Jongste speelde vandaag zijn eerste wedstrijd. Een dorpsderby met F9. Gisterenavond kroop ie in bed met zijn broekje en scheenbeschermers, zijn blauwwitte sokken eroverheen. Zijn voetbaltas stond ingepakt aan het voeteneind; hij was er klaar voor.
De pupillenwedstrijd voltrok zich op klassieke wijze, alle spelers verplaatsten zich groepsgewijs met de bal over het veld, de ouders in een lange rij achter het hek. Vier meter verder hing een luidruchtige vader op een reclamebord: 'Bloemisterij Rozemans, voor als u van bloemen houdt'. Rode jeans, stoere riem, op de wangen een Ronald-de-Boer-zomerbaard. Hij vond zichzelf een kenner.
"Dat jochie kijkt niet over de bal."
"Jammer, die nummer 5 is stijf rechts."
"Die doelman heeft een matige trap."
Hij hing me al snel de keel uit, met zijn analyses. Als zijn zoontje aan de bal kwam, rolden de complimenten van zijn lippen. Daar heb je er weer zo'n vader, stelde ik vast. Heeft een blauwe maandag in het eerste elftal gespeeld, zag zijn profcarrière verdampen door een gescheurde knieband en ziet nu in zijn zoon de nieuwe Bakkali: alsnog in een rechte lijn naar Zuid-Europa voor een contract met veel nullen.
Tegen het einde van de wedstrijd wees hij naar nummer 7.
"Kijk, die kan er wel wat van. Overzicht, techniek, fysiek sterk. Dat spelertje maakt steeds de juiste keuzes. Die heeft mogelijkheden."
Hij had het over jongste.
"Hoe vond je het gaan," vroeg ik, toen hij van het veld stapte.
"Het ging wel," zei hij schouderophalend, "maar ik kan veel beter."
Het kroop als een dief in mijn hoofd. AC Milan, dacht ik. Of anders Inter. Voor een contract met zes nullen.
Posts tonen met het label Ronald de Boer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ronald de Boer. Alle posts tonen
zaterdag 17 augustus 2013
donderdag 28 maart 2013
Moedervlek
In de klas van meester Hoekstra zat ik naast Monica, een vroegrijp meisje. In de rij vóór ons zaten Rob en Bob, een ééneiige tweeling. Ze keken met precies dezelfde oogopslag het lokaal in, dezelfde kleren, dezelfde zijscheiding. Op het veldje waren ze allebei stijf links. Alsof je dubbel keek, twee identieke spelers. Op een dag mochten we na school de borsten van Monica zien. Als blozende boerenjongens stonden we achter het fietsschuurtje naar twee tietjes te staren. Rob durfde te voelen. Met duim en wijsvinger draaide hij aan een tepel alsof hij de frequentie van Hilversum 3 zocht. Daarna moesten wij, volgens afspraak, onze broeken laten zakken. Toen pas zag ik een verschil bij mijn vrienden: Bob had in de liesstreek een moedervlek. Met zijn drieën hielden we onze neuzen voor het bruine hoopje.
"Het lijkt wel een hondendrolletje," giechelde Monica.
Frank en Ronald de Boer vormen een tweeling in moderne tijden. Afgelopen dinsdag zag ik beiden in de Arena. Frank zat op de tribune en keek naar de wedstrijd van Oranje. Daar hoefde geen geluid bij. Je ziet hem loeren naar de spelvoortzettingen van Vermeer. Ter plekke verzint hij trainingsoefeningen voor de balaannames van Blind. Frank de Boer zwemt als een vis in de trainersvijver, zijn broer Ronald is nog steeds zoekende. Hij zat een paar meter verderop, aan tafel bij Van Gangelen. Als analist moet hij dan iets zeggen over de driehoekjes van Strootman en de looplijnen van Clasie. Ronald draagt daarbij steeds een andere bril. Je ziet hem zo staan, bij Specsavers, voor de kast met opvallende monturen.
"Ja, ik wil graag, eh, ja, zo'n grote blauwe voor op je neus, hoe heet het, een bril."
De spélersloopbaan van Frank en Ronald de Boer hield gelijke tred. Beiden bezaten een formidabele techniek, waarmee ze in een vol strafschopgebied altijd een gaatje vonden. Terwijl Frank nu bij Ajax aan de knoppen draait en de muziek bepaalt, zoekt Ronald naar een nieuw bestaan. Aan tafel bij Van Gangelen en Van Gelder, tussen de voetbaljongens, zoekt hij vooral naar de juiste woorden. Hij doet me denken aan vroeger, aan de moedervlek van Bob. Als analist is Ronald de Boer, ja, eh, hoe heet het, nog een drolletje.
"Het lijkt wel een hondendrolletje," giechelde Monica.
Frank en Ronald de Boer vormen een tweeling in moderne tijden. Afgelopen dinsdag zag ik beiden in de Arena. Frank zat op de tribune en keek naar de wedstrijd van Oranje. Daar hoefde geen geluid bij. Je ziet hem loeren naar de spelvoortzettingen van Vermeer. Ter plekke verzint hij trainingsoefeningen voor de balaannames van Blind. Frank de Boer zwemt als een vis in de trainersvijver, zijn broer Ronald is nog steeds zoekende. Hij zat een paar meter verderop, aan tafel bij Van Gangelen. Als analist moet hij dan iets zeggen over de driehoekjes van Strootman en de looplijnen van Clasie. Ronald draagt daarbij steeds een andere bril. Je ziet hem zo staan, bij Specsavers, voor de kast met opvallende monturen.
"Ja, ik wil graag, eh, ja, zo'n grote blauwe voor op je neus, hoe heet het, een bril."
De spélersloopbaan van Frank en Ronald de Boer hield gelijke tred. Beiden bezaten een formidabele techniek, waarmee ze in een vol strafschopgebied altijd een gaatje vonden. Terwijl Frank nu bij Ajax aan de knoppen draait en de muziek bepaalt, zoekt Ronald naar een nieuw bestaan. Aan tafel bij Van Gangelen en Van Gelder, tussen de voetbaljongens, zoekt hij vooral naar de juiste woorden. Hij doet me denken aan vroeger, aan de moedervlek van Bob. Als analist is Ronald de Boer, ja, eh, hoe heet het, nog een drolletje.
Abonneren op:
Posts (Atom)