zondag 16 juni 2013

Nieuwe schoenen

Als een teek zoog het zich vast in mijn brein. Het stak zijn kop naar binnen en liet niet meer los. Achteloos, alsof het om een half volkoren ging, riep ze het me na, toen ik vanmorgen de deur uit ging: "Oh ja, straks ga ik met jongste nieuwe voetbalschoenen kopen!" De rest van de dag zoemden de woorden rond in mijn achterhoofd.
Nieuwe kicksen, dat luistert heel nauw. 
In gedachten zag ik hem in de sportwinkel staan. Met zijn moeder voor zo'n wand met blauw, groen en geel. Aarzelend ging zijn vinger omhoog, jongste wees naar een rood exemplaar met paarse veters.
Daar ga je dan.
Rode voetbalschoenen met paarse veters, dat betekent jarenlange schwalbes en verongelijkt zeuren om een penalty bij de scheidsrechter. Een geblondeerde kuif op het hoofd en kousen tot over zijn knieën. Op zijn elfde komt ie vragen om twee oorbellen. 
Het winkelmeisje maakt het nog erger. "Op zulke speelt Ronaldo ook." 
Wie wijst jongste op dat donkere hoekje in het magazijn, achterin? Die plank vol stof met overjarige modellen waar het ruikt naar spelers met een snor. Schoenen uit de tijd dat meeuwen uit de lucht werden geschoten. Schoonheid zat in een effectbal achter de verdediging, niet in gel of een tatoeage in de nek.
Het zweet staat in mijn handen als ik bij thuiskomst de achterdeur open. Op de keukentafel staat een doos. Nu komt het erop aan. De toekomst staat op het spel. Wat gaat het worden: Balotelli of Paul Scholes? Met trillende vingers open ik het deksel. Ik slaak een kreet.
Ze zijn zwart.

zaterdag 8 juni 2013

De keizer van San Cesario

Giacomo is oprecht verbaasd. Als de arm van een pick-up lift hij zijn hand van de huid, schuimdruppels druipen van het mes. Stoppels, hard als staaldraad, krijgen even rust. 
"Mama mia, 27 doelpunten? Werkelijk waar, Graziano?"
"Si, 27 keer, mijn vriend. Vaak zingen ze mijn naam."
De hand landt weer naast het oor. Gestuurd door een vaste motoriek maait het scheermes de kin. Giacomo, al veertig jaar barbier aan het dorpsplein van San Cesario di Lecce, is onder de indruk. De peuter die ooit zijn zaak binnenwandelde voor het bijpunten van het piekhaar, verhaalt nu in zijn kappersstoel over voetbalavonturen in een ver land.
Een kwartier later, als de kapper zijn vloer veegt en de lotion als een niet aflatende voorstopper in de huid bijt, bekijkt Pellè aandachtig zijn spiegelbeeld. De kin, gladder dan het Lago di More in december, verzendt een korte knik ter goedkeuring. Dan verlaat hij kordaat de kapsalon.
"Grazie, Giacomo! Ciao!"
"Arriverderci, Graziano!"
Met zekere tred steekt Pellè het dorpsplein over. Giacomo door zijn etalageruit, Paolo in de kiosk, Allesandro in zijn ijsstalletje met zelfgemaakt notenijs en de oude mannen die op het bankje dagelijks met bewondering de strapatsen van Berlusconi beschouwen, zij allen zien het. Hij schrijdt over het plein als een vorst, een heerser uit het oude Rome. Het hoofd geheven, heldere blik, de schouders recht. Een streep, strak als een zestienmeterlijn, scheidt zijn zwarte haar in tweeën. Alsof zijn leven twee delen kent: het verleden en de gouden toekomst. De mensen van San Cesario, ze zijn allen onder de indruk. Graziano Pellè, de spits die elke zomer terugkeert naar hun dorp, loopt dit jaar anders over het plein. 
Hij loopt als een spits die scoort.



donderdag 6 juni 2013

Demonen

Dick Advocaat op vakantie in Frankrijk. Met korte, kittige stapjes wandelt ie richting het winkeltje van 'La Flèche d'Orseaux', naturistencamping aan de oevers van de Dordogne. Met een zak croissants en een courgette meldt ie zich bij de kassa. "Merci beaucoup," lispelt hij tegen Marie-Sophie, de caissière. Dick weet hoe het hoort.
Onder de fruitbomen in je blote kont je hoofd leegmaken na een vreselijk seizoen, Dick draait er zijn hand niet voor om. Een potje jeu-de-boules met een paar Fransen en je nu eens niet irriteren aan wegspringende ballen. Vroeg in de ochtend met je voeten in de rivier. Het linkerbeen van De Rijck als een stuk wrakhout weg laten drijven. Je verheugen op de vegetarische barbecue met de buren, een lesbisch stel uit Leerdam dat niet van voetballen houdt.
"Ja, met tuinkruiden en aubergines. Lekker, Dick!"
Aanvankelijk viel het nog niet zo mee, dat afsluiten. Op de weekmarkt in het dorp staarde ie minutenlang naar een paar meloenen en bij het toiletgebouw ontstond een opstootje toen Dick een brutale Zeeuw, die voor wilde schieten, aan zijn shirtje trok.
's Avonds laat, met een glas bordeaux op de picknicktafel en het geluid van sjirpende krekels in de vallei, komt het hoge woord eruit:
"De spoken zijn verjaagd. Zal ik weer naar Rusland gaan?"
Advocaat houdt schichtig zijn hand voor zijn mond, alsof hij iets te verbergen heeft. Het is zijn vrouw niet ontgaan.
"Tuurlijk schat," zegt ze betuttelend, maar ze weet wel beter: haar Dickie heeft nog wat tijd nodig.






maandag 3 juni 2013

El Tigre

De zomer van '82 startte goed met aangename temperaturen in juni. Mooie avonden voor onder de kersenboom, buiten werd vlees geroosterd. Maar op het WK in Spanje veroverden Zico, Eder en Socrates de wereld. Het Braziliaanse elftal hield me binnen. 
De avond van de poulewedstrijd tegen Nieuw Zeeland had ik het rijk alleen. In het geheim maakte ik een afspraakje met Lulu, een vriendinnetje van school. Op de bank, met de ontluikende borstjes naast me, zinderden de hormonen door mijn lijf. Samen keken we naar de rushes van Juninho, de steekballen van Falcao. De blonde middenvelder rondde zelf één van de aanvalsgolven af. Fraai schoot hij de 3-0 binnen. Schaamteloos sprong ik op. Het sambavoetbal maakte op Lulu minder indruk. Nog voor het eindsignaal maakte ze het uit.
Vele jaren later wacht ik op vrijdagavond op mijn vriendin, de moeder van mijn kinderen. In een restaurant is een tafel gereserveerd voor een romantisch dineetje, onze jongens zijn logeren. Om de tijd te doden check ik teletekst, pagina 801. Falcao, een Colombiaanse spits van Atletico deze keer, verkast voor 50 miljoen naar AS Monaco. 
Dan gaat de achterdeur open. Mijn vriendin smijt haar tas tegen de kast en ploft in een stoel.
"Moe... Heb er helemaal geen zin in... Vanavond... Dat etentje... Sorry."
Ik weet wat dat betekent. Met een zucht leg ik de afstandsbediening op tafel. 
Het avontuur in Monaco mag van mij snel eindigen. Falcao, dat klinkt als een roofdier in de zestien. Het ruikt naar warme juni-avonden uit een ver verleden. Mooie voetbalnaam ook, maar het doodt wel alle romantiek.




zaterdag 1 juni 2013

De vlo

Door het opruimen van de garage van mijn ouders dacht ik weer aan Jesper Olsen. Hoe hij in het najaar van '82 in de Kuip door de complete verdediging van Feyenoord slalomde. Enkele dagen voordat de kleine vleugelspits de schelmenstreek volbracht, mocht ik van mijn moeder een bal kopen. Tenminste, als ik mijn verjaardagsgeld bijlegde en twee maanden de vaat zou doen. Afwasmachines bestonden nog niet.
Wekenlang bootste ik in de achtertuin de solo van Olsen na. Mijn vaders fiets was Stafleu, de regenton Ivan Nielsen en de vuilnisbak Bennie Wijnstekers. Nadat ik denkbeeldig ook Hiele passeerde, verdween mijn nieuwe Tango tussen de palen van de pergola.
Ruim dertig jaar later vind ik de bal terug, onder een deken in een donkere hoek van de garage. Alsof ik een oude vriend in mijn armen sluit. Van de stoere zwartwitte tornado die mijn moeders rozen verminkte is weinig over. Een stuk gedeukt leer in vaalgrijze vlakken, waarvan de letters 'tango' ternauwernood nog te lezen zijn.
Het weerhield jongste niet de bal met open armen te ontvangen. Met een stift schreef hij zijn naam erop. Mooie zwierige letters op een bejaarde bal. Ook voor Jesper Olsen stond de tijd niet stil. Net als Rob de Wit werd hij getroffen door een hersenbloeding. Gelukkig is hij er nog.
Deze weken zie ik jongste regelmatig met de bal onder zijn arm naar het veldje sprinten. Hij is fan van Fischer. Tango's tweede jeugd schenkt vreugde. Jongste dartelt in gedachten vrolijk voorbij Martins Indi en De Vrij, voor mij blijft de herinnering aan Jesper Olsen in leven.