“Ja, ik heb Sam Brox!”
Onze oudste zoon springt een gat in de lucht als zijn vriendje uit de wikkel rolt. Meteen rent hij naar zijn verzamelmap om een ereplaatsje te zoeken. Zijn moeder is net binnen gekomen met de wekelijkse boodschappen. Het zakje met de voetbalplaatjes van Bladella werd haar meteen ontnomen. Deze opwinding duurt al een tijdje en levert prachtige momenten op. Op het schoolplein rende onze zoon naar zijn klasgenootje Chris.
“Kijk eens wat ik heb!”, schreeuwde hij, terwijl Chris naar zichzelf keek op het voetbalplaatje.
Het was genoeg om van de schooldag van Chris van Heukelom een feest te maken.
Het honderdjarig bestaan van Bladella maakt veel los in het dorp, de voetbalplaatjes bij Albert Heijn zijn een gouden greep. De strijd om de Bladella-familie compleet te hebben is in alle hevigheid losgebarsten. In mijn hoofd herleven de tijden van Panini. Ik herinner me goed de foto’s van voetbalsterren die ik in de jaren zeventig spaarde. Helden uit de eredivisie van toen pronkten in mijn album. Frits Flinkevleugel van FC Amsterdam, Stef Walbeek van Sparta, Pronk van Ajax. Al lang vergeten spelers. Urenlang zat ik op de bank, met de Panini-map op mijn knie. Hongerig staren naar al die voetballers die in prachtige shirts speelden en op zondagen werden toegejuicht in volle stadions. Absolute helden waren het. Nog voel ik de plotselinge paniek toen ineens Co Stout van Telstar verdwenen was. Dagenlang gezocht. Ik vond hem uiteindelijk op de slaapkamer van mijn zus. “Knappe vent,” zei ze achteloos. Het was genoeg om haar een week boos te negeren.
Het jubileum van Bladella geeft alle jongens in het dorp voetbalroem. Pure rijkdom. De wetenschap dat ook zij verstopt zitten in de Albert Heijn-zakjes plaatst hen voor even op hetzelfde podium als de voetbalsterren op de posters boven hun bed. De voetbalglorie schittert in hun ogen. Gelukkig mag ik in deze drukte meeliften. Op een zeer bescheiden plek weliswaar, maar achterin de Bladella-map staat de elftalfoto van het vijfde.
“Kijk, hier is pappa!”, hoor ik regelmatig vanaf de bank als er weer door het album gebladerd wordt. Door hun trots voel ik een beetje hoe Co Stout, de oude held van Telstar, zich toentertijd gevoeld moet hebben. Ergens onderweg is het Panini-album verdwenen. Geen idee waar het gebleven is. Doodzonde, graag zou ik nog een keer door die vergeelde bladzijden willen bladeren. Een lange gallerij van vergane glorie. De Bladella-map gaat een betere toekomst tegemoet. Het heeft meteen een prachtig plekje in de kast gekregen.
Gisteren stond de buurjongen aan de deurbel. Hij had dubbele kaartjes in zijn hand en kwam kijken of er wat te ruilen viel. Opnieuw grote consternatie, want neefje Sem Diepens kon aan de collectie toegevoegd worden.
Vanavond gaan we naar oma. Neef Sem zal daar ook zijn. Nu al kijk ik uit naar het moment dat onze oudste hem met enkele woorden een gelukzalige gevoel gaat geven. Alsof hij in een vol stadion de bal om de graaiende handen van de doelman in de bovenhoek krult. Drie kleine woorden waarmee de voetbaltrots in zijn ogen zal oplichten:
“Ik heb jou!”
Vreugde zit verstopt in kleine dingen. Voor een zak aardappelen, een pond gehakt, een bloemkool en een pak yoghurt koop je bij de Albert Heijn voor een tientje een gezonde maaltijd. In het jubileumjaar van Bladella haal je er ook onbetaalbaar voetbalgeluk mee in huis.
zondag 26 september 2010
zaterdag 25 september 2010
Stille nachten
Het gemak
waarmee
hij op het veld
scoort
en het spel verlegt
botst
met het gewicht
van een vriend
die thuis
strijdt
en voor een toekomst vecht
De dagen van Theo worden steeds Moeliker
waarmee
hij op het veld
scoort
en het spel verlegt
botst
met het gewicht
van een vriend
die thuis
strijdt
en voor een toekomst vecht
De dagen van Theo worden steeds Moeliker
dinsdag 21 september 2010
Mooie nachten in Fez
Fred Rutten slist. Zijn mond maakt een rare bocht bij de productie van een s-klank. Als hij voor het bord van Eredivisie Live praat over scherpe spitsen en het vastzetten van de tegenstander, wordt er besmuikt gelachen. De eerste indruk blijft hangen. Och got, die gekke Fred met zijn PSV. Niemand ziet de gedreven vakman die, gevormd door Guus Hiddink, de club uit Eindhoven naar een hoger plan stuwt. PSV wordt dit seizoen, voor het gekakel van de kemphanen FC Twente en Ajax, kampioen van Nederland.
Nigel de Jong is een gemene schopper, een recidivist. In zijn verbeten jacht op de bal schaadt hij zowel de gezondheid van zijn directe tegenstander als zijn eigen team door driest opgelopen rode kaarten. Wie kijkt er ’s avonds stiekem door de gordijnen bij huize De Jong? Wie ziet de liefhebbende vader, die geduldig afdaalt naar de leefwereld van zijn kinderen? Liefdevol fröbelen met vouwkarton en crêpepapier.
Wie is er op de hoogte van Theo Janssens passie voor Engelse poëzie? Op zijn linkerschouderblad staat tussen een tribal en een drakenkop een sonnet van W.H. Auden. In bed leest hij William Blake. Soms plengt hij een traan. Janssen is een bierdrinkend leeghoofd, zo is het algemene beeld, terwijl hij blootshoofds Blakes lange gedichten zou kunnen citeren.
Het is handig om mensen in hokjes te stoppen. Clarence Seedorf is een betweter en Dick Advocaat doet alles voor geld. We oordelen in een oogwenk, gebaseerd op de eerste indruk en zappen weer door naar een nieuwe impuls. Vooringenomen meningen zijn overal te zien. Balkenende heeft een scheiding in het haar, dus is hij saai. Een Duitser heeft geen humor. Renault is een Frans merk, dus die auto’s roesten snel. Jan Smit komt uit Volendam, hij eet natuurlijk elke dag paling en een bezoeker van een moskee belijdt de Islam, dus bidt hij vijf keer per dag tot Allah.
Mounir El Hamdaoui behoort tot die laatst genoemde groep. Hij is moslim en staat bekend als het Rotterdamse straatschoffie dat vroeger met Robin van Persie en Saïd Boutahar dagenlang op pleintjes voetbalde. Ze kenden de steegjes van Crooswijk en Kralingen als hun broekzak. Daar leerden ze de wetten van de straat. Dat is het beeld van Mounir. Onlangs kwam er een nieuw oordeel bij. Na de moeizame onderhandelingen met Ajax, kreeg hij het etiket moeilijke jongen en geldwolf. Zelfs zijn schoenenwinkel in Rotterdam werd erbij gehaald. Ajax, door grote geldtekorten gedwongen om zéér zuinig te werk te gaan, bleef bij het uitdelen van het vonnis keurig buiten schot. El Hamdaoui kreeg de zwarte piet.
Wie kijkt er verder?
De nieuwe spits van Ajax is een keurig opgevoede jongen. Hij draagt al jong de verantwoordelijkheid over het welzijn van zijn familie. Hij streeft naar rechtvaardigheid en is gevoelig voor zijn afkomst. Diep in hem schuilt een jonge schaapherder uit de omgeving van Fez. Ver verborgen voor te opdringerige fans en loerende journalisten huist het geluk van een Marokkaanse jongen die overdag met de kudde de ruige natuur van de heuvels rondom de stad intrekt. Na het eten voetballen op een zandveldje met een zelfgemaakte bal van lappen en touw. Op blote voeten schaven aan de balaanname buitenkant voet en het afronden van de voorzet. Scoren via de rechtop in het zand gestoken tak. En als de nacht is ingedaald, schuift hij aan bij de rest van het dorp. Onder de blote sterrenhemel luistert hij geboeid naar de verhalen van wijze mannen. Grote avonturen over hun reis naar het verre Europa toen ze Gibraltar overstaken.
Mounir El Hamdaoui is een trotse voetballer. In de Arena speelt hij het liefst een avondwedstrijd, met het schuifdak open. Tijdens het opwarmen sluit hij zich af. De spits zakt weg in een diepe concentratie. De wedstrijd begint. Als hij dan de pass van Suarez met fluweel doodmaakt, buitenkant voet, en prachtig verlengt in de verre hoek over de uitgelopen keeper, loopt hij juichend weg, wast zijn gezicht en kijkt omhoog. Iedereen denkt het te weten: hij dankt Allah voor zoveel voorspoed. Maar El Hamdaoui zoekt de donkere nacht. Het is dezelfde flonkerende sterrenhemel van de jonge schaapherder in Fez. Vele jongetjes zullen daar ooit ademloos aanschuiven, benieuwd naar de avonturen van de voetballer die naar het verre Europa trok.
Achter El Hamdaoui loopt de keeper gebogen naar het net. Het hele team bespringt in bewondering de doelpuntenmaker. In het stadion wordt de naam van de doelpuntenmaker gemeld. Langzaam loopt hij weer terug naar eigen helft.
Mounir heeft weer een verhaal te vertellen.
Nigel de Jong is een gemene schopper, een recidivist. In zijn verbeten jacht op de bal schaadt hij zowel de gezondheid van zijn directe tegenstander als zijn eigen team door driest opgelopen rode kaarten. Wie kijkt er ’s avonds stiekem door de gordijnen bij huize De Jong? Wie ziet de liefhebbende vader, die geduldig afdaalt naar de leefwereld van zijn kinderen? Liefdevol fröbelen met vouwkarton en crêpepapier.
Wie is er op de hoogte van Theo Janssens passie voor Engelse poëzie? Op zijn linkerschouderblad staat tussen een tribal en een drakenkop een sonnet van W.H. Auden. In bed leest hij William Blake. Soms plengt hij een traan. Janssen is een bierdrinkend leeghoofd, zo is het algemene beeld, terwijl hij blootshoofds Blakes lange gedichten zou kunnen citeren.
Het is handig om mensen in hokjes te stoppen. Clarence Seedorf is een betweter en Dick Advocaat doet alles voor geld. We oordelen in een oogwenk, gebaseerd op de eerste indruk en zappen weer door naar een nieuwe impuls. Vooringenomen meningen zijn overal te zien. Balkenende heeft een scheiding in het haar, dus is hij saai. Een Duitser heeft geen humor. Renault is een Frans merk, dus die auto’s roesten snel. Jan Smit komt uit Volendam, hij eet natuurlijk elke dag paling en een bezoeker van een moskee belijdt de Islam, dus bidt hij vijf keer per dag tot Allah.
Mounir El Hamdaoui behoort tot die laatst genoemde groep. Hij is moslim en staat bekend als het Rotterdamse straatschoffie dat vroeger met Robin van Persie en Saïd Boutahar dagenlang op pleintjes voetbalde. Ze kenden de steegjes van Crooswijk en Kralingen als hun broekzak. Daar leerden ze de wetten van de straat. Dat is het beeld van Mounir. Onlangs kwam er een nieuw oordeel bij. Na de moeizame onderhandelingen met Ajax, kreeg hij het etiket moeilijke jongen en geldwolf. Zelfs zijn schoenenwinkel in Rotterdam werd erbij gehaald. Ajax, door grote geldtekorten gedwongen om zéér zuinig te werk te gaan, bleef bij het uitdelen van het vonnis keurig buiten schot. El Hamdaoui kreeg de zwarte piet.
Wie kijkt er verder?
De nieuwe spits van Ajax is een keurig opgevoede jongen. Hij draagt al jong de verantwoordelijkheid over het welzijn van zijn familie. Hij streeft naar rechtvaardigheid en is gevoelig voor zijn afkomst. Diep in hem schuilt een jonge schaapherder uit de omgeving van Fez. Ver verborgen voor te opdringerige fans en loerende journalisten huist het geluk van een Marokkaanse jongen die overdag met de kudde de ruige natuur van de heuvels rondom de stad intrekt. Na het eten voetballen op een zandveldje met een zelfgemaakte bal van lappen en touw. Op blote voeten schaven aan de balaanname buitenkant voet en het afronden van de voorzet. Scoren via de rechtop in het zand gestoken tak. En als de nacht is ingedaald, schuift hij aan bij de rest van het dorp. Onder de blote sterrenhemel luistert hij geboeid naar de verhalen van wijze mannen. Grote avonturen over hun reis naar het verre Europa toen ze Gibraltar overstaken.
Mounir El Hamdaoui is een trotse voetballer. In de Arena speelt hij het liefst een avondwedstrijd, met het schuifdak open. Tijdens het opwarmen sluit hij zich af. De spits zakt weg in een diepe concentratie. De wedstrijd begint. Als hij dan de pass van Suarez met fluweel doodmaakt, buitenkant voet, en prachtig verlengt in de verre hoek over de uitgelopen keeper, loopt hij juichend weg, wast zijn gezicht en kijkt omhoog. Iedereen denkt het te weten: hij dankt Allah voor zoveel voorspoed. Maar El Hamdaoui zoekt de donkere nacht. Het is dezelfde flonkerende sterrenhemel van de jonge schaapherder in Fez. Vele jongetjes zullen daar ooit ademloos aanschuiven, benieuwd naar de avonturen van de voetballer die naar het verre Europa trok.
Achter El Hamdaoui loopt de keeper gebogen naar het net. Het hele team bespringt in bewondering de doelpuntenmaker. In het stadion wordt de naam van de doelpuntenmaker gemeld. Langzaam loopt hij weer terug naar eigen helft.
Mounir heeft weer een verhaal te vertellen.
zaterdag 18 september 2010
Droomstart
Al dagen op zoek naar het telefoonnummer van Dick van Toorn, de wonderdokter die deze zomer Arjen Robben in een ommezien klaarstoomde voor het WK in Zuid-Afrika. Het zweet staat nu al op mijn voorhoofd bij de gedachten aan die Rotterdamse martelkamer, maar mijn nood is hoog. Al die zelf ontworpen werktuigen met leren riemen en zware gewichten, ik heb ze op dit moment keihard nodig om op een ongekende manier mijn grenzen te verleggen. Met liefde zou ik me overgeven aan die oude man, die beul die rustig aan zijn potloodpunt likt en een sudoku oplost, terwijl ik in zijn folterkelder de diepste spelonken van de fysieke mogelijkheden verken.
Het begon met de eerste thuiswedstrijd van het vijfde tegen DBS 3.
Een gestaag neervallende regen bedierf de voorpret van de start van de competitie. Mooiweervoetballer als ik ben, arriveerde ik met een licht ontstemd gevoel op het sportpark. Gelukkig werd mijn humeur in het kleedlokaal een beetje rechtgetrokken door mijn teamgenoten, Harold voorop. Zijn voetbaltas was wonder boven wonder gevonden achter de bouwmaterialen in de garage, maar de basisopstelling zou hij opnieuw niet gaan halen. Paars gips om zijn rechterhand.
“Tja, gisteren op een rodeostier gezeten en ik wilde per se winnen. Dat is ook gelukt, maar toen ik eraf zwiepte stond mijn vinger in een vreemde hoek. Vier weken gips!”
De vijver met zijn wonderlijke avonturen is nog lang niet opgedroogd. Al in ’98 liet hij bodywarmers drukken met de opdruk ‘Bladella kampioen’ en als Harold maar een deel van de vasthoudendheid waarmee hij zich vastklampte aan de mechanische stier bij ons op het veld had laten zien, waren die jasjes al lang gebruikt geweest.
We kleedden ons rustig om en stelden de gang naar de vochtige warming up zo lang mogelijk uit. Het was de achteloze opmerking van Robbie die ons alsnog naar buiten dreef.
“Het ruikt hier naar kibbeling,” zei ie. Codetaal om de geurterreur van Marc aan te kondigen. Alarmfase drie. Alle teamgenoten verkozen de natte miezer van het intrapveld boven de bruine walmen die onze voorstopper in de kleedkamer verspreidde.
Tijdens de opwarming ging het opeens mis. Ineens schoot er een stekende pijn in mijn linkerkuit. Ai. Ik had het snel door: de competitiestart ging ik niet halen.
Fris gewassen zag ik aan de zijlijn de meest opmerkelijke seizoensopening van het vijfde in de laatste vijftien jaar. Daar waar we normaal altijd beginnen als logge dieselmotoren met kinkhoest en pas na de winterstop een beetje op stoom komen en de opgedane achterstand goedmaken, zag ik mijn team ineens als een Zwitsers uurwerk over het veld razen. Alle radertjes grepen naadloos in elkaar, de bal deed het werk. Prachtig aanvallen golfden op het doel van DBS 3. We legden ze achteloos op de pijnbank en stuurden ze met 4-0 huiswaarts. Daarmee kwamen ze nog genadig weg.
Als zelfs Arjan vanaf eigen helft, achtervolgt door twee hijgende bloedhonden, oprukt naar het vijandelijke doel en glansrijk weet te scoren, is de euforie die later in de kleedkamer hing volledig te begrijpen. De vraag ‘waar de bodywarmers ook al weer staan’, is al gesteld. Alle energie, alle inzet die we de laatste vijftien seizoenen in ons elftal staken, lijkt zich te gaan bundelen: een gouden jaargang breekt aan.
Kijk, dáár moet ik bij zijn.
Inmiddels heb ik contact gehad met de praktijk van Dick van Toorn. Een telefoniste vroeg naar mijn transferwaarde. Toen zij hoorde dat het hier om de opkomende glorie van Bladella 5 ging, gooide ze meteen de haak erop.
“We beginnen niet aan spelers onder de tien miljoen of minder dan dertig interlands,” zei ze nog.
Mijn kuit schreeuwt intussen nog steeds om behandeling. In mijn wanhoop overweeg ik een intensieve behandeling met placenta. Schijnt verrassende resultaten op te leveren. Kent iemand een pas bevallen vrouw? Biedt de afvalcontainer bij de dichtstbijzijnde kraamafdeling uitkomst? De klok naar de volgende wedstrijd tikt onverbiddelijk door.
Het begon met de eerste thuiswedstrijd van het vijfde tegen DBS 3.
Een gestaag neervallende regen bedierf de voorpret van de start van de competitie. Mooiweervoetballer als ik ben, arriveerde ik met een licht ontstemd gevoel op het sportpark. Gelukkig werd mijn humeur in het kleedlokaal een beetje rechtgetrokken door mijn teamgenoten, Harold voorop. Zijn voetbaltas was wonder boven wonder gevonden achter de bouwmaterialen in de garage, maar de basisopstelling zou hij opnieuw niet gaan halen. Paars gips om zijn rechterhand.
“Tja, gisteren op een rodeostier gezeten en ik wilde per se winnen. Dat is ook gelukt, maar toen ik eraf zwiepte stond mijn vinger in een vreemde hoek. Vier weken gips!”
De vijver met zijn wonderlijke avonturen is nog lang niet opgedroogd. Al in ’98 liet hij bodywarmers drukken met de opdruk ‘Bladella kampioen’ en als Harold maar een deel van de vasthoudendheid waarmee hij zich vastklampte aan de mechanische stier bij ons op het veld had laten zien, waren die jasjes al lang gebruikt geweest.
We kleedden ons rustig om en stelden de gang naar de vochtige warming up zo lang mogelijk uit. Het was de achteloze opmerking van Robbie die ons alsnog naar buiten dreef.
“Het ruikt hier naar kibbeling,” zei ie. Codetaal om de geurterreur van Marc aan te kondigen. Alarmfase drie. Alle teamgenoten verkozen de natte miezer van het intrapveld boven de bruine walmen die onze voorstopper in de kleedkamer verspreidde.
Tijdens de opwarming ging het opeens mis. Ineens schoot er een stekende pijn in mijn linkerkuit. Ai. Ik had het snel door: de competitiestart ging ik niet halen.
Fris gewassen zag ik aan de zijlijn de meest opmerkelijke seizoensopening van het vijfde in de laatste vijftien jaar. Daar waar we normaal altijd beginnen als logge dieselmotoren met kinkhoest en pas na de winterstop een beetje op stoom komen en de opgedane achterstand goedmaken, zag ik mijn team ineens als een Zwitsers uurwerk over het veld razen. Alle radertjes grepen naadloos in elkaar, de bal deed het werk. Prachtig aanvallen golfden op het doel van DBS 3. We legden ze achteloos op de pijnbank en stuurden ze met 4-0 huiswaarts. Daarmee kwamen ze nog genadig weg.
Als zelfs Arjan vanaf eigen helft, achtervolgt door twee hijgende bloedhonden, oprukt naar het vijandelijke doel en glansrijk weet te scoren, is de euforie die later in de kleedkamer hing volledig te begrijpen. De vraag ‘waar de bodywarmers ook al weer staan’, is al gesteld. Alle energie, alle inzet die we de laatste vijftien seizoenen in ons elftal staken, lijkt zich te gaan bundelen: een gouden jaargang breekt aan.
Kijk, dáár moet ik bij zijn.
Inmiddels heb ik contact gehad met de praktijk van Dick van Toorn. Een telefoniste vroeg naar mijn transferwaarde. Toen zij hoorde dat het hier om de opkomende glorie van Bladella 5 ging, gooide ze meteen de haak erop.
“We beginnen niet aan spelers onder de tien miljoen of minder dan dertig interlands,” zei ze nog.
Mijn kuit schreeuwt intussen nog steeds om behandeling. In mijn wanhoop overweeg ik een intensieve behandeling met placenta. Schijnt verrassende resultaten op te leveren. Kent iemand een pas bevallen vrouw? Biedt de afvalcontainer bij de dichtstbijzijnde kraamafdeling uitkomst? De klok naar de volgende wedstrijd tikt onverbiddelijk door.
woensdag 15 september 2010
Epi-centrum
Op zijn hemelse post
zag clubheld Drost
dat Twente in het gouden jaar
het middelpunt
van Europa vormde:
het stormde
op het doel van Julio Cesár.
Een aardschok in de Veste
toen Theo Janssen
de bovenhoek vulde
je zag
dat de snor van Epi
trots
naar boven krulde
zag clubheld Drost
dat Twente in het gouden jaar
het middelpunt
van Europa vormde:
het stormde
op het doel van Julio Cesár.
Een aardschok in de Veste
toen Theo Janssen
de bovenhoek vulde
je zag
dat de snor van Epi
trots
naar boven krulde
Abonneren op:
Posts (Atom)