Posts tonen met het label Sinterklaasjournaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sinterklaasjournaal. Alle posts tonen

zaterdag 7 november 2020

Dag 79

De Verenigde Staten zijn een schoolplein geworden waar alle kleuters elkaar aan de haren trekken, achterna zitten en elkaar uitschelden. “Jij bent stom.” “Jij bent zelf stom! Ik haat je!” In het schoolgebouw slaat de bovenmeester met de subtiliteit van een sloopkogel de bouwhoek en het telraam uit de klaslokalen. Elk land krijgt de kleuterleider die het verdient. Nu november Nederland in het donker zet, krijgen ook wij de kleuterleidster die we verdienen. Die van ons heeft een gezellige bos krullen en hondstrouwe ogen: Dieuwertje Blok. Met haar zachte, geruststellende stem gaat ze elke dag aankondigen in welke nesten Pietje Precies zich nu weer heeft gewerkt. Ach ja, het Sintfeest. Met veel weemoed denk ik terug aan mijn kindertijd. Mijn zus en ik werden aan het eind van elk jaar verwend met een grote zak cadeautjes. Bij elk pakje een gedicht van twee kantjes: de Goedheiligman gaf ons, volledig op rijm, met een dikke knipoog commentaar op ons gedrag van het verstreken jaar. Dat het handschrift van de Sintgedichten uiterst nauwkeurig overeen kwam met de boodschappenlijstjes van onze moeder, daar wilden we niet aan. “Wat gaan we dit jaar doen met het Sintfeest?” vroeg ik van de week aan tafel. “Nou, gewoon, niks,” antwoordde mijn vriendin, lamgeslagen door het coronacordon. Het Grote Boek van Sinterklaas, regelmatig vermist, is dit jaar dan ook wel heel erg kwijt. Het lijkt erop dat de coronapiet het in beton heeft gegoten, ergens op de bodem van een oceaan. De situatie lijkt uitzichtloos. Maar het Sinterklaasjournaal gaat weer starten en het idee zit sinds onze kinderjaren rotsvast in onze hoofden gesoldeerd: met Dieuwertje erbij komt in december alles goed.

maandag 17 november 2014

Glansparade

Doordat de leider van het F-team van jongste verhinderd was en zijn collega-coach voor het werk in AustraliĆ« zat, werd ik gebeld: of ik de derde leider wilde assisteren tijdens de training. Boven vond ik in een kast een geschikte joggingbroek en in een verre hoek mijn oude voetbalschoenen, zodat ik me monter met jongste op de donderdagavondtraining meldde. Gretig sjouwde ik met doeltjes, pionnen en het ballennet. Ik voelde me net Jan Salie uit het Sinterklaasjournaal, hoofd Bijzaken van de gemeente Gouda.
De warming-up, de techniekoefeningen, het afwerken op doel: aan de zijlijn, met mijn handen over elkaar, doorstond ik de vuurproef met glans. De training groeide geleidelijk naar het hoogtepunt toen de trainer met een partijspel wilde eindigen en aan mij vroeg of ik het grote doel wilde verdedigen.
Och ja, dat wilde ik wel.
Er ontstond een verbeten strijd tussen mijn ploegje en de tegenpartij, waarvan jongste de grote aanjager was. Met 2-2 op het bord en nog enkele seconden te gaan, passeerde jongste twee tegenstanders. Met de bal aan zijn voet taxeerde hij de afstand tot het doel, waarna hij (zoals dat heet) verwoestend uithaalde. De tijd verstilde. Het been van jongste zwaaide ver door, alle ogen volgden geboeid de baan het schot, sommige armen namen een voorsprong op de afloop en gingen juichend de lucht in. Op de reflex uit mijn oude lichaam werd niet gerekend, maar met de daadkracht van een minister van Financiƫn in crisistijd vertrok ik naar de rechterbenedenhoek, waar ik het winnende doelpunt van jongste voor de doellijn weggriste.
Later in het kleedlokaal, waar het douchewater weldadig kletterde, was algehele bewondering mijn deel. Vele F-vingertjes wezen in mijn richting. Niet langer was ik slechts de vader van jongste, vanaf nu was ik de vader die redde in tijden van nood. Ik verliet het sportpark als hoofd Hoofdzaken.
Jongste was minder enthousiast. Hij sprak twee dagen niet met me.