Een prachtige tirade over schuld en boete, dat was het. In aanloop naar het WK herhaalde Andere tijden sport de persconferentie van de KNVB in 2001 waarin Van Gaal zijn aftreden bekend maakte. Het hoofd van De Bondscoach liep steeds roder aan, terwijl hij legendarische oneliners het perszaaltje ingooide:
"En nou moeten jullie niet meteen een foto maken als ik aan mijn neus zit."
Achter zijn ogen woedde een oceaan van emotie, maar de tranen kwamen niet. Een man mag niet huilen, volgens Van Gaal.
Louis is een man van bezieling en volledige overgave, trots ook. Tranen horen daar niet bij. In ieder geval niet voor de lenzen van de krant en televisie die met zijn gevoelens een andere kant op willen dan hij voor ogen heeft.
"Media: minmin."
Verdriet bewaart Louis voor thuis. Dáár, met zijn neus in de veilige boezem van Truus, schokschoudert Louis de ellende van zich af.
Die handrem van Van Gaal, het gaat hem dwarszitten deze zomer. Ergens, onderweg naar de finale, gaat Oranje zijn Waterloo vinden. Na een heroïsche wedstrijd van het Nederlands elftal verdampt de WK-droom van Van Gaal in de zinderende Braziliaanse zon. Aan de zijlijn vangt hij als een generaal zijn manschappen op. De coach van de tegenstander krijgt een oprechte felicitatie. Trots en beheerst verdwijnt hij in de catacomben. Verslagen, op zoek naar de boezem van Truus.
Veel liever zie ik Louis op zo'n moment eenzaam in de dug-out. Geknakt, met de handen in het haar, tranen stromen als een Alpenkreek in de lente. De camera's vangen zijn wanhoop. Microfoons registreren zijn gedempte vloek.
"Zo dichtbij, klote."
Louis zet de deuren open. Hij wordt weer mens onder zestien miljoen bondscoaches.
Wat zouden we van hem houden.
vrijdag 30 mei 2014
donderdag 29 mei 2014
Juichen!
Ineens lag er een pak op tafel. Een oranje pak, met zwarte biezen.
"Wat is dat?" vroeg ik.
"Een juichpak," zei mijn vriendin, "een juichpak van Roy Donders. XL."
"Ja, en?" Het klonk als een vegetariër die een rookworst op zijn bord vindt.
"Die heb ik voor jou bij elkaar gespaard. Met zegels."
"Wat moet ik ermee dan?"
"Nou ja, eh, juichen," zei mijn vriendin gehaast. Ze moest gaan werken.
Daar stond ik, in de huiskamer, starend naar een pak om in te juichen. Ik vroeg me af of ik het nodig had als Van Persie zou scoren tegen Chili, zo'n oranje trainingspak met glitters op de mouw. Tot nog toe had ik steeds gejuicht in een spijkerbroek en T-shirt. Ging eigenlijk best goed.
Ik haalde het cellofaan eraf en trok het pak aan. Ik voelde het meteen. Een prikkel. Het begon ter hoogte van mijn linkerknie. Mijn rechter bewoog meteen mee. Toen volgden mijn heupen het ritme. Daarna mijn armen en de rest van mijn lichaam. Het juichen borrelde in golven omhoog: ik swingde door de huiskamer als een gesjeesde nicht uit een Tilburgse volkswijk.
Dat schreeuwde om meer.
Ik ging naar buiten en zag de postbode. Ik juichte met hem mee, van gleuf tot gleuf. In de buurtsuper slaakte ik licht verhitte kreetjes toen een man zes handperen woog. Daarna de slager. Stralend stond ik naast de gehaktmolen toen hij worsten draaide. Ik was om. Te gek, zo'n juichpak. Ik liet me helemaal gaan. Na juichend ramen wassen in een hoogwerker, de juichgym in de bejaardensoos en het assisteren van de wijkagent (samen gaven we iedereen op hun Donders), kwam ik laat in de middag thuis. Helemaal high.
Mijn vriendin was er ook. Ze zette net boerenkool op tafel, mijn lievelingsgerecht. Schreeuwend van geluk sprong ik op een stoel. Ik juichte zoals ik nog nooit gejuicht had.
"Wat doe jij nou," zei ze geïrriteerd.
"Nou ja, eh, juichen," was mijn antwoord.
Maar dat was dan weer niet helemaal de bedoeling.
"Wat is dat?" vroeg ik.
"Een juichpak," zei mijn vriendin, "een juichpak van Roy Donders. XL."
"Ja, en?" Het klonk als een vegetariër die een rookworst op zijn bord vindt.
"Die heb ik voor jou bij elkaar gespaard. Met zegels."
"Wat moet ik ermee dan?"
"Nou ja, eh, juichen," zei mijn vriendin gehaast. Ze moest gaan werken.
Daar stond ik, in de huiskamer, starend naar een pak om in te juichen. Ik vroeg me af of ik het nodig had als Van Persie zou scoren tegen Chili, zo'n oranje trainingspak met glitters op de mouw. Tot nog toe had ik steeds gejuicht in een spijkerbroek en T-shirt. Ging eigenlijk best goed.
Ik haalde het cellofaan eraf en trok het pak aan. Ik voelde het meteen. Een prikkel. Het begon ter hoogte van mijn linkerknie. Mijn rechter bewoog meteen mee. Toen volgden mijn heupen het ritme. Daarna mijn armen en de rest van mijn lichaam. Het juichen borrelde in golven omhoog: ik swingde door de huiskamer als een gesjeesde nicht uit een Tilburgse volkswijk.
Dat schreeuwde om meer.
Ik ging naar buiten en zag de postbode. Ik juichte met hem mee, van gleuf tot gleuf. In de buurtsuper slaakte ik licht verhitte kreetjes toen een man zes handperen woog. Daarna de slager. Stralend stond ik naast de gehaktmolen toen hij worsten draaide. Ik was om. Te gek, zo'n juichpak. Ik liet me helemaal gaan. Na juichend ramen wassen in een hoogwerker, de juichgym in de bejaardensoos en het assisteren van de wijkagent (samen gaven we iedereen op hun Donders), kwam ik laat in de middag thuis. Helemaal high.
Mijn vriendin was er ook. Ze zette net boerenkool op tafel, mijn lievelingsgerecht. Schreeuwend van geluk sprong ik op een stoel. Ik juichte zoals ik nog nooit gejuicht had.
"Wat doe jij nou," zei ze geïrriteerd.
"Nou ja, eh, juichen," was mijn antwoord.
Maar dat was dan weer niet helemaal de bedoeling.
zondag 25 mei 2014
Sixpack
"Real? Met 4-1?"
De jongens fronsen de wenkbrauwen als ze zondag de slaapkamer binnenkomen. Ze gingen gisteren naar bed bij de 0-1 voorsprong voor Atlético Madrid.
"Heeft Bale gescoord?" wil oudste weten.
"Ja, met een kopbal." Dat zijn favoriete speler twee grote kansen liet liggen, laat ik maar achterwege.
"En Cristiano?" vraagt jongste. Hij heeft andere voorkeuren.
"Ja, Ronaldo scoorde ook," antwoord ik, "uit een penalty. En daarna juichte ie als een bodybuilder." Jongste probeert het zich voor te stellen. Zoiets kan bruikbaar zijn op het veldje, een doelpunt vieren als Ronaldo. "Hoe gaat dat, juichen als een bodybuilder?"
Daar ging ik.
Met een sprong sta ik naast mijn bed, trek mijn T-shirt over mijn hoofd, zwaai mijn armen in de Hulk-stand, span al mijn spieren aan en kijk alsof ik net een grote hap heb genomen van een Mexicaans broodje met te veel rode pepers.
Het leidt tot grote beroering. Jongste stuitert door de slaapkamer en oudste timmert met zijn vuisten op mijn buikspieren. Het tafereel zie ik terug in de spiegel van de klerenkast: een gorilla. Op de apenrots wordt ie besprongen door uitgelaten aapjes. Het lijkt precies op Cristiano Ronaldo en zijn vrienden van Real.
Het is mijn vriendin die alles weer terugbrengt tot de juiste proporties. Ze trekt geel met een uitgestreken Kuipers-gezicht. Voor het onnodig uittrekken van het pyjamashirt.
"Die buik wil niemand zien," zegt ze streng.
De jongens fronsen de wenkbrauwen als ze zondag de slaapkamer binnenkomen. Ze gingen gisteren naar bed bij de 0-1 voorsprong voor Atlético Madrid.
"Heeft Bale gescoord?" wil oudste weten.
"Ja, met een kopbal." Dat zijn favoriete speler twee grote kansen liet liggen, laat ik maar achterwege.
"En Cristiano?" vraagt jongste. Hij heeft andere voorkeuren.
"Ja, Ronaldo scoorde ook," antwoord ik, "uit een penalty. En daarna juichte ie als een bodybuilder." Jongste probeert het zich voor te stellen. Zoiets kan bruikbaar zijn op het veldje, een doelpunt vieren als Ronaldo. "Hoe gaat dat, juichen als een bodybuilder?"
Daar ging ik.
Met een sprong sta ik naast mijn bed, trek mijn T-shirt over mijn hoofd, zwaai mijn armen in de Hulk-stand, span al mijn spieren aan en kijk alsof ik net een grote hap heb genomen van een Mexicaans broodje met te veel rode pepers.
Het leidt tot grote beroering. Jongste stuitert door de slaapkamer en oudste timmert met zijn vuisten op mijn buikspieren. Het tafereel zie ik terug in de spiegel van de klerenkast: een gorilla. Op de apenrots wordt ie besprongen door uitgelaten aapjes. Het lijkt precies op Cristiano Ronaldo en zijn vrienden van Real.
Het is mijn vriendin die alles weer terugbrengt tot de juiste proporties. Ze trekt geel met een uitgestreken Kuipers-gezicht. Voor het onnodig uittrekken van het pyjamashirt.
"Die buik wil niemand zien," zegt ze streng.
maandag 19 mei 2014
In volle glorie
Met de jongens keek ik naar de eerste helft van de oefeninterland tegen Ecuador. Het bleef niet zonder gevolgen.
"Ga je mee voetballen?" vroeg jongste zondagmorgen in zijn replica-shirt van het Nederlands elftal. In zijn ogen stond het met hoofdletters geschreven: inspiratie.
Op het veldje was jongste uitstekend op dreef. De gehele interland kwam voorbij. Hij schreeuwde als Memphis Depay na een gemiste kans en kermde van de pijn als Janmaat na een tik op zijn enkel. In dit geweld kon ik niet achterblijven. Er kwam een hoge pass. In een flits ging het door me heen, de Van Persie-variant tegen Ecuador. Geconcentreerd controleerde ik de bal op mijn borst. Dit ging mijn moment worden. Ik zou jongste eens leren hoe je dat doet, een interland naspelen. Langzaam daalde de bal naar mijn verwoestende linker. De omgeving verstarde, alles leek zich te voltrekken in slow-motion. Ik zette mijn lichaam in de juiste stand, keek naar de bovenhoek, daar zou mijn actie in volle glorie belanden. De bal was nu ter hoogte van mijn navel, mijn linkervoet ging dreigend naar achteren. Ik haalde uit, zoals ik nog nooit uitgehaald had. Vol.
Doordat ik alleen maar lucht raakte, buitelde ik voorover in het zand. De bal eindigde na drie lullige stuitjes in een vlierbessenstruik. Haastig zocht ik naar een gat in de grond om in weg te kruipen. Op de achtergrond hoorde ik jongste naderen. Hij boog zich over me heen.
"Niks gekneusd, pap?" vroeg ie bezorgd.
Langzaam tilde ik mijn hoofd op. In mijn mond voelde ik een graspol.
"Ja, mijn zelfvertrouwen," zei ik.
"Ga je mee voetballen?" vroeg jongste zondagmorgen in zijn replica-shirt van het Nederlands elftal. In zijn ogen stond het met hoofdletters geschreven: inspiratie.
Op het veldje was jongste uitstekend op dreef. De gehele interland kwam voorbij. Hij schreeuwde als Memphis Depay na een gemiste kans en kermde van de pijn als Janmaat na een tik op zijn enkel. In dit geweld kon ik niet achterblijven. Er kwam een hoge pass. In een flits ging het door me heen, de Van Persie-variant tegen Ecuador. Geconcentreerd controleerde ik de bal op mijn borst. Dit ging mijn moment worden. Ik zou jongste eens leren hoe je dat doet, een interland naspelen. Langzaam daalde de bal naar mijn verwoestende linker. De omgeving verstarde, alles leek zich te voltrekken in slow-motion. Ik zette mijn lichaam in de juiste stand, keek naar de bovenhoek, daar zou mijn actie in volle glorie belanden. De bal was nu ter hoogte van mijn navel, mijn linkervoet ging dreigend naar achteren. Ik haalde uit, zoals ik nog nooit uitgehaald had. Vol.
Doordat ik alleen maar lucht raakte, buitelde ik voorover in het zand. De bal eindigde na drie lullige stuitjes in een vlierbessenstruik. Haastig zocht ik naar een gat in de grond om in weg te kruipen. Op de achtergrond hoorde ik jongste naderen. Hij boog zich over me heen.
"Niks gekneusd, pap?" vroeg ie bezorgd.
Langzaam tilde ik mijn hoofd op. In mijn mond voelde ik een graspol.
"Ja, mijn zelfvertrouwen," zei ik.
zondag 18 mei 2014
Toernooi
Na afloop van de competitie had jongste met F9 zijn eerste toernooi. Op de woensdag ervoor kwam hij naast me op de bank zitten.
"Wat is dat eigenlijk, een toernooi?" vroeg hij.
Ik dacht terug aan lome zaterdagmiddagen in mei, met je team hangend tussen een berg sporttassen ergens langs de lijn, terwijl de gezinszak paprikachips, worstenbroodjes en halfbevroren tosti's rondgingen. De strijd tegen Wilhelmina Boys om de zevende en achtste plek begon pas over een half uur.
"Dan speel je een paar korte wedstrijden achter elkaar. Je kunt een beker winnen," antwoordde ik.
"Goh."
Het klonk niet echt als André Kuipers op weg naar zijn eerste ruimtereis.
Doordat F9 vroeg op het toernooi aanwezig was, introduceerde leider A. rattekeutel, een afvalspelletje op één doel, waarbij elke speler voor zichzelf moet scoren, totdat er uiteindelijk een winnaar overblijft. F9 vond het een leuk spelletje. De wedstrijden tegen Unitas F14 en Haarsteeg F7 waren eigenlijk hinderlijke onderbrekingen van hun afvalrace. Na elk laatste fluitsignaal haastten de pupillen zich naar een leeg doel om hun strijd te hervatten. F9 pakte op het toernooi uiteindelijk de 14e plek. Er deden 16 teams mee. Jongste kwam thuis met een lolly, een vaantje en een Paniniboek, de prijzen voor elke deelnemer.
"Was het leuk?" vroeg zijn moeder.
"Ja, heel erg," glunderde hij.
"Wat is dat eigenlijk, een toernooi?" vroeg hij.
Ik dacht terug aan lome zaterdagmiddagen in mei, met je team hangend tussen een berg sporttassen ergens langs de lijn, terwijl de gezinszak paprikachips, worstenbroodjes en halfbevroren tosti's rondgingen. De strijd tegen Wilhelmina Boys om de zevende en achtste plek begon pas over een half uur.
"Dan speel je een paar korte wedstrijden achter elkaar. Je kunt een beker winnen," antwoordde ik.
"Goh."
Het klonk niet echt als André Kuipers op weg naar zijn eerste ruimtereis.
Doordat F9 vroeg op het toernooi aanwezig was, introduceerde leider A. rattekeutel, een afvalspelletje op één doel, waarbij elke speler voor zichzelf moet scoren, totdat er uiteindelijk een winnaar overblijft. F9 vond het een leuk spelletje. De wedstrijden tegen Unitas F14 en Haarsteeg F7 waren eigenlijk hinderlijke onderbrekingen van hun afvalrace. Na elk laatste fluitsignaal haastten de pupillen zich naar een leeg doel om hun strijd te hervatten. F9 pakte op het toernooi uiteindelijk de 14e plek. Er deden 16 teams mee. Jongste kwam thuis met een lolly, een vaantje en een Paniniboek, de prijzen voor elke deelnemer.
"Was het leuk?" vroeg zijn moeder.
"Ja, heel erg," glunderde hij.
Abonneren op:
Posts (Atom)