zondag 30 december 2012

Oliebollen

Voor de oliebollenkraam wachtte een lange rij. De laatste dagen van het jaar maakten hongerig. Voor me stonden twee mannen. Ze spraken met een Limburgs accent en namen, bij gebrek aan actuele wedstrijden, het voetbaljaar 2012 door.
"Dat EK kón ook helemaal niks worden, die gasten waren niet fit," zei de dikke. In mijn gedachten zag ik hem staan, elke twee weken aan de lange zijde in De Koel of achter het doel in De Baandert. Zijn hangsnor verwachtte weinig hoop.
"De bondscoach had met Huntelaar moeten spelen. Van Persie bakte er niets van," zei zijn buurman, een lange vent met een alpinopet.
"Nee, Van Marwijk kreeg er koppijn van. Daar in Oekraïne werd zijn haar nog een tintje grijzer." De dikke zei het met grote stelligheid. Een paar seconden bleef het stil. In de kraam siste het vet onder een nieuwe lading oliebollendeeg.
"Net zoals dat boek van Jannie," zei de alpinopet, "Vijftig tinten grijs."
De dikke keek met grote ogen opzij. "Leest Jannie?"
Op het gezicht van de alpinopet kwam een ondeugende grijns. "Ja, sinds kort. Ze kruipt met die pil lekker tegen me aan als ik voetbal kijk. Gezellig, man!"
De dikke had het door. "Naar Feyenoord zeker," wilde hij weten. Langzaam schoven we op naar de kraam. De alpinopet keek verrast. "Ja, die Pellé vindt ze wel een leuke speler, hoezo?"
Mijn oren begonnen te gloeien, en niet van de kou. Ik besloot dat het nog lang mocht duren, het wachten op de oliebollen.

woensdag 8 augustus 2012

Tot ziens

Beste lezer,

Het is behoorlijk rustig op deze website. Maakt u zich geen zorgen; met mij gaat alles goed. Met de inspiratie ook. Ik ben begonnen aan een nieuw boek, een groot verhaal deze keer. Geen flauw idee wanneer het klaar is, maar ik heb veel zin in dit nieuwe avontuur.
Nou ja, eigenlijk is die reis al begonnen.

Bedankt voor het lezen van de verhalen!

Met hartelijke groet,

Pieter Abrahams

maandag 23 juli 2012

Ik, Zlatan

De nieuwe spits van Paris St. Germain parkeert zijn Ferrari Enzo in de buurt van de Arc de Triomphe. Door de voorruit ziet hij een drukte van belang. Met wilde gebaren proberen agenten de mensenmassa in toom te houden, nerveus blazen ze op hun fluitjes. Precies het welkom dat Ibrahimovic verwachtte.
Die zondagmorgen vertrok hij uit Milaan, waar hij op de snelweg het gaspedaal diep intrapte. In drie uur had de bolide speels het gat tussen verleden en toekomst overbrugd. Op de snelweg smolten het explosieve karakter van de Zweed en de rode sportwagen naadloos samen. De Fiat Uno's en de Citroën Xsara's op de rechterrijstrook werden gedegradeerd tot decorstukken in het nieuwste hoofdstuk van de ster: 'Hoe verlicht je de hemel boven Parijs'.
Maar als de voetballer uitstapt, is er geen enkele televisieploeg die op hem afstormt, niemand wil een handtekening. Zlatan kijkt verbaasd naar duizenden ruggen die naar de boulevard voor de Arc staren. Dan hoort hij gezoem uit de rijen opstijgen: "...Wiggins..., ...Wiggins...". Op zijn tenen kijkt hij over de menigte heen en ziet waar alle aandacht naartoe gaat; een groep mannen op een wielrenfiets. Sinds hij als kind in de buitenwijken van Malmö fietsen gapte, heeft hij geen rijwiel meer aangeraakt. Werkelijk niemand slaat acht op de lange vent met de haakneus op de achterste rij. Anoniem loopt Zlatan terug naar zijn geparkeerde Ferrari.
"Wie is die Wiggins?" vraagt hij aan een verkeersregelaar.
"De winnaar van de Tour! Vandaag is hij de koning van Parijs," antwoordt de agent niet zonder respect.
Ibrahimovic opent het portier, stapt in en start zijn wagen. Voorzichtig draait hij de auto in tegengestelde richting en geeft dan vol gas.
"Wiggins, my ass," schampert Zlatan, terwijl hij in de achteruitkijkspiegel tuurt. In vier tellen is het Tourcircus uit het zicht.



donderdag 19 juli 2012

Vergiftigd

Ons vakantiedorp in Frankrijk lag in de buurt van een stadje waar een touretappe startte. Omdat we niet eenkennig zijn, besloten we er een bezoekje aan te wagen. Voor de kinderen was vooral de reclamekaravaan het doel, de commerciële optocht die voor de wielerwedstrijd uitrijdt. Twee uur voor de start van de etappe arriveerden we met tuinstoelen en een goed gevulde picknickmand bij een vooraf uitgezochte rotonde. Tot onze ontzetting zagen we nog net de laatste twee wagens van de reclamekaravaan, die voor het ontbijt al gestart bleek te zijn. Teleurgesteld staarden onze jongens vervolgens twee uur naar het asfalt, waar af en toe een auto van de organisatie, een motoragent of een ploegleiderswagen passeerde. Eindelijk, eindelijk, voorafgegaan door talloze fluitjes volgde rond het middaguur het peloton. In vier seconden flitsten de wielrenners met de resterende Rabo-renners aan ons voorbij. Ik kon nog net de gele trui aanwijzen.
"Zo, dit was het jongens. Kom, we gaan naar huis," zei ik met de tuinstoel al weer in de hand.
"Echt?" vroeg jongste. Hij had er duidelijk meer van verwacht. Op de camping ging hij over tot de orde van de dag; hij pakte zijn bal.
Terug in Nederland probeerde ik het nog één keer. De koninginnerit in de Pyreneeën. Vanuit mijn ligstoel zag ik hoe de renners de bergtoppen aanvielen. Frank Schleck was daar niet meer bij. Terwijl Tomas Voeckler groots de Aspin, de Peyresourde en de Tourmalet bedwong, las ik op teletekst dat hij vanwege dopinggebruik uit de koers genomen was. 
"Geweldig! Daar neem ik mijn hoed diep voor af," was het tv-commentaar toen Voeckler de eindstreep bereikte. Ergens in mijn achterhoofd vroeg een stemmetje zich meteen af hoe zuiver de prestatie van de Fransman was, maar ook ik ging over tot de orde van de dag: het nieuwe voetbalseizoen. 
Het wapengekletter op het veld is namelijk ontwapenend eerlijk. De sport is niet vergiftigd door prestatieverhogende middelen. Het technische vermogen om de bal in de hoek te krullen en tactisch inzicht bepalen de winst: een wedstrijd in het stadion is zuiver als een kronkelend Alpenbeekje.
Alhoewel?
Voorlopig dient de voetbalsport af te rekenen met de verslindende greep van de commercie, schwalbebedrog, doorgedraaide supporters die verhaal komen halen op de training, krankzinnige aanslagen op de enkels, een volledig verziekt Oranje, corrupte FIFA-voorzitters, roze voetbalschoenen, weerzinwekkende hooligans, door tv-gelden totaal verstoorde Europese verhoudingen en het nieuwste gif uit het duistere oosten; matchfixing.
En dan heb ik het over Hans Kraay jr. nog niet eens gehad.

zaterdag 14 juli 2012

Honger

In de Ardèche vallen de mussen van het dak. De koelkast is nagenoeg leeg, maar voor boodschappen doen is het te warm. Loom hangen we voor de caravan als oudste met het laatste ei verdwijnt voor het campingruilspel. Jongste verveelt zich. Hij heeft het wel gezien, Frankrijk met zijn kastelen, de zonnebloemvelden en het stokbrood.
"Wanneer mag ik naar de voetbaltraining, papa?"
"Als de zomervakantie voorbij is, jongen."
Onderuitgezakt op de ligstoel trekt hij een lang gezicht. Het duurt hem allemaal te lang. 
Zijn ogen lichten op als ik met twee krukjes, een tuinstoel en onze schaduwboom een circuitje uitzet. Behendig doe ik de trainingsoefening voor. Met de tong uit de mond dribbelt hij vervolgens tussen de obstakels door. Aan het eind hou ik een grote zwemband vast, erdoorheen schieten is een punt. Niet gehinderd door de hitte, gaat ie vol aan de slag. Jongste blijkt een snelle leerling, Robbie Rensenbrink in wording. Nadat ie eerst de koplamp van onze Peugeot raakt en het roodverbrande achterhoofd van de buurman schampt, weet hij steeds vaker het net te vinden. Het scorebord meldt veertien treffers als oudste terugkomt van het ruilspel. Het ei is effectief omgezet. Triomfantelijk houdt hij een trosje met drie overrijpe bananen en een blik 'Haricot verts' in de lucht.
"Ik heb honger," zegt jongste met de bal onder zijn arm. Zijn training is voorbij.
"Schuif maar aan," antwoord ik, terwijl zijn moeder het zweet van zijn voorhoofd wrijft, "we eten boontjes met banaan."