.
De bakker keek verstoord op van zijn werk. Even leek het alsof hij een kaart ging trekken, maar hij zei in alle rust: "Sorry, deze meneer was hier eerder."
Dat was tegen het zere been.
"Ik wil ze al niet meer, prutsbakker!" zei Graziano met ingehouden woede.
"Prutsbakker?" vroeg de bakker onthutst. Hij was in zijn eer aangetast. Zijn familie bakte al brood sinds 1897. Dat stond ook op de gevel.
"Prutsbakker ja, dat zie ik aan je gezicht," beet Pellè hem toe. Hij griste een zak saucijzenbroodjes van een plank, smeet wat wisselgeld op de toonbank en beende toen wild voor mij door de winkel uit, waarbij hij opzichtig zijn elleboog in mijn gezicht duwde.
"Wat heeft hij nou?" vroeg de bakker toen de rust weer was wedergekeerd en de zak met ciabatta's voor me neerlegde.
"Ach ja, bakker," zei ik, terwijl ik aan mijn pijnlijke wang voelde. "Maandagochtend, hè."
"Wat mag het zijn?" vroeg de bakker vrolijk, voor hem was het al namiddag.
"Die ciabatta's graag," ik wees naar een schaaltje met de mediterrane broodjes. De bakker pakte de schaal en schudde de laatste ciabatta's in een zak.
"Ho!" zei Pellè scherp, "Die broodjes wil ik ook."
Ik keek naar de opstandeling naast me. Groot, trots, zijscheiding, tranen in zijn ogen. Ik had nog nooit iemand gezien die die kadetjes zó graag wilde.
De bakker keek verstoord op van zijn werk. Even leek het alsof hij een kaart ging trekken, maar hij zei in alle rust: "Sorry, deze meneer was hier eerder."
Dat was tegen het zere been.
"Ik wil ze al niet meer, prutsbakker!" zei Graziano met ingehouden woede.
"Prutsbakker?" vroeg de bakker onthutst. Hij was in zijn eer aangetast. Zijn familie bakte al brood sinds 1897. Dat stond ook op de gevel.
"Prutsbakker ja, dat zie ik aan je gezicht," beet Pellè hem toe. Hij griste een zak saucijzenbroodjes van een plank, smeet wat wisselgeld op de toonbank en beende toen wild voor mij door de winkel uit, waarbij hij opzichtig zijn elleboog in mijn gezicht duwde.
"Wat heeft hij nou?" vroeg de bakker toen de rust weer was wedergekeerd en de zak met ciabatta's voor me neerlegde.
"Ach ja, bakker," zei ik, terwijl ik aan mijn pijnlijke wang voelde. "Maandagochtend, hè."
zaterdag 1 maart 2014
De Italiaanse hengst
"Pfff, dat was lekker, Roon!"
"Ja, goed, hè."
"Ik hoop wel dat de kinderen het niet gehoord hebben."
"Nou, je ging nogal tekeer, Bartien. Je gilde."
"Gilde ik?"
"Ja, en je riep steeds Mieters!"
"Ik vond het ook mieters. Waar heb je dit geleerd, Roon?"
"Nou ja... eh, ... ik heb het eigenlijk van Pellè."
"Pellè?!"
"Ja, van Graziano."
"Praat jij met Pellè over zulke dingen?"
"Hij fluisterde het in mijn oor."
"Wanneer fluistert Pellè iets in jouw oor?"
"Nou vorige week. Toen hij gescoord had tegen Twente."
"En wat zei ie dan?"
"Dat ik de Italian Stallion eens moest proberen."
"De Italian Stallion?"
"Ja, de Italian Stallion."
"Dat je als een briesend paard tegen de dug-out schopt en zo?"
"Nee, joh!"
"Wat is het dan, Roon, de Italian Stallion?"
"Nou ja, je weet wel, ... toen je ze zo gilde."
"Gossie."
"Maar ik ga er nu uit, Bartien. We moeten vandaag tegen Ajax."
"Ja, ik ga mee naar de Kuip, Roon. Ik hoop dat Pellè het weer doet."
"Wat, Bartien? Tegen de dug-out schoppen?"
"Nee, gekkie!"
"Oh, je bedoelt dat ie weer een doelpunt moet maken."
"Ja dat ook, en dat ie dan weer iets in je oor komt fluisteren."
"Ja, goed, hè."
"Ik hoop wel dat de kinderen het niet gehoord hebben."
"Nou, je ging nogal tekeer, Bartien. Je gilde."
"Gilde ik?"
"Ja, en je riep steeds Mieters!"
"Ik vond het ook mieters. Waar heb je dit geleerd, Roon?"
"Nou ja... eh, ... ik heb het eigenlijk van Pellè."
"Pellè?!"
"Ja, van Graziano."
"Praat jij met Pellè over zulke dingen?"
"Hij fluisterde het in mijn oor."
"Wanneer fluistert Pellè iets in jouw oor?"
"Nou vorige week. Toen hij gescoord had tegen Twente."
"En wat zei ie dan?"
"Dat ik de Italian Stallion eens moest proberen."
"De Italian Stallion?"
"Ja, de Italian Stallion."
"Dat je als een briesend paard tegen de dug-out schopt en zo?"
"Nee, joh!"
"Wat is het dan, Roon, de Italian Stallion?"
"Nou ja, je weet wel, ... toen je ze zo gilde."
"Gossie."
"Maar ik ga er nu uit, Bartien. We moeten vandaag tegen Ajax."
"Ja, ik ga mee naar de Kuip, Roon. Ik hoop dat Pellè het weer doet."
"Wat, Bartien? Tegen de dug-out schoppen?"
"Nee, gekkie!"
"Oh, je bedoelt dat ie weer een doelpunt moet maken."
"Ja dat ook, en dat ie dan weer iets in je oor komt fluisteren."
zondag 23 februari 2014
Woede
De traditie begon in Corisi del Piné, een gehucht in het noordoosten van Italië met een klein kerkje waar priester Pietro Piemonti nog steeds stipt om zeven uur de klokken laat beieren. Het zal in 1958 geweest zijn dat Gianni, het zoontje van de slager, zijn rekentoets terugkreeg van signore Valli, de meester van de hoogste klas. Gianni keek naar de rode strepen op zijn blaadje en de dikke onvoldoende die erboven stond. De snotaap zei niets, maar stond op en liep briesend de klas uit en smeet de deur van het lokaal dicht. Het glas in de deur brak. Het gerinkel in de holle gangen van het schooltje van Corisi del Piné klonk zo lekker dat Gianni alle deuren in het gebouw dezelfde behandeling gaf. Thuis, drieëntwintig verwoeste deuren later, gaf de slager zijn zoon een aai over de zwarte haren en sprak de legendarische woorden:
"Bellisimo Gianni, wij pikken dat niet, wij zijn een slagersfamilie!"
Het was de aanzet tot een nieuwe gewoonte. Als de pasta te lang kookte, vloog de deegroller door het keukenraam. Als Lolita niet inging op de hartstochtelijke kus achter het muurtje, werd het uithangbord van de pizzeria van de gevel getrokken en verdwenen alle spiegels van de Fiat. De nieuwe manier van reageren kreeg navolging in buurdorpen en vond druppelsgewijs zijn weg naar de grote stad.
Nu, ruim vijftig jaar later, komt het nog wel eens voor dat een Italiaan, ergens verdwaald in Europa, handelt in de geest van Gianni. Een straatlantaarn die sneuvelt in de straten van Parijs, een deuk in een taxi in Londen, een omgetrapt camerascherm in een stadion in Enschede.
Zelfs als de woede is ingedaald, zullen de onverlaten zich beroepen op de wijze woorden van Pietro Piemonti, de priester die nog steeds om zeven uur de klokken laat beieren in Corisi del Piné:
"Als je maar niemand pijn doet, mijn jongen."
"Bellisimo Gianni, wij pikken dat niet, wij zijn een slagersfamilie!"
Het was de aanzet tot een nieuwe gewoonte. Als de pasta te lang kookte, vloog de deegroller door het keukenraam. Als Lolita niet inging op de hartstochtelijke kus achter het muurtje, werd het uithangbord van de pizzeria van de gevel getrokken en verdwenen alle spiegels van de Fiat. De nieuwe manier van reageren kreeg navolging in buurdorpen en vond druppelsgewijs zijn weg naar de grote stad.
Nu, ruim vijftig jaar later, komt het nog wel eens voor dat een Italiaan, ergens verdwaald in Europa, handelt in de geest van Gianni. Een straatlantaarn die sneuvelt in de straten van Parijs, een deuk in een taxi in Londen, een omgetrapt camerascherm in een stadion in Enschede.
Zelfs als de woede is ingedaald, zullen de onverlaten zich beroepen op de wijze woorden van Pietro Piemonti, de priester die nog steeds om zeven uur de klokken laat beieren in Corisi del Piné:
"Als je maar niemand pijn doet, mijn jongen."
donderdag 23 januari 2014
Grof vuil
We komen er graag, bij Ikea. Een groot deel van onze inboedel is van Zweeds design. Deze keer komen we thuis met de plafondlamp Svørre, het bijzettafeltje Harkö, een diepvrieszak gehaktballetjes en een speledingetje voor de jongens. Terwijl mijn vriendin en ik met volle concentratie de lamp installeren, richten de jongens zich op Bjärre, de meegebrachte pluchen voetbal.
Oudste zet de bal voor. Jongste raakt hem achter zijn standbeen. Het hakballetje van Graziano Pellè krijgt in onze huiskamer navolging voor boekenkast Billy.
"Doelpunt," gilt jongste. Zijn huzarenstukje duwt Joe Speedboot en het halve oeuvre van Wolkers van de plank. Daar blijft het niet bij. Het kost twee geknakte kaarsen, een gebroken fotolijstje, een vloek en een zucht, maar na een half uurtje hangt de nieuwe lamp boven de eettafel. Van een afstandje bekijkt mijn vriendin het nieuwe decor.
"Ja, zo is het goed," zegt ze voldaan.
De oude lamp is bedankt. Met een fraai boogje gooit mijn vriendin hem in de kliko. Toch zeker jaren hing ie boven de braadpan en werd het avondeten in een aangenaam licht gezet, maar hij is al vergeten voordat de vuilnisman hem meeneemt.
"Welke naam had ie eigenlijk?" vraagt mijn vriendin.
Ik kijk haar vragend aan.
"Welke Ikea-naam had ie?" zegt ze.
"Ik denk de Toivonen," antwoord ik.
Oudste zet de bal voor. Jongste raakt hem achter zijn standbeen. Het hakballetje van Graziano Pellè krijgt in onze huiskamer navolging voor boekenkast Billy.
"Doelpunt," gilt jongste. Zijn huzarenstukje duwt Joe Speedboot en het halve oeuvre van Wolkers van de plank. Daar blijft het niet bij. Het kost twee geknakte kaarsen, een gebroken fotolijstje, een vloek en een zucht, maar na een half uurtje hangt de nieuwe lamp boven de eettafel. Van een afstandje bekijkt mijn vriendin het nieuwe decor.
"Ja, zo is het goed," zegt ze voldaan.
De oude lamp is bedankt. Met een fraai boogje gooit mijn vriendin hem in de kliko. Toch zeker jaren hing ie boven de braadpan en werd het avondeten in een aangenaam licht gezet, maar hij is al vergeten voordat de vuilnisman hem meeneemt.
"Welke naam had ie eigenlijk?" vraagt mijn vriendin.
Ik kijk haar vragend aan.
"Welke Ikea-naam had ie?" zegt ze.
"Ik denk de Toivonen," antwoord ik.
woensdag 3 juli 2013
Coïtus interruptus
We waren er nog lang niet, maar op de achterbank vermaakte oudste zich met het Donald Duck Vakantieboek. Met de tong tussen zijn lippen vulde hij de puzzels in. Jongste had andere prioriteiten.
"Mama, heb je mijn voetbalschoenen meegenomen?" Zijn moeder stelde hem gerust; ze zaten tussen wandelschoenen en teenslippers in de koffer.
Bij aankomst op de camping werd als eerste het sportveldje geïnspecteerd. Een strook met dor gras, hard als staalborstel, twee ijzeren goaltjes met gaten in de netten en aan de randen stond het onkruid hoog. We waren gearriveerd in Frankrijk.
Jongste legde de bal klaar toen we beiden voor een goaltje stonden.
"Ik ben Clasie," zei hij met bravoure. "Eh, dan ben ik Pellè," antwoordde ik. Mijn buik kon wel een beetje sex-appeal gebruiken.
Na een paar minuten wipte jongste handig de bal op en joeg hem in het kruis. Met gespreide armen sprintte hij terug naar eigen helft. Diep in de Dordogne rende jongste voor een paar seconden door een kolkende Kuip. Hij spéélde niet langer de Feyenoord-middenvelder, hij wás Jordy Clasie.
Mijn antwoord mocht er wezen.
Na een hoog opstuiterende bal volleerde ik richting doel. Net op dat moment liep Cécile, de blondine van de receptie, achterlangs. Haar zomerjurkje danste luchtig om de heupen. Ze streek een lok achter een oor, zoals alleen vrouwen dat kunnen. Via de verroeste paal sloeg de volley binnen. Cécile reageerde met een glimlach, een ogenblik keek ze me diep in de ogen. Net lang genoeg. Voor even was ik geen voetbalvader op een borstelig Frans veld, bliksemflitsen joegen door mijn lichaam, de sensatie van een zwoele Italiaan. Ik was Pellè.
De snelle tegenaanval leidde tot een uithaal van jongste. Ten Napel zou zeggen: "verwoestend!" Het schot raakte vol mijn slaap, de bril tuimelde lullig op de grond.
Toen was het weer voorbij.
"Mama, heb je mijn voetbalschoenen meegenomen?" Zijn moeder stelde hem gerust; ze zaten tussen wandelschoenen en teenslippers in de koffer.
Bij aankomst op de camping werd als eerste het sportveldje geïnspecteerd. Een strook met dor gras, hard als staalborstel, twee ijzeren goaltjes met gaten in de netten en aan de randen stond het onkruid hoog. We waren gearriveerd in Frankrijk.
Jongste legde de bal klaar toen we beiden voor een goaltje stonden.
"Ik ben Clasie," zei hij met bravoure. "Eh, dan ben ik Pellè," antwoordde ik. Mijn buik kon wel een beetje sex-appeal gebruiken.
Na een paar minuten wipte jongste handig de bal op en joeg hem in het kruis. Met gespreide armen sprintte hij terug naar eigen helft. Diep in de Dordogne rende jongste voor een paar seconden door een kolkende Kuip. Hij spéélde niet langer de Feyenoord-middenvelder, hij wás Jordy Clasie.
Mijn antwoord mocht er wezen.
Na een hoog opstuiterende bal volleerde ik richting doel. Net op dat moment liep Cécile, de blondine van de receptie, achterlangs. Haar zomerjurkje danste luchtig om de heupen. Ze streek een lok achter een oor, zoals alleen vrouwen dat kunnen. Via de verroeste paal sloeg de volley binnen. Cécile reageerde met een glimlach, een ogenblik keek ze me diep in de ogen. Net lang genoeg. Voor even was ik geen voetbalvader op een borstelig Frans veld, bliksemflitsen joegen door mijn lichaam, de sensatie van een zwoele Italiaan. Ik was Pellè.
De snelle tegenaanval leidde tot een uithaal van jongste. Ten Napel zou zeggen: "verwoestend!" Het schot raakte vol mijn slaap, de bril tuimelde lullig op de grond.
Toen was het weer voorbij.
zaterdag 8 juni 2013
De keizer van San Cesario
Giacomo is oprecht verbaasd. Als de arm van een pick-up lift hij zijn hand van de huid, schuimdruppels druipen van het mes. Stoppels, hard als staaldraad, krijgen even rust.
"Mama mia, 27 doelpunten? Werkelijk waar, Graziano?"
"Si, 27 keer, mijn vriend. Vaak zingen ze mijn naam."
De hand landt weer naast het oor. Gestuurd door een vaste motoriek maait het scheermes de kin. Giacomo, al veertig jaar barbier aan het dorpsplein van San Cesario di Lecce, is onder de indruk. De peuter die ooit zijn zaak binnenwandelde voor het bijpunten van het piekhaar, verhaalt nu in zijn kappersstoel over voetbalavonturen in een ver land.
Een kwartier later, als de kapper zijn vloer veegt en de lotion als een niet aflatende voorstopper in de huid bijt, bekijkt Pellè aandachtig zijn spiegelbeeld. De kin, gladder dan het Lago di More in december, verzendt een korte knik ter goedkeuring. Dan verlaat hij kordaat de kapsalon.
"Grazie, Giacomo! Ciao!"
"Arriverderci, Graziano!"
Met zekere tred steekt Pellè het dorpsplein over. Giacomo door zijn etalageruit, Paolo in de kiosk, Allesandro in zijn ijsstalletje met zelfgemaakt notenijs en de oude mannen die op het bankje dagelijks met bewondering de strapatsen van Berlusconi beschouwen, zij allen zien het. Hij schrijdt over het plein als een vorst, een heerser uit het oude Rome. Het hoofd geheven, heldere blik, de schouders recht. Een streep, strak als een zestienmeterlijn, scheidt zijn zwarte haar in tweeën. Alsof zijn leven twee delen kent: het verleden en de gouden toekomst. De mensen van San Cesario, ze zijn allen onder de indruk. Graziano Pellè, de spits die elke zomer terugkeert naar hun dorp, loopt dit jaar anders over het plein.
Hij loopt als een spits die scoort.
"Mama mia, 27 doelpunten? Werkelijk waar, Graziano?"
"Si, 27 keer, mijn vriend. Vaak zingen ze mijn naam."
De hand landt weer naast het oor. Gestuurd door een vaste motoriek maait het scheermes de kin. Giacomo, al veertig jaar barbier aan het dorpsplein van San Cesario di Lecce, is onder de indruk. De peuter die ooit zijn zaak binnenwandelde voor het bijpunten van het piekhaar, verhaalt nu in zijn kappersstoel over voetbalavonturen in een ver land.
Een kwartier later, als de kapper zijn vloer veegt en de lotion als een niet aflatende voorstopper in de huid bijt, bekijkt Pellè aandachtig zijn spiegelbeeld. De kin, gladder dan het Lago di More in december, verzendt een korte knik ter goedkeuring. Dan verlaat hij kordaat de kapsalon.
"Grazie, Giacomo! Ciao!"
"Arriverderci, Graziano!"
Met zekere tred steekt Pellè het dorpsplein over. Giacomo door zijn etalageruit, Paolo in de kiosk, Allesandro in zijn ijsstalletje met zelfgemaakt notenijs en de oude mannen die op het bankje dagelijks met bewondering de strapatsen van Berlusconi beschouwen, zij allen zien het. Hij schrijdt over het plein als een vorst, een heerser uit het oude Rome. Het hoofd geheven, heldere blik, de schouders recht. Een streep, strak als een zestienmeterlijn, scheidt zijn zwarte haar in tweeën. Alsof zijn leven twee delen kent: het verleden en de gouden toekomst. De mensen van San Cesario, ze zijn allen onder de indruk. Graziano Pellè, de spits die elke zomer terugkeert naar hun dorp, loopt dit jaar anders over het plein.
Hij loopt als een spits die scoort.
zaterdag 2 maart 2013
Debuut
Jongste was jarig. Verguld keek hij naar het verjaardagscadeau dat hij in zijn bed uitpakte: 4 voetbalkaartjes. Het resultaat van zijn vraag, een paar weken geleden aan tafel. Het kwam uit het niets.
"Papa, wanneer gaan we een keer naar het stadion?"
"Waar zou je naar toe willen dan?" in mijn stem was de opwinding te horen.
Jongste begon het voetbal net te zien als een grote snoepwinkel en nu drukte hij zijn neus op de etalageruit. Ik hield mijn adem in. Wat ging hij kiezen? Een avondje NAC? Niet te versmaden. Naar de Arena? Een ongekend avontuur. Desnoods kwam hij uit bij PSV, godbetert. Met de vastberaden blik van een minister in crisistijd kwam het besluit.
"Naar Feyenoord."
Prachtig. Moulijn of een kromme bal van Van Hanegem, hij heeft nooit van de helden gehoord. De wuivende lok op het hoofd van Treijtel, de goals van Mike Obiku? Ver voor zijn tijd. Jongste heeft geen weet van het verleden in Rotterdam-Zuid, maar zijn besluit stond vast: hij wilde naar de Kuip.
Het gezin is inmiddels in rep en roer. Oudste vanwege de after party (happy meal), zijn moeder door de zwoele blik van Pellè (Graziano maakt meer onveilig dan alleen het strafschopgebied) en jongste voor de spanning van 'de eerste keer'. Hij kan niet wachten. Het zingen van de massa, het kolken op de rangen. Ik zal naast hem staan als het Legioen als een roofdier aan hem snuffelt. En ik zal zijn hand vasthouden als Pellè scoort. Meedogenloos zal hij worden verslonden. Een kantelmoment in zijn nog jonge leven; voor altijd zingt het hand in hand kameraden in zijn hoofd.
Gelukkig overziet hij de afgrond niet.
Je hart verliezen aan Feyenoord is een wreed lot: een enkele vreugdevolle dag als een Zweed scoort in San Siro of als alle vrije trappen van Van Hooydonk doel treffen. Voor de rest is het zwemmen tegen de stroom in, seizoenenlang worstelen, strompelen naar de streep, je wapenen tegen de hoon. Maar ik zal waken over zijn lijden.
Zes jaar en nu al verloren.
"Papa, wanneer gaan we een keer naar het stadion?"
"Waar zou je naar toe willen dan?" in mijn stem was de opwinding te horen.
Jongste begon het voetbal net te zien als een grote snoepwinkel en nu drukte hij zijn neus op de etalageruit. Ik hield mijn adem in. Wat ging hij kiezen? Een avondje NAC? Niet te versmaden. Naar de Arena? Een ongekend avontuur. Desnoods kwam hij uit bij PSV, godbetert. Met de vastberaden blik van een minister in crisistijd kwam het besluit.
"Naar Feyenoord."
Prachtig. Moulijn of een kromme bal van Van Hanegem, hij heeft nooit van de helden gehoord. De wuivende lok op het hoofd van Treijtel, de goals van Mike Obiku? Ver voor zijn tijd. Jongste heeft geen weet van het verleden in Rotterdam-Zuid, maar zijn besluit stond vast: hij wilde naar de Kuip.
Het gezin is inmiddels in rep en roer. Oudste vanwege de after party (happy meal), zijn moeder door de zwoele blik van Pellè (Graziano maakt meer onveilig dan alleen het strafschopgebied) en jongste voor de spanning van 'de eerste keer'. Hij kan niet wachten. Het zingen van de massa, het kolken op de rangen. Ik zal naast hem staan als het Legioen als een roofdier aan hem snuffelt. En ik zal zijn hand vasthouden als Pellè scoort. Meedogenloos zal hij worden verslonden. Een kantelmoment in zijn nog jonge leven; voor altijd zingt het hand in hand kameraden in zijn hoofd.
Gelukkig overziet hij de afgrond niet.
Je hart verliezen aan Feyenoord is een wreed lot: een enkele vreugdevolle dag als een Zweed scoort in San Siro of als alle vrije trappen van Van Hooydonk doel treffen. Voor de rest is het zwemmen tegen de stroom in, seizoenenlang worstelen, strompelen naar de streep, je wapenen tegen de hoon. Maar ik zal waken over zijn lijden.
Zes jaar en nu al verloren.
Abonneren op:
Posts (Atom)