Het AD-toernooi van ’88, Feyenoord speelt tegen Real Madrid. Naast me zit een meisje, voor het eerst neem ik een vriendinnetje mee naar een voetbalwedstrijd. Nadat ze me eerst een vraag stelde over het kale hoofd van John Metgod en de snor van Sjaak Troost, wijst ze nu naar een andere speler.
“En wie is dat dan?”
Aan de zijlijn staat een speler met kort krullend haar in het Feyenoord-shirt. Over zijn borst staat in een gele baan het woord 'Opel'. Zijn benen steken O-vormig uit het korte zwarte broekje. Hij loopt een beetje raar.
"Dat is Smolarek," zeg ik, "Wlodi Smolarek, hij komt van Eintracht Frankfurt."
Het waren de jaren dat de Koude Oorlog nog nasmeulde. Lang gold er een strenge grens tussen West- en Oost-Europa. De Pool was één van de eerste spelers die onder het IJzeren Gordijn mochten doorkruipen. Via de Bundesliga landde hij die zomer in De Kuip.
Halverwege de eerste helft mist Smolarek een kans voor Feyenoord. Buyo, de fel uitgekomen doelman van Real, schoffelt hem onderuit. "Loddie," hoor ik naast me als Smolarek opstaat en met zijn gebogen rug zijn positie weer inneemt, "hij past hier wel."
Het eerste meisje dat ik meenam naar een voetbalwedstrijd had er kijk op. Haar moest ik in de gaten houden. Nog steeds wordt ze elke morgen naast me wakker. Wlodimierz Smolarek, de Poolse buitenspeler die voor onze ogen door Buyo omver werd gekegeld, overleed gisteren in zijn slaap.
donderdag 8 maart 2012
zondag 4 maart 2012
RVP
De polsen van Billy draaien als een bezetene de worsten op de plaat. Vlak voor het eindsignaal maakt de snackverkoper op het trottoir van Anfield Road, daar waar de lange hoofdtribune overgaat in 'The Kop', zich op voor de stroom van hongerige supporters.
Billy luistert naar het geluid van zijn sudderende saucijsjes. Het vermengt zich vertrouwd met het ritme van de rijen. Liverpool was goed gestart, op weg naar het stadion meldde de autoradio immers een eigen doelpunt van Arsenal, maar nu, diep in de tweede helft, de broodjes zijn gesneden en de ui gebakken, is het opmerkelijk stil op de tribunes.
Billy kent de explosies van Anfield. Diepe golven van vreugde die het veld overstromen na een schot van Gerrard. Geluk dat als een rijpe puist uitbarst na een solo van Suarez. Jaren terug stond hij zelf in het oog van de orkaan als Robbie Fowler en Ian Rush scoorden. Of nog eerder, toen Kenny Dalglish de Reds naar Europese bekers schoot. Nu is het onder de tribune ongemakkelijk kalm en Billy weet wat dat betekent: de fans zijn niet tevreden.
Precies op het moment dat Billy op zijn horloge kijkt, laat de betonnen kolos een nieuw geluid door, een geluid dat Billy hard raakt op de kin. Het is de galm van onheil. Een zware energie lijkt zich in de rangen naar binnen te keren, waar het wild om zich heen woedt. Als een gekooid roofdier dat zich onwillig neerlegt bij het onvermijdelijke. De gesmoorde vloek uit 40.000 kelen is duidelijk: Arsenal heeft gescoord.
Meteen verlaten de fans de vakken. Met het hoofd gebogen, als verslagen soldaten die terugkomen van het front, passeren ze de snackhoek van Billy.
"What happened?" vraagt Billy aan een man in een oud Dudek-shirt.
De supporter kijkt even op, uit zijn mond ontsnappen met tegenzin drie woorden.
"Van Persie, damn!"
Billy luistert naar het geluid van zijn sudderende saucijsjes. Het vermengt zich vertrouwd met het ritme van de rijen. Liverpool was goed gestart, op weg naar het stadion meldde de autoradio immers een eigen doelpunt van Arsenal, maar nu, diep in de tweede helft, de broodjes zijn gesneden en de ui gebakken, is het opmerkelijk stil op de tribunes.
Billy kent de explosies van Anfield. Diepe golven van vreugde die het veld overstromen na een schot van Gerrard. Geluk dat als een rijpe puist uitbarst na een solo van Suarez. Jaren terug stond hij zelf in het oog van de orkaan als Robbie Fowler en Ian Rush scoorden. Of nog eerder, toen Kenny Dalglish de Reds naar Europese bekers schoot. Nu is het onder de tribune ongemakkelijk kalm en Billy weet wat dat betekent: de fans zijn niet tevreden.
Precies op het moment dat Billy op zijn horloge kijkt, laat de betonnen kolos een nieuw geluid door, een geluid dat Billy hard raakt op de kin. Het is de galm van onheil. Een zware energie lijkt zich in de rangen naar binnen te keren, waar het wild om zich heen woedt. Als een gekooid roofdier dat zich onwillig neerlegt bij het onvermijdelijke. De gesmoorde vloek uit 40.000 kelen is duidelijk: Arsenal heeft gescoord.
Meteen verlaten de fans de vakken. Met het hoofd gebogen, als verslagen soldaten die terugkomen van het front, passeren ze de snackhoek van Billy.
"What happened?" vraagt Billy aan een man in een oud Dudek-shirt.
De supporter kijkt even op, uit zijn mond ontsnappen met tegenzin drie woorden.
"Van Persie, damn!"
donderdag 1 maart 2012
Wembley
Ze zat naast me in de klas. Ik was elf jaar en durfde niet te vragen of ze verkering met me wilde. Daarom begon ik over de wedstrijd van die avond. Van mijn ouders mocht ik de hele wedstrijd zien. Opgewonden vertelde ik over Cruijff, Rep, Rensenbrink; het Nederlandse elftal op Wembley! Over de Engelsen, met Ray Clemence in het doel. Met Liverpool had hij de Europa Cup 1 gewonnen in een groen keepersshirt. Alle Engelse keepers droegen in die tijd een groen keepersshirt. Ray Clemence droeg daaronder het rode broekje van Liverpool. Hij was de reden dat ik in de gymles in een groen shirt met een rood broekje verscheen.
Ze was niet onder de indruk.
Maar toen, in ’77, werd het de wedstrijd van Jan Peters. In het oude Wembley-stadion schoof de middenvelder van NEC vanaf de zestien twee keer de bal voorbij de doelman. Een onvergetelijke avond, maar roem blijkt vergankelijk.
Vijfendertig jaar later oefent Oranje tegen Engeland. Wembley zit in een geheel nieuwe jas. Aan de zijlijn verschijnt een grijze man met een invaller voor de Engelse ploeg. Ray Clemence is een kleurloze assistent geworden. Terwijl de hoofden van Huntelaar en Smalling kraken en Arjen Robben Nederland naar een mooie overwinning krult, zit Jan Peters ergens in een Groesbeekse huiskamer. Hij schuift driftig over tafel met bierglazen en viltjes. In zijn ogen zit vuur.
Nog één keer mag hij uitleggen hoe hij Wembley veroverde.
Ze was niet onder de indruk.
Maar toen, in ’77, werd het de wedstrijd van Jan Peters. In het oude Wembley-stadion schoof de middenvelder van NEC vanaf de zestien twee keer de bal voorbij de doelman. Een onvergetelijke avond, maar roem blijkt vergankelijk.
Vijfendertig jaar later oefent Oranje tegen Engeland. Wembley zit in een geheel nieuwe jas. Aan de zijlijn verschijnt een grijze man met een invaller voor de Engelse ploeg. Ray Clemence is een kleurloze assistent geworden. Terwijl de hoofden van Huntelaar en Smalling kraken en Arjen Robben Nederland naar een mooie overwinning krult, zit Jan Peters ergens in een Groesbeekse huiskamer. Hij schuift driftig over tafel met bierglazen en viltjes. In zijn ogen zit vuur.
Nog één keer mag hij uitleggen hoe hij Wembley veroverde.
vrijdag 24 februari 2012
Goodwill
De gelijkenis was opmerkelijk. Vanaf rechts, de kant waar ook het basketbalveldje ligt, zeilde de voorzet hoog voor het doel. Onze jongste rende naar de tweede paal. In zijn haast stapte hij in een gat, een knikkerkuiltje van vorige zomer. Terwijl hij struikelde, viel de bal precies op zijn hoofd. Het buurjongetje in het doel was volstrekt kansloos. De glorie van het moment drong meteen door. "Net als MegaToby! Net als MegaToby!" schreeuwde hij, met zijn neus nog in het kale gras.
Een uurtje eerder zag hij in de herhaling het doelpunt van Alderweireld op Old Trafford. Onze jongste keek geboeid naar de stunt van Ajax tegen Manchester United. In zijn hoofd werden alle zaken opnieuw gerangschikt en ik wist wat dat betekende: na zijn voorkeur voor Guidetti op maandag en Messi op woensdag (ook de namen ‘Soek’ en Isaksson vielen) was hij vandaag Toby Alderweireld. Of 'MegaToby', zoals hij het zelf noemde. Als je bijna vijf bent gaat de wereld van de heldenvriend van MegaMindy en die van de voetballerij nog naadloos in elkaar over.
Hij pakte mijn hand toen we van het veldje liepen, thuis stond de lunch klaar. "Ik vond het leuk, pap," hij glom. Zweetdruppels parelden boven zijn pretogen. Ondanks zijn fortuinlijke kopbal ging het potje met 11-2 verloren. Meteen schoot die spreuk door mijn hoofd, ergens op een tegel in de keuken van Johan Derksen: ‘Soms is goodwill net zo belangrijk als de winst'.
Een uurtje eerder zag hij in de herhaling het doelpunt van Alderweireld op Old Trafford. Onze jongste keek geboeid naar de stunt van Ajax tegen Manchester United. In zijn hoofd werden alle zaken opnieuw gerangschikt en ik wist wat dat betekende: na zijn voorkeur voor Guidetti op maandag en Messi op woensdag (ook de namen ‘Soek’ en Isaksson vielen) was hij vandaag Toby Alderweireld. Of 'MegaToby', zoals hij het zelf noemde. Als je bijna vijf bent gaat de wereld van de heldenvriend van MegaMindy en die van de voetballerij nog naadloos in elkaar over.
Hij pakte mijn hand toen we van het veldje liepen, thuis stond de lunch klaar. "Ik vond het leuk, pap," hij glom. Zweetdruppels parelden boven zijn pretogen. Ondanks zijn fortuinlijke kopbal ging het potje met 11-2 verloren. Meteen schoot die spreuk door mijn hoofd, ergens op een tegel in de keuken van Johan Derksen: ‘Soms is goodwill net zo belangrijk als de winst'.
maandag 20 februari 2012
Natuurlijk leiderschap
Ineens zag ik hem in de samenvatting bij Studio Sport. Dat zwarte haar, die donkere oogopslag en die licht gebogen rug waarmee hij jarenlang slim tussen de linies bewoog. Nu keek hij vanaf de tribune naar de wedstrijd van zijn oude liefde: Jari Litmanen was terug bij Ajax.
De Fin zat in De Arena niet ver verwijderd van de kopstukken van de club. De mannen die met hun gespleten tong en valse praatjes Ajax naar de rand van de afgrond hadden geleid. Litmanen was nooit een man van vele woorden geweest. Ware leiders gebruiken een andere taal.
Er gaat een verhaal over zijn tweede periode als speler bij Ajax. De selectie van Ajax was verdeeld in twee kampen. Ibrahimovic en Van der Vaart gunden elkaar het licht in de ogen niet. In de rust van een competitiewedstrijd was er onenigheid over de passing in de eerste helft. De ruzie liep hoog op. Coach Ronald Koeman sprak strenge woorden, maar kreeg de rijen niet gesloten. Spelers stonden schreeuwend tegenover elkaar, totdat Litmanen ineens ging staan en zijn arm omhoog stak. Meteen verstilde de kleedkamer. De middenvelder mompelde twee woorden: "Binnenkant voet." Ajax werd dat jaar alsnog kampioen.
Op het veld opende Bulykin de score tegen NEC. Op de tweede ring bewoog het been van Litmanen in een reflex mee, alsof hij Ajax weer bij de hand nam. Zijn hart ligt nog steeds in Amsterdam. Nu de club opnieuw hunkert naar rust en leiderschap lijkt de oplossing opeens heel nabij. De Fin beweegt nog steeds vlekkeloos tussen alle linies door. Wanneer gaat zijn arm omhoog in de bestuurskamer?
Lang leve Jari Litmanen, vandaag wordt hij 41 jaar.
De Fin zat in De Arena niet ver verwijderd van de kopstukken van de club. De mannen die met hun gespleten tong en valse praatjes Ajax naar de rand van de afgrond hadden geleid. Litmanen was nooit een man van vele woorden geweest. Ware leiders gebruiken een andere taal.
Er gaat een verhaal over zijn tweede periode als speler bij Ajax. De selectie van Ajax was verdeeld in twee kampen. Ibrahimovic en Van der Vaart gunden elkaar het licht in de ogen niet. In de rust van een competitiewedstrijd was er onenigheid over de passing in de eerste helft. De ruzie liep hoog op. Coach Ronald Koeman sprak strenge woorden, maar kreeg de rijen niet gesloten. Spelers stonden schreeuwend tegenover elkaar, totdat Litmanen ineens ging staan en zijn arm omhoog stak. Meteen verstilde de kleedkamer. De middenvelder mompelde twee woorden: "Binnenkant voet." Ajax werd dat jaar alsnog kampioen.
Op het veld opende Bulykin de score tegen NEC. Op de tweede ring bewoog het been van Litmanen in een reflex mee, alsof hij Ajax weer bij de hand nam. Zijn hart ligt nog steeds in Amsterdam. Nu de club opnieuw hunkert naar rust en leiderschap lijkt de oplossing opeens heel nabij. De Fin beweegt nog steeds vlekkeloos tussen alle linies door. Wanneer gaat zijn arm omhoog in de bestuurskamer?
Lang leve Jari Litmanen, vandaag wordt hij 41 jaar.
Abonneren op:
Posts (Atom)