Enkele weken geleden keek ik naar een wedstrijd op het veldje. Er werd ferm gestreden, gedold, met het shirt over het hoofd gejuicht en geruzied wie de bal moest gaan halen na een schot ver naast het doel: dagelijkse kost.
Het partijtje veranderde toen op een hoek van het speelveld Roy Beerens verscheen. Roy Beerens, de koning van de buurt. Voor onze jongens (en alle buurtvriendjes) het levende bewijs dat je via het speelveldje in beeld kunt komen bij Studio Sport, dat je het Nederlands elftal kunt bereiken en het hoogst bereikbare: dat je na de aankoop van een pak Dreft en twee potten pindakaas bij de kassa van de Albert Heijn uit een zakje met voetbalplaatjes kunt rollen.
Beerens, net getransfereerd naar Hertha BSC, genoot nog van zijn vakantie. Naast het klimrek tikte hij een plastic bal rond met zijn zoontje en zijn vader, die een straat verderop woont. Het werkte vernietigend op het partijtje van de jongens. De aandacht lag niet langer op het veroveren van de bal, maar werd verlegd naar het tafereel naast de speeltuin. Opnieuw werd er nu naast het doel geschoten, afzwaaiers die opvallend vaak in de buurt van de familie Beerens rolden. Maar nu werd er voluit gesprint om de bal te mogen ophalen. Alles om maar in de buurt te komen. Dáár, op enkele meters van hun voetbalheld werd de blik verlegen afgewend en bleef het stil. Gelukkig hebben ze het vroeg door: met idolen praat je niet.
Vanmorgen keken de jongens op Fox naar de herhaling van AZ tegen Heracles. De Alkmaarders wonnen glorieus. Guus Hupperts stond op de plek van Beerens. Met een prachtige boog joeg Hupperts de bal in de bovenhoek, waarna hij werd bedolven onder medespelers en complimenten van de commentator.
Jongste was minder onder de indruk: "Die had Roy Beerens ook wel gemaakt."
Posts tonen met het label AZ. Alle posts tonen
Posts tonen met het label AZ. Alle posts tonen
zondag 10 augustus 2014
donderdag 20 februari 2014
Ontdekje plekje
We gingen er eens goed voor zitten. Slovan Liberec tegen AZ met commentaar van Sierd de Vos. Daar kan geen reisprogramma van Floortje Dessing tegenop. Het begon al met de linksback bij de Tsjechen, Fleisman.
"Die van de treintjes," zei Sierd.
Vervolgens begon De Vos met een beschrijving van de omgeving. Terwijl Beerens enkele voorzetten aansneed en Gouweleeuw zich vastbeet in de spits van de tegenstander, gleden we in een comfortabele coupé met fluwelen zitting een vallei binnen. Tegen de helling zagen we een bos.
"Daar leeft de huamsîk," vertelde Sierd, "een spechtachtige vogel die zijn veren wast in het avondlicht van de Donau."
We werden prettig gehypnotiseerd. Het geluid van het treinonderstel dat ritmisch over de rails denderde, de stoomfluit van de machinist en de zalvende stem van De Vos die meldde dat we Rùstici naderden. Een voorstadje van Bratislava, waar alle mannen na de werkdag samenkomen in een dranklokaal en elkaar met vlakke hand in het gezicht slaan, voordat ze er een voclavá op drinken, een witbier uit de streek met extract van de witte steenuil.
Het was zelfs mooier dan Rail Away.
Mijn vriendin zakte weg in een heerlijke waakslaap. Oudste pakte de atlas erbij, jongste vroeg of zijn zwembroek meemocht. Op televisie kreeg Fleisman een schop van Ortiz.
"Fleisman ontspoort," zei Sierd.
Verder overleg was overbodig: dat wordt Tsjechië deze zomer.
"Die van de treintjes," zei Sierd.
Vervolgens begon De Vos met een beschrijving van de omgeving. Terwijl Beerens enkele voorzetten aansneed en Gouweleeuw zich vastbeet in de spits van de tegenstander, gleden we in een comfortabele coupé met fluwelen zitting een vallei binnen. Tegen de helling zagen we een bos.
"Daar leeft de huamsîk," vertelde Sierd, "een spechtachtige vogel die zijn veren wast in het avondlicht van de Donau."
We werden prettig gehypnotiseerd. Het geluid van het treinonderstel dat ritmisch over de rails denderde, de stoomfluit van de machinist en de zalvende stem van De Vos die meldde dat we Rùstici naderden. Een voorstadje van Bratislava, waar alle mannen na de werkdag samenkomen in een dranklokaal en elkaar met vlakke hand in het gezicht slaan, voordat ze er een voclavá op drinken, een witbier uit de streek met extract van de witte steenuil.
Het was zelfs mooier dan Rail Away.
Mijn vriendin zakte weg in een heerlijke waakslaap. Oudste pakte de atlas erbij, jongste vroeg of zijn zwembroek meemocht. Op televisie kreeg Fleisman een schop van Ortiz.
"Fleisman ontspoort," zei Sierd.
Verder overleg was overbodig: dat wordt Tsjechië deze zomer.
zondag 1 december 2013
Sierd
De vroege uitzending van de Europa League liet zijn sporen na. Tijdens het partijtje kozen de jongens ineens voor AZ. Na zijn eerste doelpunt liep oudste weg met wilde armgebaren. Precies zoals hij Gudelj had zien doen na zijn goal donderdag tegen Maccabi Haifa.
"Mooie pass van Orties!" riep jongste erbij.
"Je moet niet zeggen Orties," verbeterde oudste, gezegend met taalgevoel, "het is Ortief!"
Ik huiverde.
Sierd de Vos, de commentator-cabaretier die de naam van AZ-middenvelder Celso Ortíz consequent uitspreekt met het tongpuntje tegen de boventanden, was ons leven binnengedrongen.
"Ortief," oefende jongste, "Tjelso Ortief!"
Het partijtje werd hervat, maar door het tongetje van Sierd moest ik terugdenken aan Herman Kuiphof. Sören Lerby en Frank Arnesen speelden in de jaren zeventig al enkele seizoenen voor Ajax, toen Kuiphof tijdens Studio Sport het ineens had over Leerbuu en Ornessen. Kuiphof sloot zich ineens aan bij de uitspraak zoals dat in Denemarken gebeurde. Een principe dat gelukkig een vroege dood stierf; de Denen bij Ajax werden snel weer jongens van de gestampte Hollandse pot. Tussentijds kreeg Frank Snoeks het nog wel eens Portugees op de heupen als Luis Figoe aan de bal was, maar lang bleef die gekkigheid op een plank in de kelder liggen, totdat De Vos het daar afstofte en besloot om zijn tong tegen zijn gebit te laten slissen.
's Avonds, bij het avondeten, zat jongste met ongewassen handen aan tafel.
"Dat is vies!" zei zijn moeder.
"Dat is vief!" herhaalde oudste. Zijn tong perste zich tegen alles wat het vinden kon.
Ik zuchtte. Dit kon wel eens een lang seizoen gaan worden.
"Mooie pass van Orties!" riep jongste erbij.
"Je moet niet zeggen Orties," verbeterde oudste, gezegend met taalgevoel, "het is Ortief!"
Ik huiverde.
Sierd de Vos, de commentator-cabaretier die de naam van AZ-middenvelder Celso Ortíz consequent uitspreekt met het tongpuntje tegen de boventanden, was ons leven binnengedrongen.
"Ortief," oefende jongste, "Tjelso Ortief!"
Het partijtje werd hervat, maar door het tongetje van Sierd moest ik terugdenken aan Herman Kuiphof. Sören Lerby en Frank Arnesen speelden in de jaren zeventig al enkele seizoenen voor Ajax, toen Kuiphof tijdens Studio Sport het ineens had over Leerbuu en Ornessen. Kuiphof sloot zich ineens aan bij de uitspraak zoals dat in Denemarken gebeurde. Een principe dat gelukkig een vroege dood stierf; de Denen bij Ajax werden snel weer jongens van de gestampte Hollandse pot. Tussentijds kreeg Frank Snoeks het nog wel eens Portugees op de heupen als Luis Figoe aan de bal was, maar lang bleef die gekkigheid op een plank in de kelder liggen, totdat De Vos het daar afstofte en besloot om zijn tong tegen zijn gebit te laten slissen.
's Avonds, bij het avondeten, zat jongste met ongewassen handen aan tafel.
"Dat is vies!" zei zijn moeder.
"Dat is vief!" herhaalde oudste. Zijn tong perste zich tegen alles wat het vinden kon.
Ik zuchtte. Dit kon wel eens een lang seizoen gaan worden.
donderdag 3 oktober 2013
Snor
Jongste kijkt op van zijn LEGO-bouwwerk als ik de televisie op RTL 7 zet. We vallen in de voorbeschouwing met Derksen en Van der Gijp.
"Wie gaan er voetballen, pap?" vraagt ie.
"AZ," zeg ik, "voor de Europa League tegen Paok, dat is een ploeg uit Griekenland."
Jongste laat zijn steentjes liggen en kruipt naast me op de bank. AZ, dat wil hij wel zien. Dat is de club van Roy Beerens, zijn voetbalheld die een straat verder opgroeide. Roy Beerens, de voetballer die al in Oranje speelde en groot werd op het veldje voor ons huis. Hij zegt het niet, jongste, maar in een partijtje is hij in stilte Beerens.
"Is het stadion al gemaakt?" Jongste herkent het stadion van AZ. De brand en het staken van de wedstrijd, enkele weken geleden, maakte grote indruk op hem. "Ja jongen, dat brandje is inmiddels al geblust."
Intussen richt Johan Derksen op tv zich op de rechtsbuitenpositie van AZ.
"Die Beerens op rechts, dat is toch ook alleen maar rennen en vliegen," zegt ie met een zuur gezicht, "toen ie begon bij PSV, leek het nog wat, maar die jongen komt niemand meer voorbij. Beerens staat al jaren stil."
Ik kijk naar jongste. Hij geeft geen krimp.
Dan doet Van der Gijp nog een duit in het zakje. "Een buitenspeler die per seizoen maar twee goals maakt, die moet je niet serieus nemen."
Dat is te veel. De wedstrijd van AZ moet nog beginnen, maar zonder een woord staat jongste op van de bank en keert terug naar zijn LEGO-huis.
Op televisie gaat de borrelpraat over de kansen van Paok en de opstelling van Haar gewoon door.
"Hij heeft er geen verstand van," zegt jongste na een poosje.
"Wie," vraag ik, maar ik weet al welke kant dit op gaat.
"Die man met die gekke snor," zegt jongste, zonder op te kijken.
"Wie gaan er voetballen, pap?" vraagt ie.
"AZ," zeg ik, "voor de Europa League tegen Paok, dat is een ploeg uit Griekenland."
Jongste laat zijn steentjes liggen en kruipt naast me op de bank. AZ, dat wil hij wel zien. Dat is de club van Roy Beerens, zijn voetbalheld die een straat verder opgroeide. Roy Beerens, de voetballer die al in Oranje speelde en groot werd op het veldje voor ons huis. Hij zegt het niet, jongste, maar in een partijtje is hij in stilte Beerens.
"Is het stadion al gemaakt?" Jongste herkent het stadion van AZ. De brand en het staken van de wedstrijd, enkele weken geleden, maakte grote indruk op hem. "Ja jongen, dat brandje is inmiddels al geblust."
Intussen richt Johan Derksen op tv zich op de rechtsbuitenpositie van AZ.
"Die Beerens op rechts, dat is toch ook alleen maar rennen en vliegen," zegt ie met een zuur gezicht, "toen ie begon bij PSV, leek het nog wat, maar die jongen komt niemand meer voorbij. Beerens staat al jaren stil."
Ik kijk naar jongste. Hij geeft geen krimp.
Dan doet Van der Gijp nog een duit in het zakje. "Een buitenspeler die per seizoen maar twee goals maakt, die moet je niet serieus nemen."
Dat is te veel. De wedstrijd van AZ moet nog beginnen, maar zonder een woord staat jongste op van de bank en keert terug naar zijn LEGO-huis.
Op televisie gaat de borrelpraat over de kansen van Paok en de opstelling van Haar gewoon door.
"Hij heeft er geen verstand van," zegt jongste na een poosje.
"Wie," vraag ik, maar ik weet al welke kant dit op gaat.
"Die man met die gekke snor," zegt jongste, zonder op te kijken.
zondag 29 september 2013
Ziekte van Hub
Deze namiddag is Gertjan Verbeek gesignaleerd bij een onbewoonbaar verklaard boerderijtje in Oude-Wetering. Hij stond in een blauwe overall te sjorren aan een betonmolen. Volgers van het Nederlandse voetbal weten dan genoeg: Verbeek is weer ergens de laan uitgestuurd.
De ex-coach van AZ met een nieuw boerderij-project, het levert prachtige beelden op. Grote zakken cement, stenen en vuisthamers verdwijnen in de bouwval. In zijn eentje draait Verbeek het cement, rauw stuct hij de muren en brengt met blote handen nieuwe bielzen aan om het doorgezakte plafond te stutten. Uit de openstaande ramen waait af en toe een krachtterm:
"Slapjanussen!"
"Verwende krengen!"
"Stelletje amateurs!"
Gertjan Verbeek is een aparte vogel. Hij heeft geen hippe coupe zoals Phillip Cocu. Je zult hem niet snel zien bij kapsalon Jeròme & Antoine, ook voor mannen. Ook op warme zomerdagen kiest hij voor een hoofd met verdord stro, waar Friese werkpaarden spontaan een hap uit nemen. Het extreme brandgevaar neemt hij voor lief.
Verbeek is een oer-Hollandse jongen, maar je zult hem niet zien op één of andere akker met een potje Hak in zijn hand. Rode kool vindt hij voer voor journalisten die stomme vragen stellen en Feyenoord-trainers die op verkeerde treinen springen.
In zijn boerderij in Oude-Wetering vervloekt Verbeek in stilte iedereen die niet mee wil in zijn beleving vol inzet en zelfopoffering. Eenzaam en verlaten lijdt hij aan de Ziekte van Hub.
Heel veel ambitie, maar geen club.
De ex-coach van AZ met een nieuw boerderij-project, het levert prachtige beelden op. Grote zakken cement, stenen en vuisthamers verdwijnen in de bouwval. In zijn eentje draait Verbeek het cement, rauw stuct hij de muren en brengt met blote handen nieuwe bielzen aan om het doorgezakte plafond te stutten. Uit de openstaande ramen waait af en toe een krachtterm:
"Slapjanussen!"
"Verwende krengen!"
"Stelletje amateurs!"
Gertjan Verbeek is een aparte vogel. Hij heeft geen hippe coupe zoals Phillip Cocu. Je zult hem niet snel zien bij kapsalon Jeròme & Antoine, ook voor mannen. Ook op warme zomerdagen kiest hij voor een hoofd met verdord stro, waar Friese werkpaarden spontaan een hap uit nemen. Het extreme brandgevaar neemt hij voor lief.
Verbeek is een oer-Hollandse jongen, maar je zult hem niet zien op één of andere akker met een potje Hak in zijn hand. Rode kool vindt hij voer voor journalisten die stomme vragen stellen en Feyenoord-trainers die op verkeerde treinen springen.
In zijn boerderij in Oude-Wetering vervloekt Verbeek in stilte iedereen die niet mee wil in zijn beleving vol inzet en zelfopoffering. Eenzaam en verlaten lijdt hij aan de Ziekte van Hub.
Heel veel ambitie, maar geen club.
maandag 12 augustus 2013
De ziekte van Hedel
Kenneth Vermeer voelde zich in de catacomben niet zo lekker. In de rust van de wedstrijd AZ-Ajax, onderweg naar de kleedkamer, wreef de doelman van Ajax over zijn maag. Gertjan Verbeek wist er wel raad mee.
"Buikklachten, Kenneth? Last van een wilo?"
"Wilo?" vroeg de doelman van Ajax met een pijnlijk gezicht.
"Een drol van drieëneenhalve kilo," antwoordde de coach van AZ met pretoogjes.
Sinds gisteren kennen we de humor van Gertjan Verbeek. Tijdens het interview na afloop van de wedstrijd onthulde Verbeek het dossier met medische geheimen van Jan van Halst. Nou ja, medische geheimen. Verbeek meldde hoe het zat, met dat lichaamshaar van de voetbalanalyticus.
Het moment was louterend.
Met één zinnetje plaatste Verbeek zichzelf bij een groepje bekende trainers. Dick Advocaat op het EK, met zijn Robben-wissel tegen Tsjechië en Gerard Kemkers, die Sven Kramer de verkeerde bocht instuurt tijdens de Olympische Spelen. Sporttrainers die tot dat moment de wind mee hadden, maar door de uitglijder weet je: die nemen we nooit meer serieus. Gertjan Verbeek probeerde een kritische journalist op zijn plaats te zetten met een lullig woordgrapje. Uit 1412.
Tot dit weekend zag ik Verbeek als een interessante voetbaltrainer met zinnige teksten en raar haar. Na de onthulling over de ziekte van Van Halst is dat veranderd.
Gertjan Verbeek is alleen nog maar raar haar.
"Buikklachten, Kenneth? Last van een wilo?"
"Wilo?" vroeg de doelman van Ajax met een pijnlijk gezicht.
"Een drol van drieëneenhalve kilo," antwoordde de coach van AZ met pretoogjes.
Sinds gisteren kennen we de humor van Gertjan Verbeek. Tijdens het interview na afloop van de wedstrijd onthulde Verbeek het dossier met medische geheimen van Jan van Halst. Nou ja, medische geheimen. Verbeek meldde hoe het zat, met dat lichaamshaar van de voetbalanalyticus.
Het moment was louterend.
Met één zinnetje plaatste Verbeek zichzelf bij een groepje bekende trainers. Dick Advocaat op het EK, met zijn Robben-wissel tegen Tsjechië en Gerard Kemkers, die Sven Kramer de verkeerde bocht instuurt tijdens de Olympische Spelen. Sporttrainers die tot dat moment de wind mee hadden, maar door de uitglijder weet je: die nemen we nooit meer serieus. Gertjan Verbeek probeerde een kritische journalist op zijn plaats te zetten met een lullig woordgrapje. Uit 1412.
Tot dit weekend zag ik Verbeek als een interessante voetbaltrainer met zinnige teksten en raar haar. Na de onthulling over de ziekte van Van Halst is dat veranderd.
Gertjan Verbeek is alleen nog maar raar haar.
donderdag 28 februari 2013
Stugge noordenwind
In het land kent niemand haar. Tante Fokje. Haar hele leven woont ze in Friesland, in een klein nuchter kerkdorp. De mensen groeten er elkaar met een korte hoofdknik 's morgens. Frivoler wordt het niet, die dag.
De dagen van tante Fokje zijn steeds hetzelfde. Bij de houtkachel kijkt ze uit over weilanden met weerbarstige knotwilgen. En ze breit. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat tikken haar breinaalden. Friezen halen de neus op voor de lifjes en lafjes van Victor en Rolf, ze willen tante Fokje. De wintertrui van postbode Tjerk in een rechtse draaisteek: tante Fokje. De wanten van boer Boersma met Noorse sluitknoop of de witte trouwjurk van de molenaarsdochter in Schots schapenwol; het komt allemaal uit Fokjes verrimpelde handen.
Het ritmisch getik van haar naalden wordt alleen onderbroken als AZ voetbalt. Want dan komt ie in beeld, voor de dug-out: de nieuwe buurman met zijn gebreide das. Geen enkele trainer schudt mooier met de kop, volgens Fokje. Ze kan er uren naar kijken, naar dat hoofd met dood sprokkelhout erbovenop. Het schudt prachtig afkeurend, met de mond verwrongen in een glimlach, als de scheidsrechter tegen AZ fluit. Friezen schudden precies zo het hoofd. Misprijzend. Als het over het weer gaat, of over het politieke gezwets uit het westen. En altijd draagt de trainer dan haar das. De grijze das, op een woensdagmiddag in elkaar getikt met een dwarse ondersteek.
Gisterenavond, AZ voetbalde in Amsterdam. Tante Fokje keek weer naar haar buurman. Maar het hoofd wou maar niet schudden. Tante Fokje staarde met grote ogen naar de coach van AZ. Zijn gezicht brak open. Twee keer balde hij vol vreugde zijn vuisten. Hij maakte zelfs een dansje met andere mannen. Tante Fokje zette beduusd de tv uit. Alsof de wind was gedraaid. De stugge noordenwind vervangen door een lentebriesje.
Diep in de nacht kwam de buurman thuis. In de straat was het donker, behalve bij tante Fokje. Onvermoeibaar tikten daar de naalden. Verheugd klopte de buurman op de ruit. Het derde doelpunt verlichtte nog steeds zijn ogen.
"Heb je het gezien?" vroeg ie.
Tante Fokje keek streng omhoog, knikte kort en richtte zich toen weer op de nieuwe trui voor neef Hidde. Wat denkt ie wel niet, de buurman met zijn rare fratsen uit het westen.
De dagen van tante Fokje zijn steeds hetzelfde. Bij de houtkachel kijkt ze uit over weilanden met weerbarstige knotwilgen. En ze breit. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat tikken haar breinaalden. Friezen halen de neus op voor de lifjes en lafjes van Victor en Rolf, ze willen tante Fokje. De wintertrui van postbode Tjerk in een rechtse draaisteek: tante Fokje. De wanten van boer Boersma met Noorse sluitknoop of de witte trouwjurk van de molenaarsdochter in Schots schapenwol; het komt allemaal uit Fokjes verrimpelde handen.
Het ritmisch getik van haar naalden wordt alleen onderbroken als AZ voetbalt. Want dan komt ie in beeld, voor de dug-out: de nieuwe buurman met zijn gebreide das. Geen enkele trainer schudt mooier met de kop, volgens Fokje. Ze kan er uren naar kijken, naar dat hoofd met dood sprokkelhout erbovenop. Het schudt prachtig afkeurend, met de mond verwrongen in een glimlach, als de scheidsrechter tegen AZ fluit. Friezen schudden precies zo het hoofd. Misprijzend. Als het over het weer gaat, of over het politieke gezwets uit het westen. En altijd draagt de trainer dan haar das. De grijze das, op een woensdagmiddag in elkaar getikt met een dwarse ondersteek.
Gisterenavond, AZ voetbalde in Amsterdam. Tante Fokje keek weer naar haar buurman. Maar het hoofd wou maar niet schudden. Tante Fokje staarde met grote ogen naar de coach van AZ. Zijn gezicht brak open. Twee keer balde hij vol vreugde zijn vuisten. Hij maakte zelfs een dansje met andere mannen. Tante Fokje zette beduusd de tv uit. Alsof de wind was gedraaid. De stugge noordenwind vervangen door een lentebriesje.
Diep in de nacht kwam de buurman thuis. In de straat was het donker, behalve bij tante Fokje. Onvermoeibaar tikten daar de naalden. Verheugd klopte de buurman op de ruit. Het derde doelpunt verlichtte nog steeds zijn ogen.
"Heb je het gezien?" vroeg ie.
Tante Fokje keek streng omhoog, knikte kort en richtte zich toen weer op de nieuwe trui voor neef Hidde. Wat denkt ie wel niet, de buurman met zijn rare fratsen uit het westen.
donderdag 31 januari 2013
Gehersenspoeld
Steeds als Jozy Altidore de bal raakte, galmden vreemde keelklanken door de tribunevakken. Het thuishonk van FC Den Bosch veranderde in een oerwoud met wilde beesten en lianen. Niet gek overigens voor een plek die sinds kort 'Brainwash Stadion De Vliert' heette.
In het vak achter het doel trok een jongen aan de jas van zijn vader.
"Waarom doe je een aap na, papa?"
De vader onderbrak geïrriteerd het roffelen op zijn borst en antwoordde:
"Omdat ie op een aap lijkt, dat zie je toch!" Hij hervatte zijn dierlijk gehuil.
De jongen keek naar het veld, waar de spits van AZ onaangedaan de bal op de stip legde. Hij trok zijn Den Bosch-sjaal wat losser. De dikke blauwwitte das voelde onprettig onder zijn kin. Altidore schoot de penalty onberispelijk binnen.
"Ga toch terug naar Afrika!" schreeuwde de vader naar het groepje AZ-spelers dat het doelpunt vierde. De jongen keek verwonderd naar de haat in zijn ogen.
"Amerika," zei de zoon, "en zijn ouders komen uit Haïti." Maar zijn opmerking smoorde in de veenbrand die om hem heen woedde.
Na ruim een uur spelen, bij de stand 0-5, wisselde de Den Bosch-trainer een speler. Enzio Boldewijn, een ranke aanvaller sprintte vanaf de zijlijn naar zijn plek in het veld. Zijn huid oogde donkerder dan de inktzwarte januarinacht die dreigend boven het stadiondak uitstak. De jongen keek naar zijn vader die stoïcijns de muts op zijn hoofd verplaatste.
"Hij lijkt toch ook op een aap, papa?"
"Nee, da's anders," antwoordde de vader. Op zijn gezicht stond de blik van de onderwijzer die een makkelijke som aan zijn leerlingen gaat uitleggen.
"Deze speelt bij ons."
In het vak achter het doel trok een jongen aan de jas van zijn vader.
"Waarom doe je een aap na, papa?"
De vader onderbrak geïrriteerd het roffelen op zijn borst en antwoordde:
"Omdat ie op een aap lijkt, dat zie je toch!" Hij hervatte zijn dierlijk gehuil.
De jongen keek naar het veld, waar de spits van AZ onaangedaan de bal op de stip legde. Hij trok zijn Den Bosch-sjaal wat losser. De dikke blauwwitte das voelde onprettig onder zijn kin. Altidore schoot de penalty onberispelijk binnen.
"Ga toch terug naar Afrika!" schreeuwde de vader naar het groepje AZ-spelers dat het doelpunt vierde. De jongen keek verwonderd naar de haat in zijn ogen.
"Amerika," zei de zoon, "en zijn ouders komen uit Haïti." Maar zijn opmerking smoorde in de veenbrand die om hem heen woedde.
Na ruim een uur spelen, bij de stand 0-5, wisselde de Den Bosch-trainer een speler. Enzio Boldewijn, een ranke aanvaller sprintte vanaf de zijlijn naar zijn plek in het veld. Zijn huid oogde donkerder dan de inktzwarte januarinacht die dreigend boven het stadiondak uitstak. De jongen keek naar zijn vader die stoïcijns de muts op zijn hoofd verplaatste.
"Hij lijkt toch ook op een aap, papa?"
"Nee, da's anders," antwoordde de vader. Op zijn gezicht stond de blik van de onderwijzer die een makkelijke som aan zijn leerlingen gaat uitleggen.
"Deze speelt bij ons."
Abonneren op:
Posts (Atom)